Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Zo'n 8.150 jaar geleden raasde de Storegga-tsunami door de Noordzee. De tastbare sporen liggen bij Outer Dowsing Deep, aan de Britse kant van Doggerland, en zetten het verhaal van dit verdronken landschap in een ander licht.

een overspoelende golf

Een muur van water overspoelde Nederland. Foto: iStock – EJ

Stel je voor dat de zee zich in één klap als een metershoge muur over een laag kustlandschap stort. De oorzaak lag voor de kust van Noorwegen: een onderzeese aardverschuiving van zo’n 80.000 vierkante kilometer, die naar schatting 3.200 kubieke kilometer sediment verplaatste. Doggerland, het ooit bewoonde landschap in de zuidelijke Noordzee, kreeg de volle kracht van die golf te verduren.

De zeebodem hield de klap vast

Bij Outer Dowsing Deep, een diepe geul aan de Britse kant van de zuidelijke Noordzee, haalden onderzoekers sedimentkernen uit de bodem. Daarin zat bijna een halve meter rommelig afgezet materiaal, met stenen, gebroken schelpen en ander puin.

Die laag zat klem tussen veel rustiger afgezette lagen uit een riviermonding. Dat scherpe verschil past bij een plotselinge, extreem krachtige overstroming, en leverde in 2020 het eerste harde spoor van de Storegga-tsunami in dit deel van de Noordzee op.

Een golf die hele kusten veranderde

Sedimentkernen uit de Noordzee.

Close-up van een sedimentkern met duidelijk zichtbare donkere en lichte gelaagde sedimenten, gescheiden door witte scheidingslagen, typisch voor oceanografisch onderzoeksmateriaal. Beeld: SERC (Carleton).

Hoe hoog het water daar precies stond, is niet bekend. De rekenmodellen voor andere kustgebieden geven wel een idee van de schaal, want langs de Shetlandeilanden liepen de golven op tot 20 tot 25 meter, aan de Noorse kust tot 10 à 12 meter en aan de oostkust van Schotland tot ongeveer 5 meter.

Eerdere vondsten van tsunami-afzettingen lagen al in West-Scandinavië, op de Faeröer, in noordoost-Groot-Brittannië, Denemarken en Groenland.

“Als je die dag op een deel van die kust stond, had je een heel slechte dag.”
Vincent Gaffney, archeoloog aan de University of Bradford

De menselijke tol kan flink zijn geweest. Een schatting gaat ervan uit dat de tsunami mogelijk een kwart trof van de toenmalige Britse bevolking van 50.000 mensen die voor voedsel sterk afhankelijk waren van zee en kust.

Doggerland verdween niet in één middag

Doggerland was ooit het land tussen het huidige Groot-Brittannië en het Europese vasteland. Mesolithische jager-verzamelaars leefden er in een landschap dat we nu alleen nog van de Noordzeebodem kennen.

Archeoloog Vincent Gaffney, die vijftien jaar werkte aan het project Europe’s Lost Frontiers, stelt dat delen van Doggerland de ramp overleefden en nog eeuwen als eilandengroep bewoonbaar bleven.

De vloedgolf was levensontwrichtend, maar geen onmiddellijke uitwissing van alle bewoners en leefgebieden.

De Noordzee blijft een bewegend landschap

Voor Nederland is vooral de schaal van dat vroegere landschap interessant. De zuidelijke Noordzee was toen een gebied waar mensen woonden, jaagden en zich tussen het vasteland en de eilanden konden verplaatsen.

De vondst laat ook zien waarom boorkernen zo waardevol zijn. Een laag van enkele tientallen centimeters kan duizenden jaren later nog vastleggen hoe plotseling een kustgebied veranderde.

Goed om te weten
De naam Doggerland gebruiken archeologen voor het vroegere landschap dat tijdens het huidige Holoceen onder de zuidelijke Noordzee kwam te liggen.

Nu de Noordzee steeds intensiever wordt gebruikt, van scheepvaart tot energie op zee, geven zulke lagen een inkijkje in wat er onder dat water nog ligt. Het materiaal uit Outer Dowsing Deep blijft daarbij een belangrijk aanknopingspunt voor verder onderzoek naar de verdwenen kustwereld.

Over de studie

Het onderzoek kwam van een team onder leiding van de University of Bradford, met medewerking van onder meer de University of Warwick en het Natural History Museum. De onderzoekers combineerden geochemisch onderzoek met analyses van korrelgrootte, plantenresten, magnetische eigenschappen en isotopen.

Ook gebruikten ze sedimentair oud DNA, vaak afgekort tot sedaDNA, oftewel minuscule DNA-sporen die achterblijven in bodemlagen. Daarmee konden de onderzoekers beter onderscheiden welk materiaal rustig was afgezet en welk sediment door de tsunami was meegevoerd.

De resultaten verschenen in december 2020 in Antiquity, jaargang 94, nummer 378.