Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Maandag 9 november begint in het Turkse Antalya de VN-klimaattop COP31. De top moet beloftes omzetten in daden, maar begint onder slechte voortekenen: de nationale klimaatplannen zijn zwakker geworden, er komen minder wereldleiders en de hoofdsponsor is een oliebedrijf. Grote milieu- en ontwikkelingsorganisaties als Climate Action Network, Greenpeace, WWF en Oxfam leggen elk hun eigen accent. Toch draait het bij allemaal om hetzelfde: geld, een eerlijke overgang en het einde van fossiele brandstoffen.

cop31

Foto: © UN Climate Change – Kiara Worth

Een top met twee voorzitters

COP31 loopt van 9 tot en met 20 november in het Antalya Expo Center. Op 11 en 12 november spreken staatshoofden en regeringsleiders op een aparte leiderstop.

Deze COP is anders dan alle vorige. Voor het eerst is het voorzitterschap verdeeld over twee landen. Turkije is gastland en levert de COP-president, milieuminister Murat Kurum. Australië leidt de onderhandelingen. Dat doet de Australische klimaatminister Chris Bowen.

Australië beloofde die rol samen met de eilandstaten in de Stille Oceaan in te vullen. Daarom vond de voorbereidende pre-COP in oktober plaats in Fiji. De eilandstaten gaven daar hun wensen mee: houd 1,5 graad binnen bereik, maak klimaatgeld bereikbaar voor kwetsbare gemeenschappen en zet de oceaan centraal.

De klimaatplannen gaan achteruit

Het uitgangspunt is somber. Volgens het Emissions Gap Report van UNEP stevent de wereld af op 2,8 graad opwarming. Zelfs als alle landen al hun beloftes nakomen, wordt het nog 2,6 graad.

Het VN-klimaatsecretariaat telde de nieuwste nationale klimaatplannen van 154 landen op. Samen leveren ze in 2035 slechts 6 procent minder uitstoot op dan in 2019. Met alle voorwaardelijke toezeggingen erbij is dat 9 procent. Vorig jaar was dat nog 12 procent, al telde die berekening minder landen mee. Het vertrek van de Verenigde Staten uit het Parijsakkoord verklaart een groot deel van de daling.

Minder leiders en een oliesponsor

Op een voorlopige VN-lijst staan 77 staatshoofden en regeringsleiders die in Antalya spreken. Bij COP28 in Dubai waren dat er nog 116. Turkije zelf rekent op 91 leiders.

Ook de sponsoring ligt onder vuur. Hoofdsponsor is Koç Holding, het grootste conglomeraat van Turkije. Ongeveer driekwart van de inkomsten kwam in de eerste helft van 2026 uit de energietak, met oliebedrijf Tüpraş als belangrijkste onderdeel. Daarnaast blijkt uit een rapport van Urgewald dat beide gastlanden, Turkije en Australië, nog steeds nieuwe kolenprojecten ontwikkelen.

Waar het in Antalya om draait

Een paar dossiers bepalen of COP31 slaagt.

Adaptatie. Vorig jaar in Belém spraken landen af om het geld voor aanpassing aan klimaatverandering tegen 2035 minstens te verdrievoudigen. Maar er is geen startbedrag afgesproken en niet wie betaalt. De Afrikaanse onderhandelaars, onder leiding van Ghana, willen dit daarom op de agenda zetten. In juni blokkeerden de EU, het Verenigd Koninkrijk en Japan dat nog.

Verlies en schade. Het fonds voor klimaatschade deed in oktober zijn eerste uitkering. Nepal krijgt 20 miljoen dollar na de overstromingen van augustus. De schade daar wordt geschat op 2,69 miljard dollar. Het fonds dekt dus minder dan 1 procent.

Elektrificatie. Het Turks-Australische voorzitterschap wil van COP31 een ‘elektrificatie-COP’ maken. Het doel heet ’35 by 35′: in 2035 moet elektriciteit 35 procent van het wereldwijde eindgebruik van energie leveren. Nu is dat ongeveer 23 procent.

Klimaatfinanciering. Op COP29 in Bakoe beloofden rijke landen tegen 2035 jaarlijks minstens 300 miljard dollar. Het bredere doel is 1300 miljard dollar per jaar. De Wereldbank en het IMF zetten klimaat op hun jaarvergadering in oktober echter lager op de agenda.

Handel. China wil praten over de vrije doorvoer van groene technologie. Dat is een steek naar Europese CO2-heffingen aan de grens en westerse importtarieven op Chinese zonnepanelen en elektrische auto’s.

Climate Action Network: vier prioriteiten

Climate Action Network (CAN) is het grootste klimaatnetwerk ter wereld, met meer dan 2500 organisaties in ruim 130 landen. CAN noemt vier prioriteiten.

Ten eerste een mechanisme voor een rechtvaardige overgang. Landen spraken in Belém af dat dit er komt. Ngo’s noemen het het Belém-Antalya Mechanisme. Het moet werknemers, jongeren en gemeenschappen beschermen en vooral giften opleveren in plaats van leningen.

Ten tweede: adaptatie. Rijke landen moeten een geloofwaardig plan maken om ruim vóór 2035 minstens 120 miljard dollar per jaar te leveren. Volgens CAN is dat pas een begin. Zelfs dan blijft meer dan 70 procent van wat ontwikkelingslanden nodig hebben ongefinancierd. Ook het schadefonds moet worden aangevuld.

Ten derde: geld in het algemeen, voorspelbaar, toegankelijk en publiek. Ten vierde elektrificatie die fossiele brandstoffen echt vervangt en niet alleen bovenop de bestaande vraag komt. Het werkprogramma voor emissiereductie moet bovendien worden verlengd tot 2030.

Directeur Tasneem Essop is scherp: “Beloftes beschermen mensen niet. Internationaal recht en financiering wel.”

Greenpeace: elektrificatie is niet genoeg

Greenpeace verwelkomt het elektrificatiedoel van het voorzitterschap. Maar de organisatie waarschuwt dat het geen afleiding mag worden. Volgens Greenpeace lost elektrificatie de klimaatcrisis niet op zolang de winning van olie en gas doorgaat.

De eisen zijn concreet. Hernieuwbare stroom moet in 2035 minstens 75 procent van de elektriciteitsopwekking leveren. Landen moeten nationale plannen presenteren om fossiele brandstoffen uit te faseren, met rijke landen voorop. Greenpeace wil daarbij voortbouwen op de routekaarten die Brazilië na COP30 publiceerde.

Voor bossen vraagt Greenpeace een raamwerk dat landen afrekent op de doelen voor 2030. Op het gebied van geld moeten rijke landen meerjarige toezeggingen doen voor het doel van 300 miljard. Extra geld kan volgens Greenpeace komen uit belastingen op oliebedrijven en superrijken.

Op de vooravond van de top rolden activisten van Greenpeace Turkije een enorm spandoek uit op het Konyaaltı-strand in Antalya. De tekst: KEEP 1.5°C ALIVE. Het doek was zo groot dat een satelliet het kon fotograferen.

De rijkste 0,1 procent van de wereld, zo’n acht miljoen mensen, stoot meer CO2 uit dan de armste 3,5 miljard mensen samen.

WWF: van onderhandelen naar uitvoeren

WWF legt de nadruk op uitvoering. Landen moeten de afspraken uit de eerste wereldwijde klimaatbalans van 2023 echt in daden omzetten. Daarbij hoort ook het afgesproken afscheid van fossiele brandstoffen.

WWF wil dat de opwarming zo kort en zo weinig mogelijk boven 1,5 graad uitkomt. Daarnaast vraagt de organisatie aandacht voor natuur. Klimaatbeleid kan volgens WWF niet slagen zolang natuur blijft verdwijnen. Ontbossing en verlies van ecosystemen moeten dus stoppen en worden teruggedraaid.

WWF Europa roept de EU op het voortouw te nemen en haar klimaat- en energiepakket voor 2040 als voorbeeld te tonen. Manuel Pulgar-Vidal, klimaatchef van WWF en zelf voorzitter van COP20, zegt dat mensen leiders beoordelen “niet op nog een belofte, maar op de resultaten die ze zien”.

Oxfam: laat de rijkste vervuilers betalen

Oxfam bracht vlak voor de top het rapport Disaster Divide uit. De rijkste 0,1 procent van de wereld, zo’n acht miljoen mensen, stoot meer CO2 uit dan de armste 3,5 miljard mensen samen.

Volgens Oxfam veroorzaakt één jaar uitstoot van de rijkste 1 procent op termijn 1,9 miljoen extra sterfgevallen door hitte. Van die doden valt 78 procent in lage- en lagere middeninkomenslanden. Die landen zijn samen verantwoordelijk voor slechts 8 procent van de uitstoot.

Oxfam stelde ook een index samen van 217 bedrijven. Die verdienen zowel aan vervuilende sectoren als aan rampenbestrijding en wederopbouw. Daarom vraagt Oxfam in Antalya om permanente belastingen op vermogen en hoge inkomens, een vaste belasting op fossiele bedrijven en hoge heffingen op luxe met veel uitstoot, zoals privéjets. Klimaatgeld moet bovendien als gift komen, niet als nieuwe schuld.

Waar de ngo’s het over eens zijn

De accenten verschillen, maar de lijn is duidelijk. Alle grote organisaties vinden dat COP31 geen nieuwe beloftes moet opleveren, maar uitvoering. Ze willen meer publiek geld voor adaptatie en schade, liefst als giften. Ze willen een mechanisme voor een rechtvaardige overgang. En ze willen dat elektrificatie fossiele brandstoffen echt verdringt.

Ook hulporganisatie CARE sluit zich daarbij aan. Volgens CARE kan privaat geld helpen, maar blijft publiek geld onmisbaar, vooral voor adaptatie en schade.

Waar je de komende twee weken op moet letten

De eerste dagen gaat het vooral om de agenda. Komt adaptatiefinanciering erop, of loopt de top vast in procedures? Tijdens de leiderstop op 11 en 12 november moeten de grote geldtoezeggingen komen. Met minder leiders in de zaal is de kans daarop kleiner.

In de tweede week draait alles om de slottekst. Belangrijke vragen zijn of het 35 by 35-doel wordt vastgelegd, of het mechanisme voor een rechtvaardige overgang van de grond komt en of rijke landen geld op tafel leggen. De top eindigt officieel op 20 november. Zoals bij bijna elke COP is uitloop waarschijnlijk.

Bronnen