Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In de Poolse Uilengebergte legde nazi-Duitsland tussen 1943 en 1945 meer dan negen kilometer aan tunnels aan. Tienduizenden dwangarbeiders uit het kampnetwerk Gross-Rosen moesten eraan werken. Waarvoor Project Riese precies bedoeld was, blijft onopgelost.
Onder het Uilengebergte in Polen ligt een geheimzinnig gangenstelsel uit de Tweede Wereldoorlog. Foto: iStock – Credit:Remigiusz Lagoda
Een bergwand met een donkere ingang ziet er misschien uit als een verlaten mijn, maar achter zeven toegangen in het Poolse Uilengebergte schuilt een veel groter ondergronds netwerk. Alleen het grootste afzonderlijke complex, Włodarz, telt al zo’n drie kilometer aan gangen. De harde rotsen van het gebergte boden bescherming tegen geallieerde luchtaanvallen, maar de onafgemaakte bouwwerken roepen nog altijd vragen op over de schaal en functie van dit naziduitse project.
Onder de rots bleef veel onaf
In de berg zit nog altijd een vreemd contrast: enorme uitgegraven ruimtes naast gangen die abrupt ophouden. In totaal werd in het Uilengebergte naar schatting 90.000 m³ rots uitgegraven, genoeg om een flink ondergronds bouwterrein te maken.
Toch kreeg slechts een klein deel van de gangen ooit een bekleding van staal en beton. De rest bleef ruw uitgehakt, met vochtige wanden en onafgewerkte doorgangen. Dat maakt zichtbaar hoe plotseling de werkzaamheden werden afgebroken.
13.000 gevangenen betaalden de prijs
Project Riese rustte op dwangarbeid uit het kampnetwerk Gross-Rosen. Ongeveer 13.000 gevangenen moesten aan tunnels, zalen en toegangswegen werken, onder wie veel Joodse gevangenen uit Polen, Hongarije en Italië.
De arbeidsomstandigheden waren dodelijk. Naar schatting stierven circa 4.900 dwangarbeiders tijdens het Riese-project en in het eraan verbonden kampsysteem, door uitputting, ziekte en geweld.
Goed om te weten
Gross-Rosen was geen enkel kamp, maar een netwerk van hoofdkamp en buitenkampen. De gevangenen werden ingezet waar nazi-Duitsland op dat moment dringend arbeid nodig had.
Hitler wilde sneller bouwen, Speer nam over
In april 1944 greep Adolf Hitler in omdat de bouw te langzaam vorderde. Hij haalde het project weg bij de Silezische Industriemaatschappij en legde het in handen van de Todt-organisatie, de bouwdienst die werd geleid door Albert Speer, Hitlers hoofdarchitect en ingenieur.
Maar ook die wisseling van de leiding bracht het project niet tot een einde. Toen nazi-Duitsland in 1945 uit dit gebied werd verdreven, bleven de werkzaamheden steken in verschillende stadia van afbouw.
Hoofdkwartier, fabriek of allebei?
Historici leggen meerdere verklaringen naast elkaar. De ondergrondse ruimtes bij Książ Castle en in het Uilengebergte kunnen bedoeld zijn geweest als een zwaar beveiligd hoofdkwartier voor Hitler, als ondergrondse wapenfabriek of als een combinatie van die twee.
Daar kwam na de oorlog nog een hardnekkig verhaal bij over geheime Wunderwaffe-wapens die hier ontwikkeld zouden worden. Voor zulke plannen bestaat geen hard bewijs, dus die gedachte blijft speculatie.
- Osówka heeft ongeveer 1.700 meter aan smalle gangen, zalen en zijpassages.
- Włodarz geldt als het grootste afzonderlijke deel van Riese.
- Na 1945 trokken vooral ervaren speleologen en schatzoekers de verlaten tunnels in.
Een bunkercomplex werd een bezoekplek
Inmiddels zijn delen van Osówka en Włodarz opengesteld voor bezoekers. Je loopt er niet door een nagebouwde attractie: de rotswand, betonresten en onafgemaakte ruimtes laten nog steeds zien hoe haastig en meedogenloos het project werd uitgevoerd.
Riese is voor Europese bezoekers meer dan een verhaal over verborgen gangen. Het is een tastbaar spoor van de oorlogseconomie, waarin bescherming tegen bombardementen hand in hand ging met massale uitbuiting van gevangenen.
Over het onderzoek
Een officieel document dat de uiteindelijke functie van Project Riese vastlegt, is nooit opgedoken. Daardoor blijft het onmogelijk om één van de theorieën definitief aan te wijzen als de juiste.
Ook de geplande omvang blijft onzeker. Sommige schattingen noemen een terrein van 35 km², maar daarvoor bestaat geen bevestiging uit een primair archiefstuk.
