Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Op Ameland, Terschelling en Schiermonnikoog spoelen na stormen soms stukjes barnsteen aan. De herfst is een goed moment om te zoeken, maar wie alleen op noordwestenwind afgaat, kan bedrogen uitkomen.

barnsteen

Barnsteen kun je soms zomaar langs de waterkant vinden. Foto: iStock – konfiodor

Je bukt voor een brokje in de vloedlijn dat barnsteen kan zijn. Op Ameland werd in 2013 een stuk van maar liefst 5,5 kilo gevonden. Barnsteen is fossiele hars van naaldbomen uit het Oostzeegebied, zo’n 35 miljoen jaar oud. Hoe komt die hars op een Nederlands strand terecht, en welke rol spelen wind en stroming daarbij?

Een oostenwind kan barnsteen landinwaarts brengen

Een ruige zee helpt, maar de windrichting bepaalt mede waar het losgekomen materiaal belandt. Geologie van Nederland noemt de kust van de oostelijke Waddeneilanden vooral na voorjaarsstormen een goede vindplaats. Langs de Noordzeekust wijst de organisatie op aanhoudende oostenwind. Een noordwesterstorm is daarvoor geen vaste graadmeter.

Dat klinkt vreemd: een oostenwind blaast vanaf het land de zee op. Toch kan er tegelijk een onderstroom richting de kust lopen die barnsteen naar het strand voert. Ook na stevige stormen uit het noorden of noordoosten maken zoekers kans. Dan woelt de ruwe zee materiaal van de bodem los.

Voor de herfst betekent dat vooral: kijk verder dan de windkracht. In de herfst en winter is de zee vaker onstuimig en komt er meer bodemmateriaal in beweging. Maar het voorjaarsadvies voor de oostelijke eilanden blijft óók staan.

Waarom dat lichte brokje zo ver komt

Barnsteen is zo licht dat het op koud zout zeewater blijft drijven. Daardoor kan water het over grote afstanden meevoeren. Een stukje hoeft dus niet vlak bij het strand uit de bodem te zijn losgekomen om uiteindelijk tussen het aanspoelsel terecht te komen.

De hoeveelheid die aanspoelt, kan enorm verschillen. Aan de noordkust van Samland, in het Oostzeegebied, kwam in 1931 tijdens twee stormachtige dagen meer dan 750 kilo barnsteen op het strand terecht. De zee kan onder gunstige omstandigheden veel materiaal verplaatsen.

Goed om te weten Barnsteen zinkt niet vanzelf in koud zout zeewater. Dat lage gewicht verklaart mede waarom je het tussen aangespoeld materiaal kunt tegenkomen.

Een goudgeel brokje is lang niet altijd barnsteen

Wie iets vindt dat op barnsteen lijkt, heeft aan de Nederlandse kust vaker verharde harpuis te pakken. Die brokken kunnen er bedrieglijk veel op lijken. Harpuis en barnsteen zijn op kleur en gewicht lastig te onderscheiden.

Bij twijfel bestaat de test met een gloeiende naald. Door echte barnsteen kun je daarmee niet heen prikken; verharde harpuis smelt. De naaldtest maakt het verschil tussen barnsteen en harpuis zichtbaar.

Vakantieganger Robert Joustra vond het Amelander exemplaar in de nacht van 3 op 4 augustus bij paal 11 en droeg het over aan Natuurcentrum Ameland. Het bleef dus niet als souvenir bij de vinder.

Ook op Texel duikt barnsteen op

De kansen beperken zich niet tot de eilanden uit de opening. Bij paal 12 op Texel vonden Ecomare-conservator Arthur Oosterbaan en bioloog Rob Dekker meer dan tien stukken barnsteen. Mogelijk waren die na een storm losgespoeld.

Ook op Ameland zijn vondsten uit andere perioden bekend, onder meer van 14 maart 2010 en 20 november 2012. Barnsteen is zowel in het voorjaar als in het najaar gevonden. De omstandigheden op zee blijven doorslaggevend.

Over het onderzoek

Langs de Nederlandse kust leggen strandwachters van Stichting ANEMOON vondsten vast in het Strandaanspoelsel Monitoring Project. Daarbij documenteren ze ook barnsteen, bijvoorbeeld bij IJmuiden.

Het project registreert wat er daadwerkelijk aanspoelt langs de kust. De vondst bij paal 11 op Ameland ging naar Natuurcentrum Ameland.