Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In het najaar verzamelen spreeuwen zich rond zonsondergang om samen te slapen, soms in een boom in de stad. Onderzoekers zien meerdere redenen voor de zwermen, maar welke het zwaarst weegt, is nog niet duidelijk.
Spreeuwen zwermen samen in de schemer. Foto: iStock – AGD Beukhof
Boven de daken maakt een groep spreeuwen plotseling een scherpe bocht, zonder dat de vogels op elkaar lijken te botsen. Ze vliegen gemiddeld 36 kilometer per uur; volgens computersimulaties houdt elke vogel hooguit zeven andere vogels in de gaten. Bij een grote slaapplaats als De Houtwiel in Friesland speelt dat samenspel zich op een heel andere schaal af dan bij de kleinere groepen in de stad. De vogels stemmen hun bewegingen op elkaar af en hebben er baat bij om bij elkaar te blijven.
De grootste zwermen zoeken het riet op
Bij De Houtwiel, het rietgebied bij Leeuwarden, kan een slaapplaats tienduizenden tot honderdduizenden spreeuwen trekken. Zo’n aantal hoort bij de grootste slaapplaatsen; de groepjes die in een stadsboom overnachten zijn veel kleiner. De plek waar de vogels landen, bepaalt dus ook hoe groot de voorstelling erboven kan worden.
Dat samenscholen begint pas na de broedtijd. In het broedseizoen zijn spreeuwen volgens Sjeng Lumeij, universitair hoofddocent diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht, vooral bezig met een nest bouwen en jongen grootbrengen. Later in het jaar wordt samen overnachten aantrekkelijker: dicht bij elkaar blijven biedt bescherming en warmte.
Waarom samen vliegen?
Een roofvogel heeft het lastiger wanneer zijn prooi tussen veel andere vogels vliegt. Lumeij legt het zo uit:
“De spreeuwen vliegen samen omdat ze dan minder snel door een roofvogel geslagen zullen worden dan wanneer ze in hun eentje vliegen.”
Sjeng Lumeij
Gedragsecoloog Sjouke Kingma van Wageningen University & Research ziet meer mogelijke voordelen van zo’n groep. Ze kunnen naast bescherming elk op een ander moment of op een andere plek van pas komen:
- Tegen de schemer helpt de grote wolk andere spreeuwen om de slaapplek te vinden.
- Bij elkaar kunnen de vogels mogelijk informatie uitwisselen over voedsel en plekken om te overnachten.
- Vliegen in een groep kan energie besparen.
Vooral die uitwisseling over voedsel is nog een vermoeden, benadrukt Lumeij. Onderzoekers noemen dus verschillende redenen. De bescherming tegen roofvogels krijgt wel steun uit waarnemingen van zwermen, maar verklaart daarmee nog niet iedere bocht die je ziet.
Een schrikreactie trekt door de hele groep
Ziet een spreeuw gevaar, dan verandert hij volgens Lumeij meteen van richting. De vogels vlak om hem heen volgen die beweging, waarna de koerswijziging zich door de rest van de groep verspreidt. Zo kan een zwerm in korte tijd van vorm veranderen, ook als niet iedere vogel de roofvogel zelf heeft gezien.
Voor het ontstaan van die vormen zijn geen vaste plekken of een aanvoerder nodig. Spreeuwen zoeken elkaars nabijheid op, vliegen ongeveer dezelfde kant op en houden genoeg afstand om botsingen te vermijden. Uit die eenvoudige reacties ontstaat het kolkende patroon dat boven De Houtwiel te zien is.
Veel wintergasten, toch minder broedvogels
Een grote avondzwerm zegt weinig over hoe het met de spreeuw als broedvogel gaat. Vogelbescherming Nederland schatte het aantal broedparen in de periode 2018-2020 op 400.000 tot 700.000. Het aantal spreeuwen dat in Nederland overwintert, werd voor de winters van 2012/13 tot en met 2014/15 geschat op maximaal 1.000.000 tot 3.000.000.
Die grote aantallen verhullen een daling. Volgens Sovon Vogelonderzoek Nederland nam het aantal spreeuwen dat hier broedt tussen 1980 en 2013 met bijna 60 procent af. De achteruitgang begon al in de jaren 70 en beperkt zich volgens Sovon niet tot Nederland.
Vogelbescherming heeft de spreeuw daarom op de Oranje lijst gezet voor vogels die door Nederland trekken of hier overwinteren. Die voorzorgslijst moet helpen voorkomen dat de soort op de officiële Rode Lijst van bedreigde Nederlandse broedvogels terechtkomt.
Over de studie
Charlotte Hemelrijk van de Rijksuniversiteit Groningen liet met collega Hanno Hildenbrandt in een studie uit 2011 zien hoe spreeuwenzwermen hun wisselende vormen kunnen krijgen. Hun computermodel StarDisplay bootst de onderlinge reacties van vogels na. Het onderzoek verscheen in PLoS ONE.
Een andere studie in PLOS ONE gebruikte waarnemingen van vrijwilligers en keek, anders dan Hemelrijks studie uit 2011, naar de duur van spreeuwenzwermen. Die hing sterker samen met de lengte van de dag dan met de temperatuur. Als er roofdieren aanwezig waren, eindigde het zwermen bovendien vaker doordat de vogels allemaal tegelijk neerstreken om te slapen.
