Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

In 1969 werd het laatste wilde Przewalskipaard gezien in Mongolië. Een Rotterdams echtpaar besloot daar na een bezoek aan de dierentuin van Praag iets aan te doen. Hun stichting vloog in 1992 de eerste paarden terug naar de Mongoolse steppe. Nu leven er weer honderden in het wild, en de rangers die over hen waken, komen uit families van nomaden.

Przewalski paarden

Przewalski paarden keerden terug in het wild. Foto: iStock – Nemyrivskyi Viacheslav

Stel je voor dat je op huwelijksreis gaat en terugkomt met een levensmissie. Dat overkwam Jan en Inge Bouman in 1972. In de dierentuin van Praag zagen ze een groepje Przewalskipaarden in een krap verblijf. Het was een van de laatste plekken waar de soort nog bestond. Het beeld liet hen niet meer los.

Het enige echte wilde paard

Het Przewalskipaard is klein, stevig en zandkleurig, met een rechtopstaande manen. Het geldt als het laatste echte wilde paard ter wereld. In Mongolië heet het takhi. Het is er een nationaal symbool.

Toch verdween het dier uit het landschap. Jacht, concurrentie met vee en strenge winters deden de wilde kuddes de das om. De laatste waarneming in het wild was in 1969, in de Gobiwoestijn. Daarna bestond de soort alleen nog in dierentuinen. Alle nog levende paarden stammen af van een handvol dieren die ooit waren gevangen.

Een studboek uit Rotterdam

Het echtpaar Bouman richtte in 1977 in Rotterdam de Stichting tot Behoud en Bescherming van het Przewalskipaard op. Ze staken er al hun geld en tijd in. Een van de eerste doelen was een gecomputeriseerd studboek. Daarmee konden fokkers inteelt voorkomen en de meest geschikte dieren kiezen.

Daarna volgden semi-reservaten in Nederland en Duitsland. Daar leerden in dierentuinen geboren paarden weer leven in grote groepen, zonder bijvoeren in de winter. Zo bouwde de stichting een genetisch gevarieerde basis op voor de terugkeer naar Mongolië.

Een vrachtvliegtuig vol paarden

Op 5 juni 1992 landde een vrachtvliegtuig in Ulaanbaatar. Aan boord: 16 Przewalskipaarden uit Nederland. Ze gingen naar Hustai Nuruu, zo’n 100 kilometer van de hoofdstad. Een jaar later werd het gebied een nationaal park. Het park is zelfs speciaal opgericht voor de terugkeer van de takhi.

Tot het jaar 2000 volgden nog vier transporten. In totaal kwamen er 84 paarden. Ook Nederlandse dierentuinen zoals Burgers’ Zoo leverden dieren. Inmiddels leven er in Hustai bijna 400 takhi.

Van herder tot ranger

De terugkeer van de paarden ging niet buiten de lokale bevolking om. Rond het park wonen nomadische veehouders. Zij gebruikten het gebied vroeger als zomerweide. Het park compenseerde hen en zette een bufferzone op. Daarin organiseerden de herders zich in meer dan 25 collectieven.

Belangrijker nog: volgens de stichting komen alle rangers en opzichters uit de lokale gemeenschap. Veel van hen zijn opgegroeid met paarden. Mannen die vroeger hun kuddes over deze heuvels dreven, volgen nu ’s nachts de takhi om wolven te verjagen.

De steppe komt mee terug

De paarden kwamen niet alleen. Toen het gebied beschermd werd, keerden ook andere dieren terug. Zo groeide het aantal edelherten in Hustai van ongeveer 50 in 1992 naar zo’n 1.300 nu. Ook Mongoolse gazellen en argalischapen volgden de takhi.

In 2011 verlaagde de IUCN de status van de soort van uitgestorven in het wild naar bedreigd. Er leven nu meer dan duizend Przewalskipaarden in China en Mongolië. Sinds 2024 vliegt de dierentuin van Praag ook paarden naar Kazachstan. Daar werd onlangs het eerste veulen in tweehonderd jaar geboren.

Strenge winters als nieuwe bedreiging

De steppe blijft een zware plek. In Mongolië komen extreem koude winters na een droge zomer steeds vaker voor. Mongolen noemen dat een dzud. Zo’n winter kan enorme aantallen vee doden. In 2010 stierf zo twee derde van de uitgezette paarden in West-Mongolië.

Klimaatverandering maakt zulke extremen waarschijnlijker. Het verhaal van de takhi laat zien dat een gered dier niet vanzelf veilig is. Een grote, gezonde populatie verspreid over meerdere gebieden is de beste verzekering. En misschien wel het belangrijkste: natuurherstel werkt het best als de mensen die er wonen er zelf iets aan hebben.

Dit is het derde deel van onze serie over soorten die terugkwamen van de rand van uitsterven. Lees ook onze eerdere verhalen over de Iberische lynx, de sabelantilope en ons verhaal over de kākāpō.

Bronnen