Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op 290 meter diepte onder de Naica-mijn loopt de temperatuur op tot 58 graden, bij een luchtvochtigheid die bijna 100 procent bereikt. Zelfs met speciale koelpakken houd je het er ongeveer 45 minuten uit.
Een voor beeld van veel voorkomende kristallen. Foto: iStock – naratrip boonroung
Stel je voor dat je afdaalt in een mijn en oog in oog komt te staan met kristallen zo lang als een stadsbus. In de Cueva de los Cristales bij Naica, in de Mexicaanse staat Chihuahua, groeien selenietformaties van tot 12 meter lang, ontstaan uit water dat door een ondergrondse magmakamer werd verhit. Mijnwerkers van Industrias Peñoles ontdekten de grot in april 2000 tijdens boringen in de Naica-mijn, maar voor onderzoek is iedere minuut eronder een race tegen de extreme hitte. De inmiddels gesloten grot geldt als een uitzonderlijk natuurwonder, gevormd over honderdduizenden jaren.
Een ondergrondse hal vol gipsreuzen
De ruimte zelf is verrassend compact, want de grot is ongeveer 109 meter lang en heeft een inhoud van 5.000 tot 6.000 kubieke meter. Toch lijken de kristallen er het hele plafond en de vloer over te nemen, alsof een bos van doorschijnende balken door elkaar is gegroeid.
Het gaat om seleniet, een heldere vorm van gips met de chemische formule CaSO4·2H2O. Sommige exemplaren zijn tot 4 meter dik en wegen ongeveer 55 ton, vergelijkbaar met het gewicht van een flinke vrachtwagen met oplegger.
Hier krijg je nauwelijks tijd om rond te kijken
Enorme selenietkristallen in een ondergrondse grot met een persoon die de schaal aangeeft. Beeld: Wikipedia.
Zonder beschermende uitrusting houden mensen het in deze omstandigheden maar enkele minuten vol. De combinatie van verzengende hitte en bijna verzadigde lucht maakt zweten, het natuurlijke koelsysteem van je lichaam, vrijwel nutteloos.
Teams konden de grot alleen kort betreden en moesten hun werk strak plannen. Een technische storing of een kleine vertraging wordt daar meteen een veiligheidsrisico.
“Het is een natuurwonder.”
Juan Manuel García-Ruiz, kristallograaf aan de Universiteit van Granada
De kristallen groeiden tergend langzaam
De reuzen begonnen als microscopisch kleine kristalletjes en groeiden gedurende honderdduizenden jaren uit tot hun huidige formaat. Dat kon doordat de grot lange tijd onder water stond en het warme, mineraalrijke water steeds nieuw bouwmateriaal aanleverde.
Kristallograaf Juan Manuel García-Ruiz onderzocht minuscule vloeistofdruppeltjes die opgesloten zitten in het kristalrooster. Die eeuwenoude insluitsels hielpen hem het groeiproces van de gigantische gipskristallen te reconstrueren.
García-Ruiz noemde de grot ook wel de Sixtijnse Kapel van kristallen, een complete ruimte die door één uitzonderlijk langzaam natuurproces is gevormd.
Grondstoffen brachten mensen bij dit wonder
De Naica-mijn was ingericht voor de winning van lood-, zink- en zilvererts. Die zoektocht naar grondstoffen bracht mijnwerkers bij een ruimte die wetenschappelijk veel zeldzamer bleek dan de ertslagen eromheen.
De ondergrond levert materialen op die we gebruiken, maar verbergt hier ook een natuurverschijnsel dat niet zomaar te vervangen is. De Cueva de los Cristales is niet toegankelijk voor bezoekers, waardoor het grootste deel van de wereld deze plek alleen via onderzoek en beeldmateriaal kent.
Meer dan 25 jaar na de vondst blijft dat een flinke beperking, want wie de grot wil beschermen, moet ook accepteren dat langdurig kijken, meten en filmen er maar heel beperkt mogelijk is.
Over het onderzoek
García-Ruiz en collega’s gebruikten de vloeistofinsluitsels in het gips als bron om te begrijpen hoe de kristallen konden doorgroeien. Zulke insluitsels zijn kleine restjes van het water waarin een kristal ooit ontstond.
De grot in Saucillo geldt daardoor als een bijzondere studieplek voor kristalgroei. De mijnwerkers van Industrias Peñoles stuitten er in april 2000 op, op 290 meter diepte onder de oppervlakte.
