Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Meer dan een eeuw na de ontdekking van Blood Falls op Antarctica is de rode kleur van het water verklaard. Onderzoekers vonden iets wat eerdere analyses misten: piepkleine ijzerrijke deeltjes die door blootstelling aan zuurstof roesten en zo hun felle kleur krijgen.
Uiticht op een gletcher in Antarctica. Foto: iStock – Frank Günther
Alsof er roest uit een kapotte waterleiding lekt, stroomt er aan de rand van de Taylor Glacier op Antarctica bloedrood water richting Lake Bonney. Sinds geoloog Thomas Griffith Taylor de waterval in 1911 zag, bleef de kleur een raadsel, met verklaringen die uiteenliepen van algen tot ijzermineralen. Nu blijkt dat de sleutel zit in piepkleine, ijzerrijke deeltjes die eerdere onderzoeksmethoden niet konden zien, en die pas aan de lucht hun felle rode kleur krijgen.
Diep in een kurkdroog dal
Blood Falls ligt aan de tong van de Taylor Glacier, in de McMurdo Dry Valleys in Oost-Antarctica. Het water loopt daar Lake Bonney in, midden in een landschap dat zo droog en koud is dat je er eerder steen en ijs verwacht dan een waterval.
De rode stroom is klein, maar valt juist daardoor extra op tegen het witte ijs. Het water komt uit een verborgen systeem onder de gletsjer, waar zout water zich door scheuren een weg naar buiten baant.
Goed om te weten
De pekel legt onder de Taylor Glacier een route af van ongeveer 300 voet, zo’n 90 meter, voordat hij bij Blood Falls naar buiten komt.
De kleur zat in bolletjes die niemand zag
Bloedrood water stroomt uit de voet van de Taylor Glacier in Antarctica, met sneeuw- en ijsvelden eromheen. Beeld: Wikimedia Commons.
Materiaalwetenschapper Ken Livi van Johns Hopkins University en zijn collega’s vonden dat de rode kleur wordt veroorzaakt door ijzerrijke nanobolletjes. Dat zijn piepkleine bolletjes zonder vaste kristalstructuur, ongeveer honderd keer kleiner dan een menselijke rode bloedcel.
Ze bevatten behalve ijzer ook silicium, calcium, aluminium en natrium. Veel gangbare methoden zoeken naar nette kristallen en missen dit soort vormloze materiaal, wat de bolletjes jarenlang aan het zicht onttrok.
“Zodra ik de microscoopbeelden zag, viel me op dat er kleine bolletjes waren die rijk waren aan ijzer”, zegt Ken Livi, materiaalwetenschapper aan Johns Hopkins University.
Wanneer het water buiten komt, reageren de bolletjes met zuurstof, licht en warmte uit de lucht. Het ijzer oxideert dan, vergelijkbaar met roestvorming, en geeft het water zijn opvallende kleur.
Zout houdt een miljoen jaar oud reservoir vloeibaar
Onder de gletsjer zit een pekelbron die mogelijk al meer dan een miljoen jaar is afgesloten van de buitenwereld. Het hoge zoutgehalte voorkomt dat dit water bevriest, zelfs bij temperaturen tot -17 graden Celsius.
Glacioloog Erin Pettit van de University of Alaska Fairbanks onderzocht met Jessica Badgeley en collega’s hoe dat zoute water onder het ijs blijft stromen. De Taylor Glacier geldt daardoor als de koudste bekende gletsjer met permanent stromend water.
- De bron bevat zout, ijzer en microben.
- De pekel blijft vloeibaar bij temperaturen waarbij zoet water al lang ijs zou zijn.
- Het water bereikt Blood Falls via scheuren in het gletsjerijs.
Een afgesloten stukje oude oceaan
DNA-onderzoek onder leiding van Angela Zoumplis van de University of California San Diego bracht in augustus 2026 nog een laag van het verhaal aan het licht. De onderzoekers analyseerden 167 monsters van de pekel en zagen dat de microben sterk verwant zijn aan mariene organismen.
Dat wijst erop dat het water ooit zeewater was, dat miljoenen jaren geleden onder de gletsjer werd ingesloten. De microben en de ijzerdeeltjes vertellen samen hoe een oud kustmilieu onder een dikke ijslaag kon blijven voortbestaan.
Blood Falls laat zien hoe zout, druk en temperatuur bepalen of water in bevroren gebieden vloeibaar blijft, een combinatie die ook elders van belang is om veranderingen in gletsjers te begrijpen.
Over de studie
Livi publiceerde de verklaring voor de kleur in 2023 samen met microbiologe Jill A. Mikucki van de University of Tennessee en collega’s in Frontiers in Astronomy and Space Sciences. Zij gebruikten transmissie-elektronenmicroscopen, apparaten die objecten tot 2 miljoen keer kunnen vergroten.
Die techniek maakte de nanobolletjes eindelijk zichtbaar, waar eerdere analyses uit de jaren zestig vooral kristallijne ijzermineralen zoals magnetiet, goethiet en hematiet hadden gezocht. Het onderzoek naar de waterroute uit 2017 en de DNA-studie uit 2026 vullen dat beeld aan met de herkomst van de pekel en zijn microben.
