Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Slechts een klein deel van de Parijse catacomben is toegankelijk voor bezoekers. In de overige gangen patrouilleert de politiebrigade die bekendstaat als de cataflics, terwijl cataphiles er ondanks het verbod sinds 1955 blijven afdalen.

Een wand met menselijke botten en schedels in de Catacombes van Parijs, met een bordje dat de herkomst van de beenderen verme

Een wand met menselijke botten en schedels in de Catacombes van Parijs, met een bordje dat de herkomst van de beenderen vermeldt. Beeld: Jorge Láscar from Melbourne, Australia, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.

Wie in Parijs een kelderluik of afgesloten tunnelmond ziet, kijkt misschien uit over een tweede stad die niemand op straat opmerkt. Onder de Franse hoofdstad loopt zo’n 300 kilometer aan voormalige kalksteengroeven, ooit de bron van bouwsteen voor onder meer Notre-Dame en het Louvre. Buiten het kleine officiële bezoekersdeel trekken cataphiles er nog altijd op uit, ondanks het verbod dat sinds 1955 geldt en het gevaar van instortingen. Daarom patrouilleert er ondergronds een eigen politie-eenheid, in de volksmond de cataflics.

Een labyrint met een publieksingang

Wie de officiële Catacombes bezoekt, krijgt maar een heel klein stukje van de ondergrond te zien. De route is 1,5 tot 2 kilometer lang en voert langs muren van menselijke beenderen, terwijl het netwerk zich veel verder onder de stad vertakt.

Jaarlijks komen er circa 6 miljoen bezoekers naar dit toegankelijke deel. Het grootste deel van het netwerk blijft afgesloten met hekken, muren en zware deuren.

De naam Catacombes dekt trouwens niet alles. Buiten de bezoekersroute spreken kenners vaak over de Mines de Paris: oude mijn- en groevegangen die ooit een praktisch doel hadden en later veranderden in een ondergronds doolhof.

Voor zo’n 500 mensen is de afsluiting geen eindpunt

De mensen die toch afdalen, noemen zichzelf cataphiles. Het zijn stedelijke ontdekkingsreizigers die de oude groeves verkennen, ondanks het verbod en de kans op instortingen.

Majoor Sylvie Gautron, verantwoordelijk voor de ondergrondse politiebrigade, schat dat bijna 500 mensen geregeld door de gangen lopen. Het gaat om een vaste groep die de weg onder Parijs kent.

Voor hen is de ondergrond een andere versie van de stad. Boven straatniveau zie je boulevards, metrostations en woonblokken. Beneden loop je langs kale kalkstenen wanden, oude schachten en passages die nergens op een gewone stadsplattegrond staan.

De cataflics patrouilleren waar GPS weinig helpt

De Parijse politieprefectuur zet in de groeves een gespecialiseerde ploeg in: de groupe d’intervention et de protection. In de volksmond heten de agenten de cataflics, een naam die onder cataphiles al veel langer rondgaat.

De brigade patrouilleert ondergronds en probeert bezoekers uit verboden gangen te houden voordat ze verdwalen, schade veroorzaken of in een onstabiel deel terechtkomen.

“De aanwezigheid van cataphiles onder de grond stelt de politie gerust: zij vormen een netwerk van toezicht dat de politie zelf niet kan hebben.”

Gaspard Duval, ervaren cataphile

Duval wijst daarmee op een verhouding waarin de politie ongewenste bezoekers wil weren, terwijl mensen die vaak afdalen soms ook plekken kennen waar een patrouille niet elke dag komt.

Een dienst uit 1777 bewaakt de grond onder de huizen

Naast de politie werkt de Inspection Générale des Carrières, kortweg IGC, aan de veiligheid van de ondergrond. Die dienst werd op 4 april 1777 opgericht, nadat een reeks instortingen gebouwen in de stad had getroffen.

De IGC houdt de oude galerijen onder Parijs in de gaten en controleert ook netwerken in nabijgelegen gemeenten en delen van infrastructuur van RATP en SNCF, de organisaties achter openbaar vervoer en spoor rond de hoofdstad.

Waar nodig verstevigt de IGC gangen en metselt zij toegangen dicht. De ene partij probeert zo de grond stabiel te houden, de andere houdt mensen weg uit plekken waar dat mis kan gaan.

De volgende afgesloten ingang kan morgen weer dichtgemetseld zijn

De ondergrondse wereld blijft daardoor voortdurend veranderen. Een doorgang die bekend is bij cataphiles kan worden afgesloten, terwijl de IGC nieuwe risico’s in kaart brengt in een gebied dat ook onder drukke wijken, spoorlijnen en metrostations doorloopt.

Voor bezoekers blijft de officiële route voorlopig de enige legale manier om de beenderen en kalkstenen gangen van dichtbij te zien. Buiten die route bepaalt de combinatie van politiepatrouilles en dichtgemetselde toegangspunten wie er nog binnenkomt.