Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In Asse II bij Wolfenbüttel liggen zo'n 126.000 vaten radioactief afval opgeslagen. Zoutwater stroomt er al sinds 1988 binnen, maar sinds 2024 zoekt het onverwacht diepere routes, terwijl de BGE de instroom nog altijd probeert in te dammen.
Een kerncentrale in Duitsland. Foto: iStock – aerovista luchtfotografie
Wie een lekkende kelder heeft, weet hoe snel een druppel een groot probleem wordt, zeker als die kelder honderden meters onder de grond ligt. In de voormalige zoutmijn Asse II bij Wolfenbüttel is de waterinstroom al decennia een zorg, met normaal zo’n 12.000 liter zoutwater per dag. Sinds de waterstromen in 2024 van route veranderden, zoeken mijnwerkers van beheerder BGE naar manieren om grip te houden op een systeem dat volgens de organisatie instabiel blijft. Op het spel staat ook de geplande, wettelijk verplichte terughaaloperatie van het afval.
Het water verdween op 658 meter, maar dook dieper weer op
Begin 2024 droogde het hoofdopvangpunt op 658 meter diepte helemaal op. Het zoutwater bleek verder naar beneden te zijn getrokken, tot het niveau op 725 meter.
In mei 2024 meldde de beheerder dat ruim 6 kubieke meter van de dagelijkse instroom niet meer viel op te vangen. Een gescheurde beschermfolie bij het oude opvangpunt liet ongeveer de helft van het water door naar andere delen van de mijn.
Zoeken naar de nieuwe route blijft een gok
Ondergrondse gang in een zoutmijn met zoutlagen aan beide zijden en werkmateriaal op de tunnelvloer. Beeld: BGE.
“Sinds het hoofdopvangpunt steeds droger werd en uiteindelijk volledig opdroogde, lijkt de zoektocht naar het water op een kat-en-muisspel.”
Iris Graffunder, bestuursvoorzitter van de Bundesgesellschaft für Endlagerung
Mijnwerkers bereikten op 19 februari 2026 de zuidkant van een opgraving boven de voormalige folie. Daar troffen ze water aan, precies waar de beheerder het verwachtte. De nieuwe waterroute is daarmee nog niet onder controle.
De BGE noemt het indammen van de instroom een instabiel systeem. Elke ingreep onder de grond kan de route van het zoutwater opnieuw veranderen, terwijl de mijn al gevuld is met afval dat er juist veilig uit moet.
Op 750 meter kwamen de vaten eindelijk in beeld
In augustus 2025 bereikte een verkenningsboring opslagkamer 12, op 750 meter diepte. Daar waren meerdere vaten zichtbaar. Iris Graffunder zei dat de exemplaren die mijnwerkers konden zien er op het eerste gezicht in goede staat uitzagen.
Dat zegt nog niets over alle 126.000 vaten in de mijn. De terughaaloperatie is sinds 2013 wettelijk verplicht, maar de eerder beoogde start in 2033 staat opnieuw op losse schroeven door aanpassingen in de planning.
De financiële rekening kan ook flink oplopen. Greenpeace schat de kosten van het bergen van het afval op 4 tot 6 miljard euro, uiteindelijk te betalen door de belastingbetaler. Milieuminister Steffi Lemke stelde eerder dat het veilig terughalen van het afval topprioriteit moet blijven.
Christian Meyer, milieuminister van Nedersaksen, sprak in mei 2024 al van een nieuw hoofdstuk in de nucleaire ramp rond Asse II. Zijn waarschuwing kwam vlak nadat duidelijk was geworden dat de folie bij het opvangpunt niet meer deed wat die moest doen.
Een probleem dat verder gaat dan deze ene mijn
Asse II laat zien waarom de eindberging van kernafval in Europa zo’n lang en technisch ingewikkeld dossier blijft. Kernenergie stoot tijdens de productie weinig directe CO2 uit, maar het afval vraagt om veilige oplossingen die veel langer meegaan dan een mensenleven.
Ook in Nederland wordt gekeken naar opslag diep onder de grond, terwijl Asse II laat zien hoe lastig het is om decennia later alsnog grip te houden op water, zoutlagen en oude mijnbouwconstructies.
De BGE moet de waterstroom verder volgen en tegelijk de plannen voor het terughalen van de vaten opnieuw uitwerken. Een nieuwe startdatum voor die operatie is nog niet bekendgemaakt.
Over het onderzoek
De Bundesgesellschaft für Endlagerung beheert Asse II sinds april 2017. Het federale staatsbedrijf nam toen ook de verantwoordelijkheid voor de locaties Konrad en Morsleben over van het Bundesamt für Strahlenschutz.
De beheerder reconstrueert sindsdien stap voor stap waar het zoutwater door de mijn loopt en hoe de vaten veilig kunnen worden geborgen. De vondst aan de zuidkant van de opgraving op 19 februari 2026 geeft daarbij een nieuw aanknopingspunt.
