Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Tien kilometer ten zuiden van de kerncentrale rijst de Doega-radar 150 meter boven het bos uit. Achter de naam Tsjernobyl-2 ging tijdens de Koude Oorlog een installatie schuil waarvan het werkelijke doel geheim moest blijven.
De resten van het Duga radarstation bij Tsjernobil. Foto: iStock – Mariusz Pietranek
Alsof iemand een flatgebouw op zijn kant tussen de bomen heeft gezet, zo staat de Doega-radar te roesten in de Tsjernobyl-uitsluitingszone. De stalen wand is 150 meter hoog en strekt zich over ongeveer 700 meter uit. Onder de codenaam Tsjernobyl-2 maakte de Sovjet-Unie er deel van haar vroegtijdige waarschuwing tegen raketaanvallen van, terwijl kortegolfluisteraars wereldwijd het kenmerkende getik hoorden dat de installatie de bijnaam Russian Woodpecker bezorgde. Na de ramp van 26 april 1986 bleef een monument van geheimhouding en nucleaire dreiging achter in het bos.
De onderhoudsliften zakken weg in het zand
Wie nu onder de stalen masten staat, ziet vooral verval. De liften die ooit monteurs naar de hoge delen van de constructie brachten, roesten weg en zakken langzaam in de zanderige bodem. Een bouwwerk van deze schaal onderhoud je niet even met een ladder.
De Sovjet-Unie bouwde de radar als onderdeel van een systeem dat een nucleaire aanval zo vroeg mogelijk moest signaleren, nog voordat een raket haar doel kon bereiken. Daarvoor gebruikte Doega een radar over de horizon: radiogolven die veel verder konden reiken dan een gewone radar die alleen recht vooruit kijkt.
Het getik kwam overal door de radio heen
Van juli 1976 tot december 1989 draaide het systeem. Kortegolfluisteraars over de hele wereld hoorden in die jaren een snel, repeterend tikgeluid dat dwars door andere uitzendingen heen kon komen. Daar dankte de installatie haar bekende bijnaam aan.
Dat geluid kwam van de krachtige radiosignalen waarmee de radar de lucht afzocht. Voor radioamateurs was het behoorlijk irritant, terwijl buitenstaanders niet wisten waar het vandaan kwam of waarvoor het diende.
Goed om te weten
Een over-de-horizonradar kijkt niet letterlijk om een bocht. Hij gebruikt radiogolven die via de hogere luchtlagen terugkaatsen naar de aarde.
Op de kaart leek het gewoon een jeugdkamp
De militaire nederzetting rond de radar droeg de naam Tsjernobyl-2. Op Sovjetkaarten werd het complex gecamoufleerd als een zomerkamp voor de Pioniersjeugdbeweging, zodat nieuwsgierige burgers en buitenlandse waarnemers niet meteen zouden zien dat er een militaire installatie in het bos stond.
Pas na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd het werkelijke doel van het complex breed bekend. De combinatie van een geheim dorp, enorme antennes en een systeem voor raketwaarschuwingen laat zien hoeveel middelen beide machtsblokken in de Koude Oorlog staken in het voorkomen van een nucleaire verrassingsaanval.
- De basis hoorde bij de Sovjet-verdediging tegen raketten en aanvallen vanuit de ruimte.
- De installatie was gebouwd om signalen van een mogelijke nucleaire aanval op te pikken.
- Na de evacuatie rond reactor 4 bleef het terrein achter zonder dagelijks onderhoud.
Een monument dat je voorlopig niet kunt bezoeken
De ramp bij Tsjernobyl op 26 april 1986 veranderde ook het lot van de radar. De Doega-1-basis moest worden verlaten toen de uitsluitingszone rond de kerncentrale werd ingesteld, al bleef de installatie nog tot december 1989 operationeel.
Oekraïne wees de radar in 2019 aan als beschermd nationaal monument. Daarmee kreeg een installatie die jarenlang zo veel mogelijk uit beeld moest blijven een officiële plek in het erfgoed van het land.
Reguliere toeristen kunnen er sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet meer terecht. Of de roestende liften, verzakkende poten en stalen antennewand de komende jaren voldoende behouden blijven, hangt dus ook af van wanneer het gebied weer veilig en toegankelijk wordt.
Over het onderzoek
De geschiedenis van Doega is vastgelegd via documentatie over de militaire functie van Tsjernobyl-2 en de latere erfgoedstatus van het terrein. De precieze bouwkosten van dit Sovjetproject zijn niet openbaar geworden, net zomin als de naam van de hoofdontwerper.
De installatie is met haar 150 meter hoogte een van de meest opvallende overblijfselen in de uitsluitingszone. De officiële monumentstatus uit 2019 biedt een basis voor toekomstig behoud, zodra toegang tot het gebied weer mogelijk is.
