Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De Amsterdamse GGD kreeg tussen 2019 en 2021 meer meldingen van rattenoverlast. Onderzoek van KAD en WUR vond resistente bruine ratten in meer regio’s dan voorheen, terwijl hun aandeel landelijk juist daalde.

rat

Gif haalt tseeds minder uit tegen ratten in de stad. Foto: iStock – Pierre Aden

Een rat bij de vuilnisbakken: grijp je naar gif, of pak je de overlast anders aan? In een landelijk onderzoek uit 2021 werden 1.553 bruine ratten getest op resistentie tegen rattengif, zonder onderscheid tussen stad en platteland. Voor gemeenten roept dat de vraag op hoe ze rattenoverlast aanpakken als gif niet altijd goed werkt. Sinds 1 januari 2023 mogen bovendien alleen gecertificeerde bedrijven nog chemische middelen tegen ratten en muizen gebruiken.

Amsterdam zag het aantal meldingen jaar op jaar stijgen

De GGD Amsterdam telde 3.409 meldingen in 2019, 5.477 in 2020 en 7.329 in 2021. Dat is ruim twee keer zoveel in twee jaar. Die cijfers gaan over overlast, niet over de vraag of de ratten tegen gif kunnen.

Jan Verschoor, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Plaagdiermanagement Bedrijven, waarschuwt dat verkeerd gebruik van rattengif resistentie kan bevorderen. Dat maakt de aanpak in een stad als Amsterdam lastig, omdat het probleem met gif op den duur juist moeilijker te bestrijden kan worden als een middel verkeerd wordt ingezet. Alleen uit de meldingen kun je niet afleiden of dat in Amsterdam ook is gebeurd.

Meer plekken met resistentie, ondanks een lager percentage

Bij het eerdere landelijke onderzoek, in 2012 en 2013, was 25 procent van de onderzochte bruine ratten resistent. In het onderzoek uit 2021 was dat 17 procent. Het aandeel daalde dus. Tegelijk dook resistentie op in meer regio’s dan bij de eerdere meting, wat kan wijzen op verdere verspreiding.

Bij huismuizen lag het aandeel resistente dieren op 38 procent. Dat is hoger dan bij bruine ratten in dezelfde meting, maar voor huismuizen ontbreekt een eerdere Nederlandse meting om mee te vergelijken. Een stijging of daling bij muizen valt dus niet vast te stellen.

Een kleine verandering in het DNA heeft grote gevolgen

De onderzochte middelen zijn bloedverdunners. Bij resistente bruine ratten zorgt een erfelijke verandering in het VKORC1-gen ervoor dat die middelen minder goed werken. Zo’n rat kan een behandeling overleven en zich daarna voortplanten. De eigenschap kan daardoor in een rattenpopulatie blijven bestaan.

Een eerder genetisch onderzoek liet zien hoe plaatselijk dat kan zijn. In rattenstaarten en uitwerpselen uit het oosten van Nederland vonden onderzoekers uitsluitend erfelijke varianten die met resistentie samenhangen. Dat zegt iets over de ratten die daar zijn onderzocht; het bewijst niet dat iedere rat in die regio resistent is.

Voorkomen krijgt voorrang op gif

In mei 2022 stuurde Vivianne Heijnen, destijds staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de resultaten naar de Tweede Kamer. Zij benadrukte geïntegreerde plaagdierbeheersing, vaak afgekort tot IPM. Daarbij probeer je overlast zo aan te pakken dat chemische middelen zo veel mogelijk achterwege kunnen blijven.

Voor gemeenten betekent dat ook kijken naar wat ratten aantrekt, zoals bereikbare voedselbronnen, en naar manieren van bestrijden zonder gif. De regels voor particulieren veranderden eveneens. Zij mochten geen rattengif meer kopen of zelf toepassen. Voor oude voorraden liep de termijn om die op te gebruiken of in te leveren af op 26 december 2023.

Hoeveel verschil die aangescherpte regels maken voor resistentie, blijkt niet uit de cijfers van 2021. Die meting vond plaats voordat de regels ingingen. Een volgende landelijke meting zou die ontwikkeling pas kunnen laten zien.

Over de studie

Onder leiding van I.M. Krijger onderzochten Stichting Kennis- en Adviescentrum Dierplagen en Wageningen University & Research tussen september en december 2021 in totaal 2.318 knaagdieren uit 218 postcodegebieden. Het onderzoek gebeurde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Het ging om de volgende dieren:

  • 1.553 bruine ratten;
  • 397 huismuizen;
  • 286 muizen van andere soorten;
  • 82 dieren die als zwarte rat waren aangemerkt.

Goed om te weten De 82 als zwarte rat aangemerkte dieren bleven buiten de resistentieanalyse. Met een onderzoek van hun DNA kon niet met zekerheid worden vastgesteld dat het daadwerkelijk zwarte ratten waren.