Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Een Israëlisch-Amerikaans bedrijf wil de Aarde afkoelen door miljoenen tonnen piepkleine deeltjes de stratosfeer in te sturen. De techniek heet solar geoengineering. Ze moet een deel van het zonlicht terugkaatsen, zodat de aarde minder snel opwarmt. Wetenschappers waarschuwen voor de risico's van de techniek en de toepassing ervan door op winst beluste bedrijven.
Kan het spuiten van deeltjes in de atmosfeer het klimaat afkoelen? Foto: iStock – SCM Jeans
Wat is solar geoengineering?
Solar geoengineering (of zonnestralingsbeheer) is een verzamelnaam voor technieken die zonlicht dimmen. De bekendste methode spuit vanuit vliegtuigen of ballonnen kleine deeltjes hoog de atmosfeer in. Die deeltjes kaatsen een deel van het zonlicht terug de ruimte in.
De techniek bootst een natuurlijk proces na. Vulkaanuitbarstingen stoten soms zoveel zwaveldioxide de lucht in, dat de temperatuur op aarde tijdelijk daalt. Toen de Pinatubo in 1991 uitbarstte, daalde de wereldwijde temperatuur meer dan een jaar lang met ongeveer 0,5 graden Celsius.
Als een bedrijf de eerste stappen zet
Stardust Solutions is een van de meest recente bedrijven die zich aan de techniek wagen. Het bedrijf werd in 2023 opgericht door twee voormalige Israëlische kernfysici. Het haalde al 75 miljoen dollar op bij investeerders. Daarmee is het volgens kenners het best gefinancierde bedrijf in deze jonge sector.
De meeste onderzoekers naar zonnestralingsbeheer werken met zwaveldioxide. Dat kan echter zure regen veroorzaken en de ozonlaag aantasten. Stardust ontwikkelde daarom twee alternatieve deeltjes. Het eerste bestaat uit amorf silica, een stof die ook in voedsel, tandpasta en cosmetica zit. Het tweede heeft een kern van calciumcarbonaat, de belangrijkste bouwsteen van eierschalen, met daaromheen een schil van amorf silica.
Volgens het bedrijf zou elke miljoen ton deeltjes de wereldwijde temperatuur met zo’n 0,5 graad Celsius kunnen verlagen. Zo’n inzet moet jaarlijks worden herhaald en kost ruwweg 10 miljard dollar. Stardust wil de komende jaren buiten het laboratorium gaan testen, maar alleen onder toezicht van overheden. Zoals die onder aanvoering van figuren als Trump, Musk, Milei of Netanyahu?
Twijfel bij wetenschappers
Niet iedereen is dan ook overtuigd. David Keith, hoogleraar geofysica aan de Universiteit van Chicago, vindt dat Stardust te stellig beweert dat zijn deeltjes veiliger zijn dan zwaveldioxide. Hij wijst op de zogeheten hitchhiker hypothese. Deeltjes in de lucht kunnen onderweg metalen of andere schadelijke stoffen oppikken. Mensen kunnen die dan inademen, met mogelijke gezondheidsschade tot gevolg.
Ook Kelly Wanser, directeur van onderzoeksorganisatie SilverLining, zegt dat nog onduidelijk is hoe zulke deeltjes zich op grote schaal zouden gedragen in de atmosfeer.
Daarbij komt dat de deeltjes na een jaar uit de atmosfeer neerslaan, en niemand weet met welke gevolgen.
Onvoorspelbare gevolgen voor regen en landbouw
Onderzoekers van de universiteiten van Reading en Plymouth vergeleken twee vormen van zonnestralingsbeheer met elkaar. Bij de inzet van aerosolen in de stratosfeer loopt 42 procent van het aardoppervlak een groter risico op ingrijpende veranderingen in de regenval. Dat gebied huisvest 36 procent van de wereldbevolking en produceert 60 procent van het wereldwijde bruto binnenlands product.
Ook de Amerikaanse rekenkamer GAO waarschuwt voor luchtvervuiling, schade aan de ozonlaag en verstoorde regen en sneeuwval. Er kunnen daarnaast nog onbekende schadelijke effecten zijn. Volgens klimaatorganisatie Project Drawdown zijn de mogelijke gevolgen voor de aarde en de mensheid zo groot, dat grootschalige inzet van de techniek op dit moment niet wordt aangeraden.
Niet al het onderzoek is even somber. Klimaatmodellen van vijf verschillende onderzoeksinstellingen suggereren dat stratosferische aerosolinjectie het Amazonewoud juist zou kunnen beschermen tegen koolstofverlies door klimaatverandering. Dat geldt echter niet voor alle tropische bossen. De onderzoekers benadrukken dat de onzekerheid groot blijft.
Het risico van plotseling stoppen
Een ander groot gevaar is termination shock. Zodra een land begint met zonnestralingsbeheer, moet het daarmee doorgaan. Stopt de inzet plotseling, bijvoorbeeld door oorlog, geldgebrek of politieke onrust, dan komt alle opgehoopte opwarming in korte tijd los. Klimaatfysicus Raymond Pierrehumbert van de Universiteit van Oxford verwoordt het zo: “De wereld staat dan voor een catastrofe, met plotselinge opwarming in een paar jaar tijd.”
Stardust zegt dat zijn techniek juist geleidelijk kan worden afgebouwd. De deeltjes vallen binnen ongeveer een jaar vanzelf weer uit de atmosfeer. Een regering zou de afkoeling daardoor stap voor stap kunnen terugdraaien.
Veel geld, weinig regels
Het onderzoeksbudget voor zonnestralingsbeheer groeit snel. Alleen al in 2025 verdrievoudigde de wereldwijde financiering bijna. Het Verenigd Koninkrijk trekt via onderzoeksbureau ARIA 57 miljoen pond uit voor onderzoek naar de techniek.
Die groei roept vragen op. Pierrehumbert vindt dat winstbelangen van investeerders geen rol mogen spelen in beslissingen die de hele planeet raken. Chukwumerije Okereke, hoogleraar mondiaal bestuur aan de Universiteit van Bristol, vreest dat rijke landen en private investeerders zullen bepalen wanneer en hoe de techniek wordt ingezet. Arme landen voelen de gevolgen van klimaatverandering vaak het hardst, maar hebben weinig te zeggen.
Begin 2026 riepen ruim zestig klimaatwetenschappers op tot internationale afspraken over experimenten met zonnestralingsbeheer. Ook de Afrikaanse milieuorganisatie AMCEN en verschillende Afrikaanse jongerenorganisaties spraken zich uit tegen de techniek, vanwege de ecologische, ethische en geopolitieke risico’s.
Ook Nederland volgt de ontwikkelingen
Volgens het KNMI wordt climate engineering nog niet echt toegepast, juist vanwege de grote en deels onbekende risico’s. Om die reden vinden er ook geen grootschalige experimenten mee plaats.
Ook Den Haag houdt de ontwikkelingen in de gaten. Partijen bij het VN-Biodiversiteitsverdrag, waaronder Nederland, riepen op om geen grootschalige klimaatgerelateerde geo-engineering toe te passen, totdat de wetenschap dit rechtvaardigt. Daardoor geldt er een moratorium, al is dat niet juridisch bindend. Het kabinet zet zich daarnaast in voor een internationaal juridisch kader voor de sturing van zonnestralingsbeheer.
Hoogleraar Corien Prins pleitte in het Nederlands Juristenblad ervoor dat Nederland een voortrekkersrol op zich neemt. Juist zo’n rol kan volgens haar internationale afspraken sneller dichterbij brengen.
Geen vervanger voor klimaatbeleid
Vrijwel alle experts zijn het over één punt eens. Zonnestralingsbeheer lost de oorzaak van klimaatverandering niet op. De techniek vermindert geen CO2-uitstoot en doet dus niets tegen bijvoorbeeld verzuring van de oceaan. Ook Stardust-directeur Yanai Yedvab erkent dat zijn techniek geen wondermiddel is en het aanpakken van de onderliggende oorzaken van klimaatverandering niet vervangt.
De Climate Overshoot Commission riep regeringen in dit verband al eerder op om eerst fossiele brandstoffen af te bouwen en te investeren in aanpassing aan extreem weer en in CO2-verwijdering, voordat zonnestralingsbeheer serieus wordt overwogen.
Critici vrezen vooral dat de belofte van een technologische oplossing de druk van de klimaatketel haalt. Als landen denken dat ze de zon straks kunnen dimmen, hebben ze wellicht minder haast om fossiele brandstoffen af te bouwen. Zolang zulke vragen onbeantwoord blijven, blijft zonnestralingsbeheer een van de meest omstreden klimaattechnieken.
