Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Ecosystemen hebben veel minder reserve dan wetenschappers lang aannamen. Dat blijkt uit de grootste wereldwijde analyse tot nu toe naar biodiversiteit en de diensten die de natuur ons levert. Elke soort die verdwijnt, kost dus iets. Ander onderzoek laat bovendien zien dat herstel traag gaat en vaak onvolledig blijft.
De natuur heeft meer tijd nodig dan gedacht om te herstellen. Foto: iStock – TAMER YILMAZ
Het idee van de reservebank
Lang leefde onder ecologen een geruststellend idee. Ecosystemen zouden genoeg reservespelers hebben. Verdwijnt er een soort, dan neemt een andere soort zijn taak over. Wetenschappers noemen dat functionele redundantie. Volgens die gedachte maakt het verlies van een paar soorten weinig uit.
Een nieuwe studie in Nature Ecology & Evolution zet daar een flinke streep door. Onderzoekers van King’s College London en Imperial College London werkten samen met het Natural History Museum en het Alan Turing Institute. Hun conclusie: de reservecapaciteit van de natuur is sterk overschat.
“Onze bevindingen stellen de comfortabele aanname ter discussie dat ecosystemen genoeg reserve hebben, zodat het verliezen van een soort hier en daar niet veel verandert”, zegt hoofdonderzoeker Emma Moffett van King’s College London. “De ecologische voordelen blijven stijgen naarmate de diversiteit toeneemt, wat betekent dat ze dalen als we soorten verliezen.”
423 studies en ruim 220.000 datapunten
De onderzoekers bundelden 423 gepubliceerde studies met samen 222.829 datapunten. Die komen uit ecosystemen op land, in zoet water, in zee en in riviermondingen. De database is ruim twee keer zo groot als de grootste eerdere poging.
Het team keek naar 23 soorten ecosysteemdiensten en functies. Denk aan bestuiving, waterzuivering, opslag van koolstof en natuurlijke plaagbestrijding. Bij de meeste diensten vlakte het voordeel niet af na een handvol soorten. Het bleef gestaag stijgen naarmate er meer soorten waren. Omgekeerd betekent dat: elke soort minder levert minder op.
De oceaan heeft het meeste te verliezen
De opvallendste uitkomst gaat over de zee. De opslag van CO2 in zeewater en zeebodem reageerde veel sterker op biodiversiteit dan welke andere dienst ook. Zogenoemde blauwe koolstof, opgeslagen door oceanen, koraalriffen, kwelders en mangroven, hangt dus af van rijk zeeleven. Dat loopt van fytoplankton tot de microbiële voedselwebben die koolstof naar de diepzee pompen.
“Het resultaat voor de oceaan deed ons stokstijf stilstaan”, zegt Moffett. “Als de wereld rekent op blauwe koolstof om te helpen tegen klimaatverandering, kan het zeeleven geen bijzaak zijn.”
De onderzoekers waarschuwen wel dat dit resultaat op weinig datasets rust. Juist daarom noemen ze het een dringend kennisgat.
Niet alles hangt af van diversiteit
Er zijn ook uitzonderingen. Bescherming tegen overstromingen aan de kust en tegen erosie hing veel minder af van biodiversiteit. Die bescherming draait vaak om een of twee sleutelsoorten. Een voorbeeld zijn de struiken die zandduinen vastleggen. Natuurbeheer moet daarom twee dingen tegelijk doen. Het moet de totale diversiteit bewaken en onvervangbare sleutelsoorten beschermen.
De onderzoekers keken ook vooruit. Ze koppelden hun data aan de toekomstscenario’s van het IPCC. Bij een ontwikkeling die sterk op fossiele brandstoffen leunt, neemt de natuurlijke plaagbestrijding op landbouwgrond af. De klap is het hardst in landen met snelle bevolkingsgroei en een lager ontwikkelingsniveau.
Eerdere aanwijzingen: soorten zijn minder vervangbaar
De nieuwe studie staat niet alleen. In 2011 publiceerde Forest Isbell met collega’s al een analyse in Nature van 17 biodiversiteitsexperimenten in graslanden. Van de 147 onderzochte plantensoorten droeg 84 procent minstens één keer bij aan het functioneren van het ecosysteem.
Het punt zat in de details. Verschillende soorten deden ertoe in verschillende jaren, op verschillende plekken en voor verschillende functies. Een soort lijkt overbodig als je naar één functie onder één omstandigheid kijkt. Maar in een veranderende wereld zijn veel soorten nodig. Isbell zei destijds dat “soorten minder overbodig zijn dan eerder werd gedacht”.
Herstel van natuur gaat traag en blijft vaak onvolledig
Kan de natuur zich dan niet gewoon herstellen? Daar is ook onderzoek naar gedaan. En het beeld is niet geruststellend.
Een meta-analyse in Nature Communications uit 2017 gebruikte gegevens van 3.035 meetplots wereldwijd. De onderzoekers onder leiding van David Moreno-Mateos introduceerden het begrip herstelschuld. Herstellende ecosystemen hebben elk jaar een tekort vergeleken met ongestoorde natuur. Het aantal organismen ligt 46 tot 51 procent lager. De soortenrijkdom ligt 27 tot 33 procent lager. Ook de kringlopen van koolstof en stikstof blijven ruim een derde achter.
Zelfs als herstel uiteindelijk lukt, bouwt die schuld zich ondertussen op. De auteurs concluderen dat het herstellen of compenseren van natuur geen goed alternatief is voor het beschermen ervan.
Een tweede analyse van ruim 400 studies, onder leiding van Holly Jones, kwam tot een vergelijkbaar oordeel. Ecosystemen gaan na verstoringen zoals olielekken, landbouw en houtkap wel vooruit. Maar ze herstellen zelden volledig. Het herstel vertraagde naarmate de tijd verstreek. De laatste stappen zijn dus het moeilijkst. Actief herstel leverde gemiddeld geen sneller of vollediger resultaat op dan simpelweg stoppen met de verstoring.
De rekening komt later
Er speelt nog iets. Soorten verdwijnen vaak niet direct na het verlies van hun leefgebied. Ecologen spreken van een uitstervingsschuld. De natuur lijkt een tijd lang nog rijk, maar de rekening komt later.
Een Europees onderzoek naar 147 versnipperde graslanden vond zo’n schuld bij vaatplanten. De auteurs concludeerden dat alleen de huidige toestand van versnipperde natuur bewaren niet genoeg is. Vertraagd uitsterven zal anders tot verder verlies leiden. Een analyse van vijf diergroepen vond de uitstervingsschuld in bijna elk onderzocht geval terug. Tegelijk biedt die vertraging een kans. Wie nu leefgebied vergroot en verbindt, kan een deel van de schuld nog voorkomen.
Wat dit betekent voor Europa
De achteruitgang is al groot. Volgens het Living Planet Report 2024 van het WWF zijn gevolgde populaties van gewervelde dieren tussen 1970 en 2020 gemiddeld met 73 procent geslonken. In zoet water was de daling het sterkst, met 85 procent.
Europa is daarop geen uitzondering. Volgens de EU verkeert ruim 80 procent van de Europese habitats in slechte staat. De Europese natuurherstelwet is sinds augustus 2024 van kracht. Die verplicht lidstaten om in 2030 maatregelen te nemen voor minstens 20 procent van het land en de zee in de EU. In 2050 moeten alle ecosystemen die herstel nodig hebben aan de beurt zijn. Van de habitats in slechte staat moet in 2030 minstens 30 procent in goede staat zijn, in 2040 60 procent en in 2050 90 procent.
Beschermen gaat voor herstellen
Samen schetsen deze studies een helder beeld. De natuur heeft minder reserve dan gedacht. Herstel kost tijd en blijft vaak steken voor de finish. En een deel van het verlies komt pas jaren later aan het licht.
Herstelwetgeving is daarom belangrijk, maar niet genoeg. Wat er nog is, beschermen blijft de goedkoopste en zekerste strategie. Of zoals Will Pearse van Imperial College London het zegt: “We weten al dat biodiversiteit de mensheid ondersteunt door ons te voorzien van voedsel, schoon water, schone lucht en zoveel andere ecosysteemdiensten.”
Bronnen
- Moffett, Pearse e.a. (2026), Biodiversity safeguards ecosystem services and functions worldwide, Nature Ecology & Evolution
- Imperial College London: Biodiversity loss could threaten food security and climate protection
- Isbell e.a. (2011), High plant diversity is needed to maintain ecosystem services, Nature
- ScienceDaily (2011): Biodiversity critical for maintaining multiple ecosystem services
- Moreno-Mateos e.a. (2017), Anthropogenic ecosystem disturbance and the recovery debt, Nature Communications
- Jones e.a. (2018), Restoration and repair of Earth’s damaged ecosystems
- Krauss e.a. (2010), Habitat fragmentation causes immediate and time-delayed biodiversity loss at different trophic levels, Ecology Letters
- Halley e.a. (2016), Dynamics of extinction debt across five taxonomic groups, Nature Communications
- WWF: Living Planet Report 2026
- Europees Parlement: Parliament adopts law to restore 20% of EU’s land and sea
- IUCN: The Nature Restoration Law passes
