Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In de nacht van 1 op 2 februari 1959 ontvluchtten negen bergwandelaars hun tent op de Djatlov-pas, slecht gekleed en bij strenge vorst. Zwitserse onderzoekers Johan Gaume en Alexander Puzrin kwamen 62 jaar later met een verklaring.
Reddingswerkers na een lawine op zoek naar overlevenden. Foto: iStock – Cylonphoto
Op een winterse berghelling kan een inkeping in de sneeuw uren later een lawine op gang brengen. Dat idee werpt licht op de dood van negen ervaren klimmers in de noordelijke Oeral, een zaak die decennialang ruimte liet voor speculatie over wat er die nacht misging. De groep was oorspronkelijk met tien: Yuri Yudin keerde eerder ziek terug en bleef als enige in leven. Onderzoekers proberen nu te begrijpen hoe sneeuw, wind en terrein samen de ramp konden veroorzaken.
De sporen liepen alle kanten op
Zoekers vonden de verlaten tent pas op 26 februari 1959. De lichamen lagen verspreid over de helling en verderop in het terrein, wat lang bijdroeg aan het beeld van een chaotische vlucht in het donker.
Onderkoeling was de voornaamste doodsoorzaak. Vier groepsleden hadden daarnaast zwaar letsel aan borstkas of schedel, en twee werden zonder ogen gevonden.
Expeditieleider Igor Dyatlov was 23 jaar en studeerde aan het Ural Polytechnic Institute. De tocht was op 27 januari begonnen bij de verlaten mijnnederzetting North-2.
De helling gaf pas uren later mee
Sneeuwbedekte berghellingen met rotsformaties en mogelijke lawinesporen, vergelijkbaar met het terrein van de Dyatlov-pas in de Oeral. Beeld: Swissinfo.
De verklaring draait om een sneeuwplaat-lawine: een harde, samenhangende laag sneeuw die als één groot blok kan afbreken. Zo’n plaat hoeft niet meteen te schuiven nadat iemand de helling heeft verstoord.
Het rekenmodel kwam uit op een vertraging van 9 tot 13 uur tussen de inkeping voor de tent en het afbreken van de sneeuwlaag. De wandelaars konden zich nog veilig wanen, terwijl boven hen langzaam extra gewicht ontstond.
“Als ze geen inkeping in de helling hadden gemaakt, was er niets gebeurd. Dat was de eerste oorzaak, maar op zichzelf niet genoeg. De katabatische wind heeft de sneeuw waarschijnlijk verplaatst, waardoor langzaam een extra laag kon ontstaan.”
Alexander Puzrin, hoogleraar geotechniek aan de ETH Zürich
Katabatische wind is koude, zware lucht die langs een helling naar beneden stroomt. Na een arctisch koufront kon die wind sneeuw op de onregelmatige berghelling ophopen, precies boven de plek waar de groep had gegraven.
De berg liet later opnieuw zien waartoe hij in staat is
Na de verklaring volgden in 2021 en 2022 drie expedities naar Kholat Syakhl, de berg bij de Djatlov-pas. Daar bleek dat de hellingen steil genoeg zijn voor lawines en dat het gebied er ook echt gevoelig voor is.
In januari 2022 zagen expeditieleden zelfs twee verse sneeuwplaat-lawines onder weersomstandigheden die vergelijkbaar waren met die van 1959. Dat levert geen filmopname van die fatale nacht op, maar wel een praktische toets van het model.
Een lawine werd al eerder vermoed
Een heropend onderzoek uit 2019, dat in 2020 werd afgerond, kwam ook al uit bij een lawine als waarschijnlijke aanleiding voor het plotselinge vertrek uit het kamp. Daarbij speelden slecht zicht en te weinig beschermende kleding een rol.
De latere studie rekende de vertraging en de precieze combinatie van terrein, wind en sneeuwbelasting door. Zo werd beter verklaarbaar waarom een helling die bij het opzetten van de tent nog rustig leek, uren later alsnog kon bezwijken.
Over de studie
Johan Gaume, hoofd van het Snow and Avalanche Simulation Laboratory aan de EPFL in Lausanne, leidde het onderzoek samen met Alexander Puzrin van de ETH Zürich. Hun studie verscheen in Communications Earth & Environment.
Het model bracht de vorm van de helling, de uitgegraven plek voor de tent en de invloed van wind samen. De vervolgexpedities van 2021 en 2022 leverden actuele waarnemingen op die passen bij de berekende lawinegevoeligheid van de Djatlov-pas.
