Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Bij de terugtrekkende Morteratschgletsjer in Zwitserland kwam een lariksstam tevoorschijn die ruim 10.000 jaar geleden nog groeide. De vondst biedt een blik op het vroege Holoceen, maar wat kun je uit één boom afleiden over het klimaat van toen?

smeltende gletsjer

Smeltende gletsjers geven steeds vaker oude geheimen prijs. Foto: iStock – Valenti Montes

Een stuk hout tussen de stenen bij een gletsjertong: hoe is het daar terechtgekomen? Bij de Morteratschgletsjer in het Zwitserse Engadin onderzochten wetenschappers boomresten op 2156 meter hoogte. Die hoogte ligt binnen het huidige bereik van de bosgrens in de regio, tussen 2100 en 2250 meter.

De stam moest met de hand uit de stenen worden gehaald

In juni 2025 haalden onderzoekers een Europese lork tevoorschijn bij de terugtrekkende gletsjertong. Geoloog Christian Schlüchter, emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Bern, leidde het werk: de stam werd met de hand uit de rots gehaald en daarna per helikopter afgevoerd. Zo konden de onderzoekers het hout onderzoeken voordat het verder beschadigd raakte.

Het ijs had het hout intussen al verplaatst. De onderzochte boomresten waren onder en in de gletsjer meegevoerd, soms tot smeltwater ze bij de gletsjertong naar buiten spoelde. Dat kon ook tijdens een plotselinge uitbarsting van smeltwater gebeuren. De plek waar een stam opduikt, vertelt dus niet precies waar de boom ooit wortelde.

Twee bomen, honderden jaren verschil

De gedateerde boomresten laten twee momenten zien. Eén boom begon ongeveer 10.800 jaar geleden te groeien. Dat was in het vroege Preboreaal, zo’n 800 jaar na het einde van de Jonge Dryas, de laatste grote koudegolf aan het einde van de ijstijd.

Een andere boom stopte ongeveer 10.350 jaar geleden met groeien. Die leeftijden kun je niet optellen tot de levensduur van één boom. Het gaat om verschillende resten. Samen laten ze wel zien dat er in het vroege Holoceen bomen groeiden in het berggebied waar later ijs overheen schoof.

Goed om te weten De bosgrens in Opper-Engadin wordt tegenwoordig gevormd door de Europese lork en de arve, een dennensoort. Beide kunnen dus op grote hoogte groeien.

Een boomstam vertelt niet het hele klimaatverhaal

Hout onder een gletsjer is een aanwijzing dat het ijs daar ooit anders lag. Voor een kaart van de vroegere gletsjer moet je ook weten waar de boom groeide en hoe het ijs hem heeft meegenomen. Juist daarom zijn vondsten op verschillende plekken waardevol.

Glacioloog Anne Hormes van de Universiteit van Bern bekeek houtresten, veen en stuifmeelgegevens van 80 Alpengletsjers. Zij liet in 2011 zien dat er tijdens het Holoceen minstens acht periodes waren waarin Alpengletsjers kleiner waren dan nu. De nieuwe stam past in dat bredere beeld, zonder in zijn eentje te bewijzen hoe groot de Morteratschgletsjer destijds was.

Ook buiten dit bergdal kwam oud hout onder ijs vandaan. Bij de Mendenhall-gletsjer in de Verenigde Staten werd in 2013 een versplinterde boomstam van ongeveer 2.000 jaar oud ontdekt. Onder de Grote Aletschgletsjer in Zwitserland zijn bovendien bosresten uit de Romeinse tijd gevonden. De vondsten stammen uit verschillende perioden en komen niet uit één verdwenen bos.

Het ijs van nu legt het landschap van toen bloot

De huidige terugtrekking maakt zulke oude resten bereikbaar. Dat geeft onderzoekers nieuw materiaal. De ouderdom van een boom zegt op zichzelf niets over de snelheid van de opwarming of het tempo waarmee een gletsjer nu krimpt. Voor dat tempo heb je metingen van het ijs nodig.

“Dat laat zien hoe ongekend dynamisch het hier is”, zei geoloog Christian Schlüchter van de Universiteit van Bern over het veranderlijke gletsjerlandschap.

Onderzoekers vinden zo steeds meer stukjes van een landschap dat lange tijd verborgen bleef. Bij verder terugtrekkend ijs kunnen nieuwe vondsten helpen om de geschiedenis van afzonderlijke Alpengletsjers scherper te reconstrueren.

Over de studie

Schlüchter onderzocht de boomresten met collega’s; hun studie verscheen op 28 juli 2026 in het wetenschappelijke tijdschrift E&G Quaternary Science Journal. Voor de ouderdom gebruikten ze koolstofdatering. Eerder onderzoek uit 2022 beschreef al hoe de Morteratschgletsjer en de Mont Miné-gletsjer aan het begin van de Kleine IJstijd oprukten.

Voor de bosresten bij de Grote Aletschgletsjer gebruikte een onderzoeksteam van de Universiteit van Zürich een andere combinatie: jaarringen in hout, archeologische gegevens en koolstofdatering. Daarmee brachten de onderzoekers veranderingen over de afgelopen 3.500 jaar in kaart.