Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Voor 2 miljard dollar werd in Texas gegraven aan de grootste deeltjesversneller ter wereld, maar het Congres trok in 1993 de stekker eruit. Terwijl de Superconducting Super Collider onvoltooid achterbleef, kreeg Europa de kans om de wetenschappelijke race alsnog te winnen.

supercollider

Een ondergrondse supercollider zoals die in Texas gebouwd moest worden. Foto: iStock – ratpack223

In Waxahachie, Texas, ligt nog altijd het begin van een tunnel die 87 kilometer lang had moeten worden. Ronald Reagan gaf in 1987 groen licht voor de Superconducting Super Collider, een project dat de natuurkunde een sprong vooruit moest helpen en de Verenigde Staten opnieuw wetenschappelijk leiderschap moest bezorgen. Maar terwijl de bouw vorderde, liepen de ramingen fors op en groeide ook het politieke verzet. Toen de stekker eruit ging, verloren zo’n 2.000 mensen hun baan en bleef de vraag hangen hoeveel ruimte er nog is voor wetenschap die groot, duur en onzeker durft te zijn.

Een machine die zijn tijd ver vooruit moest zijn

Pas in november 1988 viel de keuze op een plek bij Waxahachie, zo’n 50 kilometer ten zuiden van Dallas. De echte bouw begon in 1991. In korte tijd trokken natuurkundigen, ingenieurs en boorploegen naar Ellis County, dat ineens midden in de wereld van de hoge-energiefysica stond.

De beoogde prestaties waren gigantisch. Twee protonbundels zouden frontaal op elkaar botsen met samen 40 TeV aan energie, een maat voor de energie van de botsing. Dat was ongeveer drie keer zoveel als de Large Hadron Collider later zou halen.

Goed om te weten
Een deeltjesversneller jaagt piepkleine deeltjes bijna tot de lichtsnelheid op. Bij een botsing ontstaan heel even nieuwe deeltjes, waardoor natuurkundigen kunnen testen hoe materie in elkaar zit.

De rekening liep al na 1 jaar uit de hand

Het financiële probleem zat er vroeg in. De raming van 4,4 miljard dollar uit 1987 werd in 1988 door het ministerie van Energie al bijgesteld naar 5,9 miljard dollar. In 1991 stond de teller op 8,2 miljard dollar.

In 1993 was de verwachte eindprijs opgelopen tot meer dan 10 miljard dollar, mogelijk zelfs bijna 11 miljard dollar. Zo’n project was nog nooit eerder gebouwd, en tijdens de aanleg bleken meer materiaal en geld nodig dan de plannenmakers hadden voorzien.

  • De kostenraming steeg in zes jaar tot ruim het dubbele van het oorspronkelijke bedrag.
  • Texas betaalde 400 miljoen dollar mee.
  • Het federale parlement schrapte de financiering op 19 oktober 1993.

Ook de politiek was veranderd. Met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdween een belangrijk deel van de drang om koste wat kost wetenschappelijk de baas te zijn. Tegenstanders vonden dat je voor hetzelfde geld meerdere kleinere onderzoeksprogramma’s kon financieren.

Een tunnel zonder bestemming

Bij het stopzetten was ongeveer 20 procent van het werk klaar. Er lag toen 22,5 kilometer tunnel, met zeventien toegangsschachten en 18.600 m² aan gebouwen bovengronds. De boorploegen werkten zelfs in 1994 nog door, totdat ook de laatste beschikbare dollars op waren.

De toegangsschachten zijn later dichtgemaakt en het overgebleven tunnelstelsel vult zich met regenwater. Van de geplande ondergrondse ring bleef dus een behoorlijk dure, natte gang over.

Het terrein kreeg daarna een paar keer een nieuwe eigenaar. Een plan voor een zwaar beveiligd datacentrum liep vast na het overlijden van investeerder J.B. Hunt, die het terrein in 2006 met andere investeerders had gekocht. Chemiebedrijf Magnablend nam de locatie in 2012 over en gebruikt de gebouwen nog altijd.

Europa bouwde verder op wat er al lag

Bij CERN, bij Genève, op de grens van Zwitserland en Frankrijk, konden Europese landen een stuk slimmer beginnen. De Large Hadron Collider werd aangelegd in de bestaande 27 kilometer lange tunnel van de eerdere Large Electron-Positron Collider. Nieuwe magneten maakten het mogelijk om de veel energierijkere protonen toch door die bestaande bochtige tunnel te sturen.

De bouw kostte omgerekend ongeveer 5 miljard dollar. Dat was nog altijd een enorm bedrag, maar wel grofweg de helft van de laatste raming voor de Amerikaanse versneller. De financiering was bovendien verdeeld over Europese landen, wat bij dit soort megaprojecten een wereld van verschil maakt.

Op 4 juli 2012 maakten de ATLAS- en CMS-samenwerkingen bij CERN bekend dat ze een nieuw deeltje hadden gevonden met eigenschappen die pasten bij het Higgsboson. Dat deeltje verklaart binnen het standaardmodel waarom andere elementaire deeltjes massa hebben.

François Englert en Peter Higgs kregen in 2013 de Nobelprijs voor Natuurkunde voor het theoretische werk dat de ontdekking mogelijk maakte. De LHC was geen kopie van het Texaanse plan, maar bewees wel dat de zoektocht waarvoor de tunnel was gegraven gewoon doorging.

De volgende versneller wordt opnieuw een rekensom

Wetenschappelijke doelen moeten lang overeind blijven, terwijl kostenramingen bij zulke unieke machines onvermijdelijk onzeker zijn. Zonder brede politieke steun kan zelfs een bijna begonnen wereldproject alsnog vastlopen.

CERN onderzoekt inmiddels een mogelijke opvolger van de LHC, de Future Circular Collider. Die zou volgens de huidige plannen een omtrek van ongeveer 91 kilometer krijgen en moet later deze eeuw duidelijk maken welke deeltjesfysica nog buiten bereik van de LHC ligt.