Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Op Texel zijn eerder zeeharten gevonden, zaden van de tropische liaan Entada gigas. Storm Austen trok op 23 oktober over het Waddengebied, zonder zekerheid over een nieuwe vondst.

drijfzaad

De zaden van de Entada gigas plant
spoelen wel aan, maar ontkiemen niet. Foto: iStock – phoomin karagate

Wie langs de vloedlijn loopt, kijkt meestal naar schelpen, niet naar een zaad dat een oceaanreis achter de rug kan hebben. De hartvormige zaden van Entada gigas blijven drijven en kunnen met zeestromingen, waaronder de Golfstroom, de kust van Noordwest-Europa bereiken. Zulke drijfzaden spoelen al decennialang heel af en toe aan op de Waddeneilanden. Na Austen volgde storm Boelo, die op 25 oktober op Vlieland een uur lang gemiddeld windkracht 9 bereikte: dat levert nog geen bewijs voor nieuwe strandvondsten.

Achter een zeehart schuilt een reusachtige peul

Het zaad in de vloedlijn begon zijn reis hangend aan een houtige liaan. Entada gigas, ofwel zeehart of zeeboon,  groeit van nature in Midden-Amerika, het Caribisch gebied en het noorden van Zuid-Amerika. De plant maakt de grootste peulen ter wereld. Zo’n zeehart dat je op een Nederlands strand vindt, is dus geen vrucht van een boom verderop in de duinen.

Goed om te weten De zeeboon en het zeehart zijn 2 namen voor het zaad van Entada gigas. De plant zelf is een liaan, een klimplant met houtige stengels.

Een storm brengt wind, geen bewijs voor een vondst

Zeeharten, de zaden van de liaan Entada gigas, die soms aanspoelen op het strand.

Zeeharten, de zaden van de liaan Entada gigas, die soms aanspoelen op het strand. Beeld: Salil Kumar Mukherjee, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

Austen was op 20 oktober 2026 al benoemd als de eerste storm van het West-Europese stormseizoen. Toen het weer omsloeg, gold vanaf 22.00 uur code geel voor Noord-Holland, Friesland, Groningen en het Waddengebied. Toch haalde Austen in Nederland de officiële stormcriteria niet. Dat verschil is belangrijk als je de stormen van die week met elkaar vergelijkt.

Boelo werd wél de eerste officiële storm van 2026 in Nederland. Op Vlieland werd de stormkracht gemeten tussen 11.00 en 12.00 uur. Harde wind kan invloed hebben op wat er aanspoelt, maar een vondst moet je nog altijd echt doen: een zeehart na Austen is niet vastgesteld. Ook voor Boelo is geen concrete, nieuwe vondst aan te wijzen.

De strandvondsten liggen jaren uit elkaar

De bekendste recente melding van Texel gaat over drie zeeharten die op 8 en 9 augustus op het strand werden gevonden. Een bevestigd jaartal bij die augustusdagen ontbreekt, dus die vondsten kun je niet aan de stormen van oktober 2026 koppelen. Ze laten wel zien waarom strandjutters op zo’n zaad letten: het duikt soms op, zonder dat je kunt voorspellen wanneer.

Andere vondsten geven een breder beeld. Op Waddenstranden spoelden ook andere drijfzaden aan.

  • Op 2 september 2011 vond een toerist bij strandpaal 13 op Texel een exotisch drijfzaad. Welk zaad het precies was, staat daarmee niet vast.
  • Op Vlieland spoelde ook een schanoot aan, een zaad uit Afrika. Het is geen tropisch zeehart en kwam van buiten Europa.

Eén zaad vertelt nog niet hoe de zee verandert

Een zeehart aan de kust van Noordwest-Europa maakt de reis over zee zichtbaar. Zo werd de eerste vondst aan de Belgische kust in verband gebracht met eerdere vondsten op de Waddeneilanden. Zulke losse waarnemingen tonen dat tropische zaden hier kunnen belanden; ze zeggen op zichzelf niet hoe vaak dat gebeurt.

Dat onderscheid telt ook bij klimaatverandering. Uit een enkele aangespoelde zeeboon kun je geen verandering in oceaanstromingen aflezen, laat staan vaststellen wat een storm ermee te maken had. Daarvoor zou je vondsten en hun mogelijke reisroutes over langere tijd moeten vergelijken. De vraag of een zaad werkelijk de hele weg over zee aflegde, speelt zelfs bij oudere Nederlandse vondsten.

Over het onderzoek

Op Texel bouwde marien bioloog Gerhard Cadée een verzameling van honderden drijfzaden op. Hij vond er zelf slechts enkele; vondsten van anderen vulden de verzameling aan. Daardoor biedt die meer om te bekijken dan wat 1 strandjutter in zijn eentje tegenkomt. In 2013 beschreef Cadée met collega’s de schanoot van Vlieland in het tijdschrift Het Zeepaard.

Ook een Zeeuwse vondst van zeeharten leidde tot onderzoek naar de vraag of die zaden daadwerkelijk via oceaanstromingen naar Nederland waren gedreven. Die vondst dateert uit 1976. Voor de vondsten na de stormen van oktober 2026 ontbreekt zo’n vastgestelde verbinding nog.