Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De Regierungsbunker moest bij een atoomaanval tot 3.000 mensen dertig dagen lang onderdak bieden. Van het complex is nu nog maar een klein deel te bezoeken, als museum over de Koude Oorlog.

Een bovenste gang naar de mansschapsruimtes in de Regierungsbunker in het Ahrtal.

Een bovenste gang naar de mansschapsruimtes in de Regierungsbunker in het Ahrtal. Beeld: Holger.Ellgaard, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Wie tussen de wijnranken in het Ahrtal wandelt, ziet niet wat er ooit onder de heuvels lag: 17,3 kilometer aan gangen. Zo’n 25 kilometer ten zuiden van Bonn liet de West-Duitse regering tussen 1960 en 1972 twee oude spoorwegtunnels ombouwen tot een geheim uitwijkhoofdkwartier. De bouw kostte naar schatting 3 miljard Duitse mark, voor een plek van waaruit het land in oorlogstijd bestuurd moest kunnen blijven worden.

De gangen hadden al een geschiedenis

De Kuxberg- en Trotzenbergtunnel waren ooit bedoeld voor een spoorlijn tussen het Ruhrgebied en de Moezel. Die lijn werd nooit afgebouwd. De ruwe tunnels kregen tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog een heel andere bestemming: er werden V2-raketten geproduceerd.

Daarvoor werden ook Nederlandse dwangarbeiders uit concentratiekamp Rebstock ingezet. Dat maakt deze plek meer dan een overblijfsel van de Koude Oorlog. Al voordat de West-Duitse regering de tunnels op het oog kreeg, hadden mensen hier onder dwang gewerkt.

Adenauer dacht al vroeg aan een schuilplaats voor de regering

De plannen voor een uitwijkplek lagen er al in 1952. Bondskanselier Konrad Adenauer was rond 1950 bij de voorbereidingen betrokken. De officiële naam omschreef precies wat de plek moest zijn: een vervangend hoofdkwartier voor de grondwettelijke instellingen van de Bondsrepubliek tijdens een crisis of oorlog.

Goed om te weten De bunker begon dus als een spoorproject uit het begin van de twintigste eeuw. De regering liet de bestaande tunnels later ombouwen voor een heel ander doel.

Aan de ombouw werkten in twaalf jaar tijd tot 20.000 arbeiders. Ze maakten van de oude spoorwegtunnels een complex met ruimtes om te slapen en te werken. Het moest mogelijk zijn om onder de grond door te gaan met regeren als dat bovengronds niet meer kon.

Onder de heuvel lag bijna een complete kantoorwereld

De omvang zie je pas goed aan de indeling. De installatie telde 936 slaapkamers en 897 kantoorruimtes. Al die vertrekken moesten plaats bieden aan het werk van een regering die in een noodsituatie was uitgeweken.

Ook zonder zo’n noodsituatie kostte de bunker geld. De jaarlijkse exploitatiekosten liepen op tot 20 tot 40 miljoen Duitse mark. Het complex gold daarmee als een van de duurste en geheimste bouwprojecten uit de geschiedenis van de Bondsrepubliek.

De plek bleef voor de regering bedoeld tot na de Koude Oorlog. In december 1997 besloot het Duitse kabinet de bunker officieel op te geven. Wat jarenlang klaar had moeten staan voor een atoomaanval, verloor zo zijn functie.

Van het gangenstelsel bleef 203 meter over

Daarna begon de ontmanteling. Tussen 2001 en 2006 werd het grootste deel van de installatie gestript. Uiteindelijk bleef 203 meter bewaard, een klein stuk van wat ooit onder de heuvels doorliep.

Dat overgebleven deel kreeg een nieuwe bestemming. De voormalige regeringsschuilplaats is nu een herinneringsplek aan de Koude Oorlog. Het dagelijks werk van de regering had daar beneden moeten doorgaan.

Het bewaarde stuk kun je nu zelf doorlopen

Op 28 februari 2008 opende het restant als de Dokumentationsstätte Regierungsbunker. Tijdens een rondleiding van 90 minuten lopen bezoekers door het bewaarde deel van de installatie.

De ruimte ligt ongeveer 60 meter onder de grond. Daar is het rond de 12 graden Celsius. Wie de tunnels bezoekt, loopt nu door een klein restant van het complex dat voor een oorlog was ingericht.