Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Stekkerbatterijen zijn in korte tijd enorm populair geworden. Je koopt zo'n thuisbatterij, steekt hem in het stopcontact en slaat er zelf opgewekte zonnestroom mee op. Precies dat gemak baart Brandweer Nederland zorgen. Zonder installateur mist er vaak deskundige blik bij de plaatsing, en dat kan leiden tot oververhitting, overbelasting en in het ergste geval brand. In dit artikel lees je waar de risico's precies zitten, wat de regels zeggen en hoe je een stekkerbatterij veilig gebruikt.
Brand in huis door verkeerd omgaan met een stekkerbatterij is geen denkbeeldig risico. Foto: iStock – SergeyToronto
Wat is een stekkerbatterij?
Een stekkerbatterij, ook wel plug-and-play-thuisbatterij genoemd, is een compacte accu die je rechtstreeks op een bestaand stopcontact aansluit. De capaciteit ligt meestal tussen de 2 en 6 kWh, veel minder dan een reguliere thuisbatterij. Bij een gewone thuisbatterij komt een installateur langs, die de accu vast aansluit op een eigen elektrische groep en rekening houdt met een veilige plek. Bij een stekkerbatterij ontbreekt die stap. Je doet de installatie zelf, in een bestaande en vaak niet-aangepaste installatie.
Waarom maakt de brandweer zich zorgen?
Brandweer Nederland volgt de opmars van stekkerbatterijen al langer op de voet. Volgens Teun Payens van Brandweer Nederland verdwijnt er iets belangrijks als de installateur wegvalt. Hij zegt dat je daarmee de deskundigheid bij de plaatsing kwijtraakt. Ook Gerard Holtkamp, vakspecialist bij Brandweerzorg Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, wijst op incidenten die ontstaan door onwetendheid. Zo boorde iemand tijdens klussen per ongeluk door een muur, recht in de thuisaccu van de buurman. Die accu raakte daardoor in thermal runaway, een oncontroleerbare kettingreactie waarbij een batterij zichzelf steeds verder opwarmt.
Wat zijn de belangrijkste risico’s?
De risico’s van een stekkerbatterij zitten zelden in het apparaat zelf, maar vooral in het gebruik. De belangrijkste knelpunten zijn:
- Oververhitting. Een batterij produceert warmte, net als andere elektrische apparaten. Onvoldoende ventilatie of een afgesloten kast kan die warmte laten opstapelen.
- Overbelasting van de groep. Sluit je de batterij aan op dezelfde groep als de wasmachine, oven of waterkoker, dan kan de stroom in die groep hoger worden dan waarvoor de bedrading in de muur geschikt is.
- Gebruik van stekkerdozen of verlengsnoeren. Die zijn niet gebouwd op een apparaat dat continu een groot vermogen laadt en levert. De contactpunten kunnen daardoor warm worden.
- Onveilige plaatsing. Een batterij in de gang, bij de voordeur of onder de trap blokkeert bij rook of brand juist de vluchtroute.
- Kwaliteitsverschillen. Naast betrouwbare fabrikanten met veilige lithium-ijzerfosfaatcellen, komen er ook mindere systemen op de markt, met minder goede beveiliging.
Hoe vaak gaat het mis?
De markt voor stekkerbatterijen is nog jong, en grote branden zijn tot nu toe zeldzaam. Toch groeit het aantal installaties snel, en daarmee ook de kans op incidenten. Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) onderzoekt daarom actief hoe hulpdiensten moeten omgaan met branden in lithium-ionthuisbatterijen, juist omdat een flinke toename wordt verwacht. Vergeleken met het totaal aantal woningen met een batterij is het aantal meldingen nu nog klein, maar de brandweer wil daar niet lichtzinnig over denken.
Wat zegt de norm, PGS 37-1?
De richtlijn PGS 37-1 beschrijft veiligheidseisen voor de opslag van batterijen. Deze richtlijn geldt vanaf een capaciteit van 20 kWh en is vooral geschreven voor grotere, zakelijke energieopslagsystemen, zoals buurtbatterijen. De meeste stekkerbatterijen vallen daar met hun 2 tot 6 kWh ruim onder, dus formeel is PGS 37-1 op particuliere stekkerbatterijen niet van toepassing. Toch gebruiken verzekeraars, gemeenten en de brandweer de richtlijn steeds vaker als algemeen referentiekader voor veilige opslag van batterijen. Voor grotere thuisopstellingen boven de 20 kWh wordt om die reden vaak alsnog aangeraden om de PGS maatregelen te volgen.
Hoe gebruik je een stekkerbatterij veilig?
Uit de adviezen van de brandweer en verschillende energiespecialisten komt een vrij eenduidig beeld naar voren.
- Sluit de batterij altijd rechtstreeks aan op een vaste wandcontactdoos, nooit via een stekkerdoos of verlengsnoer.
- Zet de batterij niet in een vluchtroute, gang, portaal of onder de trap.
- Kies een plek met voldoende ventilatie, zodat warmte kan wegstromen.
- Houd rekening met andere apparaten op dezelfde groep en overbelast die groep niet.
- Zorg voor een werkende rookmelder in de buurt van de batterij.
- Kies voor een kwaliteitsproduct met een goed batterijmanagementsysteem en het liefst lithium-ijzerfosfaatcellen, die thermisch stabieler zijn.
- Meld de aanschaf van je batterij bij je verzekeraar, zodat je zeker weet dat je gedekt bent.
Wat doe je als het toch misgaat?
Ruik of zie je iets vreemds bij de batterij, ga de ruimte dan niet zelf in. Sluit de deur, waarschuw huisgenoten en verlaat de woning via het vluchtplan. Bel vervolgens 112 en meld expliciet dat het om een brand in een thuisbatterij gaat, zodat de brandweer met de juiste kennis en middelen uitrukt.
Tot slot
Een stekkerbatterij is een aantrekkelijk en toegankelijk hulpmiddel in de energietransitie. Het brandgevaar is met juist gebruik beperkt te houden, maar het ligt wel voor een groot deel bij de gebruiker zelf. Goede plaatsing, een geschikte groep en een kwaliteitsproduct voorkomen volgens de brandweer al het grootste deel van de risico’s.
Bronnen
- NOS, Brandweer bezorgd over onveilig gebruik van steeds populairdere stekkerbatterij
- Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, Batterijen (onderzoek en kennisdocumenten)
- Arbeidsveiligheid.net, PGS 37-1: richtlijn voor de opslag van lithiumhoudende batterijen en accu’s
- Solar Magazine, interview met Gerard Holtkamp, vakspecialist Brandweerzorg Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland
