Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
El Niño is sinds juni actief en de WMO ziet een reële kans dat de opwarming in de Niño 3.4-zone records breekt. Voor Europa zetten seizoensmodellen in op een zachte, natte winter, maar voor Nederlandse sneeuw is de uitkomst minder rechtlijnig.
Wie wil schatsen komende winter houdt de Stille Oceaan in de gaten. Foto: iStock – Enjoylife2
Wie komende winter hoopt op een paar dagen schaats- of sleeweer, doet er goed aan naar een stuk oceaan aan de andere kant van de wereld te kijken. Onder het oppervlak van de tropische Stille Oceaan lagen de temperaturen in juli en begin augustus op sommige plekken meer dan 8 graden boven normaal, een opgebouwde warmte die de atmosfeer nog maanden kan beïnvloeden. Modellen rekenen inmiddels op een piek van rond 3,6 graden boven normaal in die zone, een belangrijke factor voor de Europese stromingspatronen waar Nederland van afhankelijk is.
De oceaan had al een flinke warmtevoorraad klaarstaan
De aanloop begon al na het wegebben van La Niña in de winter van 2025/2026. In de westelijke tropische Stille Oceaan liep de warmte-inhoud van het water opnieuw op, waarna het voorjaar van 2026 een uitzonderlijk snelle opwarming van de hele tropische Stille Oceaan bracht.
Die warmtevoorraad is er nu. Het Amerikaanse Climate Prediction Center van NOAA geeft meer dan 90 procent kans op een zeer sterke El Niño in de herfst en winter van 2026/2027.
De oude records staan behoorlijk onder druk
De IRI-modellen rekenen voor oktober, november en december op minstens 3,0 graden Celsius boven normaal in de Niño 3.4-zone. Gemiddeld komen de berekeningen uit op een piek van 3,6 graden Celsius, hoger dan de circa 3 graden tijdens de zeer sterke El Niño van 2015/2016.
Klimaatwetenschapper Zeke Hausfather zag dat 91 procent van de modelberekeningen voor 2026 boven de piek van 2015/2016 uitkomt. Het record is nog niet binnen, maar de kans erop is volgens de modellen groot.
“Als deze ontwikkeling doorzet, kan dit sterker worden dan alles wat we sinds het begin van onze metingen hebben gezien. Dan valt het letterlijk buiten de grafieken die we de afgelopen vier decennia gebruiken.”
Celeste Saulo, secretaris-generaal van de WMO
Saulo sprak die waarschuwing op 3 september uit in Genève. De Wereld Meteorologische Organisatie volgt vergelijkbare metingen inmiddels al ruim vier decennia.
Europa krijgt waarschijnlijk een natte westenwind
De seizoensmodellen van onder meer het ECMWF wijzen voor Europa vooral op een zachte, neerslagrijke westelijke stroming in de winter van 2026/2027. Voor grote delen van het vasteland neemt daarmee de kans op sneeuwtekorten toe, terwijl hooggelegen gebieden zoals de Alpen en het noorden en noordoosten betere kaarten houden.
Voor wintersporters is dat een duidelijk verschil. Op lagere hoogtes valt eerder regen dan sneeuw, terwijl berggebieden vaker koud genoeg blijven voor gewone sneeuwval.
Een koude omslag is niet uitgesloten. Een sterke El Niño kan de druk op de polaire vortex verhogen, de gordel van harde winden rond de Noordpool, en zo halverwege de winter een verstoring waarschijnlijker maken. Zo’n verstoring kan later alsnog kou en sneeuw naar delen van Europa brengen.
Nederland blijft afhankelijk van meer dan die ene oceaanzone
Het KNMI benadrukt dat El Niño weinig directe invloed heeft op het Nederlandse weer. Via de bredere Europese stromingspatronen kan de invloed wel indirect doorwerken, maar een precieze Nederlandse sneeuwverwachting volgt daar niet automatisch uit.
Voor ons land past een zachte, natte winter beter bij de huidige modelsignalen dan langdurig sneeuwweer. De atmosfeer kent meer stuurknoppen dan de tropische Stille Oceaan alleen, waardoor een paar winterse weken alsnog kunnen opduiken.
De grootste klappen vallen pas in 2027
De wereldwijde gevolgen van deze El Niño worden volgens het KNMI vooral in 2027 zichtbaar. Droogte en overstromingen kunnen dan tropische en subtropische gebieden raken, met gevolgen voor landbouw en oceaanstromingen.
Ook de kans op tropische orkanen rond de Caribische Eilanden kan veranderen. Voor Nederland zijn de fysieke effecten beperkt, maar zulke ontwikkelingen raken gebieden waarmee we via handel, transport en familiebanden nauw verbonden zijn.
Over het onderzoek
De verwachtingen steunen op metingen van afwijkende zeewatertemperaturen, historische reeksen en rekenmodellen voor El Niño en La Niña. Het IRI verwacht minstens 3,0 graden opwarming in de Niño 3.4-zone in de periode oktober tot en met december.
NOAA, de WMO en het ECMWF blijven hun berekeningen de komende maanden bijwerken. De verwachte piek van El Niño ligt tussen oktober 2026 en januari 2027.

