Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

In Kiruna schuift het stadsleven al jaren op voor de groeiende ijzermijn van staatsbedrijf LKAB. Zo'n 23.000 inwoners krijgen een nieuwe plek, terwijl een van de bekendste gebouwen van de stad meeverhuisde.

De kerk van Kiruna op transport

De kerk van Kiruna op transport. Foto: Wikipedia

In het uiterste noorden van Zweden staat Kiruna voor een keuze die in Nederland bijna onvoorstelbaar zou zijn: ruimte maken voor de grond onder de stad. De ijzerwinning bracht de plaats sinds 1900 werk en welvaart, maar tast nu de bodem onder het oude centrum aan. Daarom verrijst drie kilometer verderop een nieuw hart van de stad, dat in september 2022 openging, terwijl huizen, erfgoed en voorzieningen stap voor stap opschuiven. Zelfs de 672 ton zware Kiruna Kyrka ging in één stuk op transport.

Een stad op ijzeren grond

De mijn ging al in 1899 open, een jaar voordat Kiruna werd gesticht. LKAB groef er vervolgens ruim een eeuw ijzererts uit, en die inkomsten hielden winkels, banen en voorzieningen in de afgelegen stad draaiende.

In 2004 werd duidelijk dat verder graven de fundering van het oude centrum in gevaar bracht. De Zweedse wet staat mijnbouw onder bewoonde gebouwen niet toe.

Sluiting van de mijn zou de lokale economie hard raken. Daarom kwam er een verhuisplan dat het tempo van de mijn volgt, met nieuwe woningen, winkels en publieke gebouwen op stabielere grond.

De kerk kreeg een route van 5 km

De Kiruna Kyrka is meer dan een opvallend oud gebouw. Architect Gustaf Wickman bouwde de kerk tussen 1909 en 1912, met neogotische vormen en invloeden uit de Sami-cultuur. In een landelijke publieksstemming uit 2001 werd zij uitgeroepen tot het mooiste gebouw dat vóór 1950 was neergezet.

Voor de reis moest een speciale route worden aangepast aan het gewicht en de kwetsbaarheid van het gebouw. De transportwagen had 224 wielen en reed met 0,5 tot 1 km per uur, ongeveer het tempo van een stevige wandeling.

Goed om te weten
Meer dan 10.000 mensen werden verwacht langs de route, terwijl Kiruna zelf ongeveer 18.000 inwoners telt. Koning Carl XVI Gustaf woonde de verhuizing bij.

Een verhuizing die nog jaren doorgaat

Enkele tientallen gebouwen zijn inmiddels opgeschoven, waaronder 23 culturele monumenten. Sommige panden kunnen in één stuk op een enorme oplegger; andere zijn te breekbaar of te groot en worden uit elkaar gehaald om elders zo nauwkeurig mogelijk opnieuw op te bouwen.

Elk monument krijgt vooraf een eigen technische beoordeling, want hout, funderingen en gevels reageren allemaal anders op tillen, transport en een nieuwe ondergrond.

De verhuisoperatie begon in de jaren 2010 en loopt naar verwachting minstens door tot 2035. Tegen die tijd zullen nog meer straten en gebouwen plaatsmaken voor de uitbreiding onder het voormalige stadsgebied.

Onder Kiruna ligt nu ook een Europese grondstoffenschat

LKAB meldde in 2023 vlak bij de ijzermijn het grootste bekende Europese voorkomen van zeldzame aardmetalen, de zogeheten Per Geijer-afzetting. Die groep metalen is onmisbaar voor onder meer batterijen voor elektrische voertuigen en speelt dus ook mee in de Europese energietransitie.

Europa wil voor zulke grondstoffen minder afhankelijk zijn van China. De vondst geeft de mijn daardoor een extra strategische rol, boven op de bestaande productie van ijzererts.

  • IJzererts houdt de mijnbouw en banen in Kiruna al sinds 1899 overeind.
  • Zeldzame aardmetalen kunnen belangrijk worden voor Europese batterij- en energietechnologie.
  • De verhuizing maakt verdere winning mogelijk zonder bewoning boven de mijn.

Wat Nederland hiervan merkt

Ook Nederlandse windparken, elektrische auto’s en andere schone technologieën zijn afhankelijk van metalen die Europa maar beperkt zelf wint. Kiruna laat zien dat eigen grondstoffen winnen ook draait om ruimte, erfgoed en de mensen die erboven wonen.

Een circulaire economie blijft daarbij belangrijk: metalen langer gebruiken, terugwinnen uit oude producten en slimmer ontwerpen zodat minder nieuwe winning nodig is. LKAB moet de resterende gebouwen en wijken tot minstens 2035 één voor één veilig verplaatsen.