Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Bosbranden, droogte en overstromingen veroorzaken steeds grotere economische schade. Daarmee verschuift ook de aandacht van beleggers. Naast investeringen die klimaatverandering moeten afremmen, groeit de behoefte aan technologie en infrastructuur die economieën beter bestand maken tegen extreem weer. Volgens Hugo Bonnard en Elias Galand, fondsbeheerders bij vermogensbeheerder DPAM, ontstaan daardoor beleggingskansen in onder meer waterbeheer, elektriciteitsnetten, koeling en rampenpreventie.

investeren in infrastructuur

Door klimaatverandering moeten we meer investeren in infrastructuur. Foto: iStock – gorodenkoff

De zomer van 2026 laat zien hoe groot de gevolgen van klimaatverandering inmiddels kunnen zijn. Sinds het begin van het seizoen is volgens de Verenigde Naties bijna 6 miljoen hectare natuurgebied afgebrand in Europa en Noord-Amerika. In Europa gaat het om meer dan 434.000 hectare. De schade van de Europese bosbranden bedraagt volgens de Financial Times meer dan €3 mrd. Ook droogte en overstromingen drukken op landbouwopbrengsten en beschadigen infrastructuur.

Klimaatschade loopt snel op

De risico’s nemen verder toe. Volgens de Wereld Meteorologische Organisatie is er 91% kans dat de gemiddelde temperatuur wereldwijd vóór 2030 gedurende ten minste één jaar meer dan 1,5°C boven het pre-industriële niveau uitkomt. Ook de economische rekening kan veel hoger zijn dan tot nu toe werd aangenomen. De Verenigde Naties schatten de werkelijke kosten van natuurrampen op ongeveer $2.300 mrd per jaar, bijna tien keer zoveel als traditionele ramingen. Dat maakt investeringen in zowel mitigatie – het beperken van klimaatverandering – als adaptatie – het aanpassen aan de gevolgen ervan – volgens DPAM noodzakelijk.

Energietransitie blijft grote investeringen vragen

Bij mitigatie blijft hernieuwbare energie een van de belangrijkste investeringsgebieden. Volgens het Internationaal Energieagentschap is jaarlijks meer dan $4.500 mrd nodig voor de energietransitie. Daarbij gaat het niet alleen om wind- en zonneparken. Ook elektriciteitsnetten en energieopslag moeten sterk worden uitgebreid om een groter aandeel duurzame energie te kunnen verwerken.Daarnaast ziet DPAM beleggingskansen in energiebesparing bij gebouwen, industrie en vervoer.

Efficiënter energiegebruik verlaagt niet alleen de uitstoot, maar kan bedrijven ook direct kosten besparen. In sectoren met een hoge uitstoot, zoals zware industrie en landbouw, ontstaan nieuwe markten voor groene waterstof, alternatieve brandstoffen, materialen met een lagere CO₂-uitstoot en technologie voor het afvangen en opslaan van CO₂.

Water wordt steeds belangrijker beleggingsthema

Minstens zo belangrijk wordt volgens DPAM de aanpassing aan klimaatverandering. De gevolgen zijn immers niet meer iets voor de verre toekomst. Waterbeheer springt daarbij in het oog. Volgens het World Resources Institute wonen ongeveer 4 miljard mensen in gebieden met grote waterstress. Toenemende droogte en hevigere regenval vergroten de behoefte aan zuivering, hergebruik en efficiënter gebruik van water. Dat creëert markten voor technologieën zoals lekdetectie, slimme watermeters, hergebruik van afvalwater en preciezere irrigatiesystemen voor de landbouw.

Ook gebouwen moeten worden aangepast aan hogere temperaturen. DPAM wijst op betere isolatie, materialen die woningen en kantoren langer koel houden en efficiëntere systemen voor verwarming, ventilatie en airconditioning. Koeling vormt daarbij een dilemma. Airconditioningsystemen gebruiken veel energie, terwijl de vraag ernaar juist stijgt door hogere temperaturen. Voor beleggers ligt de kans daarom vooral bij energiezuinige systemen en koelmiddelen met een relatief lage klimaatimpact.

De OESO schat dat wereldwijd tot 2030 jaarlijks $6.900 mrd aan infrastructuurinvesteringen nodig is.

Infrastructuur moet weerbaarder worden

Ook bestaande infrastructuur is vaak niet berekend op extremer weer. Elektriciteitsnetten moeten worden aangepast aan pieken in de vraag, bijvoorbeeld tijdens hittegolven. Steden moeten tegelijk meer investeren in riolering en afwatering om zware regenval op te kunnen vangen. De bedragen zijn fors. De OESO schat dat wereldwijd tot 2030 jaarlijks $6.900 mrd aan infrastructuurinvesteringen nodig is.

Daarnaast groeit de markt voor technologie die schade kan voorkomen of beperken. Denk aan systemen die bosbranden vroeg signaleren, waarschuwingssystemen voor extreem weer en software waarmee bedrijven klimaatrisico’s beter kunnen inschatten. Voor beleggers kunnen dergelijke projecten bovendien interessant zijn doordat veel infrastructuurinvesteringen gebaseerd zijn op langlopende contracten. Dat kan zorgen voor relatief voorspelbare inkomsten.

Van klimaatrisico naar beleggingsthema

Volgens DPAM kunnen beleggers klimaatrisico daarom niet langer uitsluitend benaderen vanuit de energietransitie. Ook de fysieke gevolgen van klimaatverandering moeten steeds nadrukkelijker worden meegenomen in beleggingsbeslissingen.

Dat vraagt naast traditionele financiële analyse om inzicht in klimaatscenario’s en de kwetsbaarheid van bedrijven en infrastructuur voor bijvoorbeeld hitte, droogte, brand en overstromingen. Juist de combinatie van mitigatie en adaptatie kan volgens DPAM de komende jaren uitgroeien tot een belangrijk langetermijnthema voor beleggers.

Lees meer in het artikel Fire, floods and droughts: investing in mitigation and adaptation is imperative van Hugo Bonnard en Elias Galand, fondsbeheerders bij vermogensbeheerder DPAM.