Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De El Niño die zich nu snel versterkt, kan al in oktober uitgroeien tot een Super El Niño. NOAA schat de kans dat hij dit najaar of deze winter tot de sterkste ooit behoort op 90 procent; eerdere extremen lieten wereldwijd hun sporen na.
Stille Oceaan warmt snel op tot recordhoge temperaturen. Foto: iStock – Credit:Crispy photo
Een natte zomer of een mislukte oogst lijkt ver weg, tot je ziet hoe één opwarmende strook oceaan weerpatronen over de hele wereld kan ontregelen. Tijdens de El Niño van 1997-98 leidden overstromingen en droogtes in onder meer Afrika, Latijns-Amerika, Noord-Amerika en Zuidoost-Azië naar schatting tot meer dan 22.000 doden en ruim 36 miljard dollar schade. In 2015-16 brak de opwarming in de centrale Stille Oceaan records, terwijl droogte Australië trof en Zuid-Amerika met overstromingen kampte. El Niño kan de wereldwijde voedselproductie raken.
De oceaan warmt sneller op dan verwacht
De omslag begon al in het voorjaar. De WMO zag in mei 2026 de kans op El Niño-omstandigheden voor juni tot en met augustus oplopen naar 80 procent, terwijl de kans op een neutraal patroon zakte naar 20 procent.
In augustus meldde de WMO dat de opwarming van de tropische Stille Oceaan in augustus tot en met oktober verder zou aansterken. De El Niño van 2023-2024, pas drie jaar geleden, eindigde nog als de vijfde sterkste ooit.
Goed om te weten
El Niño is onderdeel van ENSO, een terugkerend patroon waarbij de oceaan en de atmosfeer elkaar over grote afstanden beïnvloeden.
De oude records geven een ijkpunt
Satellietbeeld van de temperatuurafwijking van het zeeoppervlak in de Stille Oceaan voor oktober 2015, tijdens de El Niño. Beeld: noaa.gov.
De El Niño van 1997-1998 gold destijds als de sterkste ooit gemeten. Satellieten, schepen en meetboeien volgden toen hoe het zeewater in de Stille Oceaan uitzonderlijk sterk opwarmde, een patroon dat later als het record van 1997-1998 de boeken in ging.
De gebeurtenis van 2015-2016 ging op één meetpunt nog verder. In november 2015 lag de temperatuur van het zeeoppervlak in het centrale deel van de Stille Oceaan 3,0 °C boven normaal, gemeten in het gebied dat klimaatdiensten NINO3.4 noemen.
Dat was meer dan het vorige record van 2,8 °C uit januari 1983. Zo’n verschil van 0,2 °C klinkt klein, maar in een enorm oceaangebied kan het de luchtstromen boven een groot deel van de wereld verschuiven.
Van vissershaven tot supermarkt
Warm water kan de voedselketen in zee verstoren, van de visserij tot de rest van de keten. De opwarming verandert ook de luchtcirculatie en daarmee temperaturen, regenval, droogte, overstromingen en stormen in uiteenlopende delen van de wereld.
- Droogte kan oogsten laten mislukken.
- Overstromingen kunnen landbouwgrond en transportverbindingen raken.
- Stormen kunnen de aanvoer van voedsel en grondstoffen verstoren.
Voor Nederland is er nog geen specifieke verwachting voor het weer door deze El Niño. De Nederlandse economie hangt sterk samen met internationale handel en voedselketens, terwijl de zwaarste weersverstoringen meestal tropische en subtropische gebieden treffen.
De komende maanden worden beslissend
NOAA schatte in augustus de kans op bijna 70 procent dat deze El Niño aan het einde van 2026 zelfs de recordsterkte van eerdere gebeurtenissen voorbijgaat. De kans dat hij deze herfst en winter bij de sterkste ooit hoort, steeg in één maand van 81 procent naar 90 procent.
De piek wordt tegen het einde van dit jaar verwacht, in de maanden waarin oceaanwaarnemingen het verschil moeten uitwijzen, en die samenvallen met de herfst en winter, wanneer handelsstromen, oogsten en weerpatronen wereldwijd hun effecten kunnen laten zien.
Vooral de snelheid waarmee het zeewater sinds mei 2026 opwarmt, houdt klimaatdiensten bezig. Een super-El Niño versterkt bestaande weersextremen, en de komende metingen bepalen of 2026 daadwerkelijk een nieuw recordjaar voor het verschijnsel wordt.
Over het onderzoek
De verwachtingen steunen op seizoensmodellen van NOAA en de WMO, die oceaantemperaturen en veranderingen in de atmosfeer combineren. De WMO volgt de ontwikkeling van augustus tot en met oktober 2026, terwijl NOAA de sterkte voor de rest van het jaar inschat.
Voor eerdere El Niño’s vormen satellieten, scheepsmetingen en boeien de basis van de historische vergelijking, waaronder de meting van 3,0 °C in november 2015 in het NINO3.4-gebied.
