Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De Spaanse wegslak (Arion vulgaris) geldt in Nederland als invasieve exoot. Ook in het najaar kan één slak honderden eitjes leggen. Vochtig weer maakt de kans groter dat je hem in de tuin tegenkomt.
Twee parende Spaanse wegslakken (Arion vulgaris). Beeld: Zollernalb ., CC BY 2.5, via Wikimedia Commons.
Op het natte tuinpad kruipt een naaktslak langs de planten. Wat je ziet is maar een deel van het verhaal: de Spaanse wegslak legt van de late zomer tot in de herfst doorgaans zo’n 400 eieren, verdeeld over meerdere legsels. Na 30 tot 50 dagen kunnen daar jonge slakken uitkomen, en natte omstandigheden helpen hun ontwikkeling. De verspreiding kan ook gevolgen hebben voor de inheemse gewone wegslak.
Vocht houdt slakken op de been
Een slak die over een droog pad kruipt, droogt al snel uit. Het lichaam van een naaktslak bestaat namelijk voor wel 80 procent uit water. Daarom komen naakt- en huisjesslakken pas tevoorschijn als het vochtig genoeg is. Na regen zie je dus meer slakken, ook als ze daarvoor al in je tuin zaten.
Een paar natte weken kunnen wel verschil maken. Naaktslakken worden dan actiever en de omstandigheden zijn gunstig voor hun eieren en jongen. Bij naaktslakken loopt het legseizoen in het algemeen van de lente tot in de herfst. Een regenbui brengt de eileg niet op gang. Regen helpt vooral bij wat er daarna gebeurt.
Goed om te weten De Spaanse wegslak wordt 8 tot 12 cm lang. Aan de kleur alleen herken je hem niet betrouwbaar: hij kan rood, bruin of oranjegeel zijn.
Elke slak kan eieren leggen
Bij naaktslakken zijn beide dieren na een paring in staat eieren te leggen. Ze zijn tweeslachtig, ofwel hermafrodiet. Dat geldt ook voor de Spaanse wegslak en andere soorten uit dezelfde slakkenfamilie. Beide naaktslakken die je in de tuin ziet, kunnen dus later eieren leggen.
De aantallen verschillen flink per soort: over de legperiode gaat het om 100 tot 800 eieren. Dat is een bandbreedte voor naaktslakken in het algemeen, geen extra telling voor de Spaanse wegslak in Nederlandse tuinen. Een paar natte dagen zijn voor dat aantal te kort.
De plek van een legsel doet ertoe. Bij de verwante oranje naaktslak liggen eieren vaak in trossen op vochtige, beschutte plaatsen. De Spaanse wegslak kiest eveneens beschutting, onder meer tegen vorst. Zo blijven eieren gemakkelijk buiten beeld terwijl je de volwassen dieren wel ziet kruipen.
Gevolgen voor gewassen en inheemse slakken
De Spaanse wegslak heeft zich sinds de jaren 1950 in veel Europese landen gevestigd. De eerste waarnemingen in Zwitserland dateren van 1960, die in Italië van 1965. Inmiddels behoort de soort tot de 100 meest invasieve soorten van Europa.
Voor boeren en tuinders is hij een belangrijke plaagsoort, omdat slakken gewassen beschadigen. Ook inheemse slakken kunnen gevolgen ondervinden van de verspreiding. Daarbij gaat het in Nederland onder meer om de gewone wegslak. Een vraatspoor in je moestuin laat die bredere invloed natuurlijk niet zien.
Zoek waar je de slak overdag niet ziet
Wie eitjes wil opsporen, kan beginnen op plekken waar slakken beschut zitten. Bij de verwante oranje naaktslak zijn dat bijvoorbeeld:
- onder stenen, waar de grond vochtig blijft;
- in losse grond, waar eiertrossen uit het zicht liggen.
Je kunt zulke plekken in je eigen tuin controleren en gevonden slakkeneieren verwijderen. De dieren leggen gedurende een langere periode eieren, en veel beschutte plekken blijven buiten beeld. Daardoor raak je niet meteen elke slak kwijt. Juist in het najaar loont het om bij het tuinieren ook eens onder een steen te kijken.
Over het onderzoek
De Nederlandse beoordeling van de Spaanse wegslak rust op een risicoanalyse uit 2011. Daarin werden de snelle verspreiding en de mogelijke gevolgen voor de inheemse gewone wegslak meegewogen. Bureau Waardenburg en Naturalis voerden die analyse uit in opdracht van de NVWA.
