Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op het Kola-schiereiland boorden Sovjet-geofysici zich in 1989 naar 12.262 meter diepte, een record dat nog altijd staat. Hun route naar de aardmantel strandde op een verrassing uit de diepte.
De verlaten oppervlakteinstallatie van het Kola Superdiepe Boorgat in de Russische toendra, met roestige booruitrusting en omringende moerassen. Beeld: Wikimedia Commons.
Op 24 mei 1970 begon nabij de Noorse grens een Sovjetproject dat de aarde moest openleggen tot aan de mantel. Jarenlang daalden geofysici steeds verder af, door lagen graniet en basalt die onder het oppervlak heel anders bleken dan de schoolatlas doet vermoeden. De grote tegenstander was een veel hogere temperatuur dan verwacht: op diepte liep die op tot 180 graden, waardoor de rots langzaam begon terug te vloeien in het boorgat. Terwijl de technische problemen zich opstapelden, raakte ook de financiering in de laatste jaren van de USSR steeds verder onder druk.
De recordpoging liep via een tweede boorgat verder
In oktober 1982 stond de teller van SG-3 op 11.662 meter. Vanaf 9.300 meter diepte begon in januari 1983 een tweede zijtak, die datzelfde jaar de grens van 12.000 meter passeerde. Daarna lag het werk ongeveer een jaar stil voor wetenschappelijke en officiële bezoeken.
De schacht was op het diepste punt slechts 23 centimeter breed. Hij ging als een smalle koker door gesteente dat bijna 2,7 miljard jaar oud is, ongeveer zo breed als een basketbal maar dan kilometerslang recht naar beneden.
Hete machines, taaie grenzen
De geofysici rekenden rond 12 kilometer diepte op 100°C. De temperatuurmetingen vielen veel hoger uit dan hun modellen voorspelden, waardoor boorkoppen, metalen onderdelen en de boorspoeling hun werk niet meer betrouwbaar konden doen. Die boorspoeling moet een gat onder meer koelen en schoonhouden.
- De diepste tak liep in 1992 definitief vast.
- Een laatste, ondiepere zijtak begon in 1994 en stopte bij 8.578 meter.
- Voor die laatste poging was uiteindelijk te weinig geld beschikbaar.
De ambitie reikte tot ongeveer 35 kilometer, waar in dit deel van de aardkorst de mantel begint. SG-3 kwam tot ongeveer een derde van die afstand, ondanks tientallen jaren werk en steeds nieuwe technische ingrepen.
De sensatie bleek een verzinsel
In de jaren 1990 dook het verhaal op dat microfoons in de put kreten uit de hel hadden opgenomen. Daar bestaat geen enkele verifieerbare opname of technische rapportage van. Het was een internetverhaal dat bleef rondzingen omdat een boorgat van 12 kilometer nu eenmaal flink tot de verbeelding spreekt.
De echte afloop was al dramatisch genoeg. Na het uiteenvallen van de USSR in 1991 droogde de financiering op, precies toen de technische problemen het duurst werden. Zonder geld voor aangepaste apparatuur en nieuwe zijtakken viel er weinig meer te redden.
Goed om te weten
De aardkorst onder oceanen is dunner dan onder continenten. Toch hebben boringen in de Stille Oceaan de verticale diepte van SG-3 niet ingehaald.
Een staalplaat boven een verlaten onderzoeksplek
In 2008 was het complex volledig verlaten. De gebouwen en installaties raakten in verval, terwijl de eigenlijke put werd afgesloten met een metalen deksel dat vastgebout en dichtgelast is.
Onder die plaat zit nog steeds een uitzonderlijk smalle schacht in de aardkorst. De diepte ervan is zelfs groter dan de Mariannentrog diep is onder het zeeoppervlak, al gaat het om totaal verschillende manieren van meten.
De aardkorst bleek veel minder voorspelbaar
SG-3 veranderde ook ideeën over wat er diep in de korst zit. Geologen verwachtten rond 7 kilometer diepte basalt aan te treffen, maar vonden daar geen basaltlaag: graniet liep door tot veel grotere diepte.
Ook de aanwezigheid van vrij water verraste veel onderzoekers. Vóór Kola gingen veel geologen ervan uit dat water op 5 kilometer diepte nauwelijks nog door de dichte korst kon bewegen. De geothermische meetgegevens uit SG-3 werden in 1999 nog uitgebreid geanalyseerd door onderzoeker Popov van het Moscow Geological Prospecting Institute in Moskou, omdat diepe boringen temperatuur en gesteente steeds opnieuw anders laten uitpakken dan een model op papier voorspelt.
