Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De wereld wil van de olie af (althans, het weldenkende deel). Maar voor landen die sterk leunen op olie-inkomsten, zoals Nigeria of Mexico, valt daarmee een belangrijke bron van inkomsten weg. Een nieuw rapport van denktank E3G waarschuwt dat deze overgang kan leiden tot conflicten, migratie en economische ontwrichting als die landen niet worden gesteund in die transitie. Venezuela laat volgens de onderzoekers zien hoe zo'n ineenstorting eruit kan zien.

vluchtelingen

De energietransitie kan leiden tot een migratiegolf met nog meer vluchtelingen. Foto: iStock – RadekProcik

De cijfers achter de dreigende crisis

In zeventien landen wereldwijd komt meer dan 40 procent van de overheidsinkomsten uit olie. In Irak en Libië loopt dat op tot 70 tot 90 procent. Dat maakt deze landen extreem kwetsbaar voor een dalende vraag.

Volgens berekeningen van E3G zal de olie-inkomsten van Algerije (bijna 50 milijoen inwoners) vanaf 2030 met 87 procent dalen. Voor Nigeria (240 miljoen inwoners) wordt een daling van meer dan 60 procent voorzien. Angola (40 miljoen inwoners) en Mexico (135 miljoen inwoners) geven nu al meer dan een kwart van hun overheidsinkomsten uit aan het aflossen van staatsschuld. Wanneer de olie-inkomsten wegvallen, wordt die schuldenlast nog zwaarder. Wanneer de economie er vervolgens instort, kunnen enorme mensenstromen op gang komen.

Wat het E3G rapport concludeert

E3G werkte twee jaar aan het onderzoek. De denktank liet meer dan honderd ambtenaren en experts wereldwijd scenario’s doorspelen voor een dalende olievraag.

Co-auteur Beth Walker constateert dat regeringen hier onvoldoende op zijn voorbereid. Ze zei dat wanneer olieproducenten en oliemarkten aan zichzelf worden overgelaten, de transitie voor iedereen risicovoller wordt. Kwetsbare producentenlanden vormen dan volgens haar een wereldwijd veiligheidsrisico.

Mede-auteur Maria Pastukhova benadrukt dat uitstel geen optie is. De klimaatcrisis verergert razendsnel, en een trage, chaotische transitie kan volgens haar minstens zo ontwrichtend zijn als een snelle.

Venezuela als waarschuwing

De onderzoekers wijzen naar Venezuela als voorbeeld van wat er kan gebeuren wanneer een olie-economie instort. Het land werd in januari 2026 doelwit van een Amerikaanse militaire interventie, waarbij president Maduro werd gevangengenomen. Sindsdien heeft Washington veel invloed op het financiële en buitenlandse beleid van de nieuwe regering.

In juni 2026 werd Venezuela ook nog getroffen door twee zware aardbevingen, met duizenden doden tot gevolg. Hulporganisaties meldden dat de wederopbouw traag verloopt en dat de staat nauwelijks capaciteit heeft om te helpen. Voor E3G is dit een voorbeeld van hoe economische kwetsbaarheid, geopolitieke druk en een natuurramp elkaar kunnen versterken.

Winnaars en verliezers van de overgang

Niet alle olieproducenten worden even hard geraakt. Landen met lage productiekosten en grote reserves, zoals Saoedi Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, staan er sterker voor. Zij kunnen concurreren op prijs, ook wanneer de markt krimpt.

Producenten met hogere kosten hebben het lastiger. Bob Ward van het Grantham Research Institute aan de London School of Economics wijst op de Noordzee. Door de hoge operationele kosten wordt olie daar volgens hem economisch onhaalbaar zodra de vraag structureel daalt en de prijzen zakken.

Over hoe snel dat gebeurt, verschillen de meningen. Het Internationaal Energie Agentschap ging in zijn World Energy Outlook van 2023 en 2024 nog uit van een piek in de vraag naar olie, gas en kolen vóór 2030. In de editie van 2025 werd die stellige voorspelling afgezwakt. Sommige scenario’s van het IEA laten de vraag nu tot 2050 doorgroeien. De OPEC verwelkomde die koerswijziging, en noemde het een terugkeer naar wat zij realistische energieanalyse noemt.

China blijft wel op een dalend spoor. Het land was decennialang de belangrijkste motor achter de groeiende wereldwijde olievraag, maar de snelle opkomst van elektrische auto’s drukt het olieverbruik daar nu naar beneden. Voor India ligt dat anders. Welke kant het land opgaat, kan volgens E3G bepalend worden voor de vraag of de wereldwijde vraag op tijd afneemt om de ergste klimaatgevolgen te beperken.

Wat er volgens de onderzoekers nodig is

E3G roept internationale instellingen op om samen te werken. Het gaat dan om het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank, private financiële instellingen en nationale overheden.

Pastukhova stelt dat veel van de benodigde instrumenten al bestaan, maar dat ze verspreid zitten over aparte beleidsterreinen. Grote afnemers van olie, zoals China en India, moeten volgens haar veel duidelijker communiceren over hun toekomstige vraag. Ze pleit ervoor om steun aan olieproducerende landen niet alleen te zien als ontwikkelingshulp of klimaatbeleid, maar ook als onderdeel van buitenlands en economisch veiligheidsbeleid.

Waarom dit ook Europa raakt

Voor Europese beleidsmakers is dit geen ver van hun bed show. Algerije ligt dicht bij de Europese grens en is voor zijn export bijna volledig afhankelijk van de EU. Een sociale of economische crisis daar kan volgens Walker leiden tot onrust en migratie, met directe gevolgen voor Europa.

Ook elders liggen risico’s op de loer. In Irak kan een verzwakte staat de regionale stabiliteit in de Golf onder druk zetten. In Libië kan concurrentie om olie infrastructuur uitlopen op gewapend conflict, met veiligheidsrisico’s die tot in Europa doorwerken. En in Nigeria, het dichtstbevolkte land van Afrika, kan een verzwakte staat gevolgen hebben voor het hele continent.

Walker vat het samen als een reeks nationale begrotingscrises die elk op hun eigen manier kunnen escaleren. Ze wijst erop dat dit zich kan afspelen op het moment dat Europa’s vermogen om conflicten elders te beheersen, al zwaar onder druk staat.

Conclusie

De energietransitie is voor het klimaat een absolute noodzaak. Maar zonder gecoördineerd internationaal beleid dreigt ze voor olieafhankelijke landen een nieuwe bron van instabiliteit te worden. Het is niet de vraag of de energietransitie moet doorgaan, maar of de wereld de sociale en economische schokken die daarbij horen op tijd weet te voorkomen.