
Steeds meer pensioengeld belandt op aandelenmarkten die gokgedrag beginnen te vertonen. Voor Nederlandse gepensioneerden is dat geen abstract risico meer. De eerste gevolgen worden al zichtbaar in een dalende dekkingsgraad.
Van dag tot dag niet weten of jouw toekomstige pensioen meer of minder waard is dan de dag ervoor. Niet omdat je zelf hebt gegokt, maar omdat de pensioenfondsen waar je jarenlang premie aan hebt betaald, jouw spaargeld hebben gestopt in een aandelenmarkt die steeds meer op een casino begint te lijken.
Dat is de nieuwe realiteit voor miljoenen Nederlanders.
De eerste kwartaalcijfers van 2026 baren meteen al zorgen. De pensioenfondsen BpfBouw, PMT en PFZW – samen goed voor zo’n vijf miljoen deelnemers – zagen hun overrendementen in het eerste kwartaal negatief uitvallen, schrijft het FD, respectievelijk -1,8%, -1,9% en -1,3%. De Iran-oorlog en de dalende rente drukten zwaar op de resultaten. Opvallend is de ongelijke verdeling van de pijn: een 35-jarige deelnemer bij PMT zag zijn opgebouwde pensioen met maar liefst 16,3% dalen, terwijl dat voor een 65-jarige slechts 1,6% was. Dat verschil komt doordat jongeren risicovoller belegd zijn én gevoeliger voor renteschommelingen. Alle drie de fondsen zijn per 1 januari 2026 volledig overgegaan naar het nieuwe pensioenstelsel, waarin pensioenen veel directer meebewegen met de financiële markten. En dat moment kon wel eens historisch slecht gekozen zijn. Niet alleen door de oorlog, maar ook door de historisch hoge stand van de koersen en de waarschuwingen voor een bubbel die op barsten staat.
Als beleggen gokken wordt
Op de financiële markten gaat het er steeds wilder aan toe. In de Verenigde Staten worden beleggingsfondsen gelanceerd die beloven de dagelijkse koersbeweging van aandelen te verviervoudigen of zelfs te vervijfvoudigen. Op goksites kun je tegenwoordig wedden of de koers van bitcoin de komende vijf tot vijftien minuten stijgt of daalt; vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week.
De grens tussen beleggen en gokken is altijd wat vaag geweest, maar ze is nooit zo makkelijk te overschrijden geweest als nu. Financieel columnist Jason Zweig schreef er onlangs over: de gevaarlijkste eigenschap van deze markt is niet dat hij gek kan worden, maar dat hij je ook gek kan maken.
Onderzoekers laten zien dat dit geen toeval is. Economen Gene Amromin en Steven Sharpe toonden aan dat beleggers in tijden van euforie hogere rendementen verwachten bij lager risico – precies het omgekeerde van hoe markten werken. En hoe jonger de belegger, hoe sterker dit effect: wie nooit een echte beurscrash heeft meegemaakt, denkt dat koersen altijd uiteindelijk omhooggaan.
Nederland: tussen hoop en vrees
Nederland behoort tot de landen waar pensioenen het sterkst afhangen van beursresultaten. De grote Nederlandse pensioenfondsen – ABP, PFZW, PMT – beheren samen meer dan duizend miljard euro en beleggen een groot deel daarvan in wereldwijde aandelen. Dat heeft de afgelopen decennia goed uitgepakt. Maar de keerzijde wordt nu pijnlijk zichtbaar.
Sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Iran, eind februari van dit jaar, staan de rendementen van veel Nederlandse fondsen onder druk. De olieprijs schoot met zo’n zestig procent omhoog, wat bedrijfswinsten wereldwijd uitholt. Tegelijk is de onzekerheid op aandelenmarkten toegenomen, ook al lijken de grote indexen aan de oppervlakte nog relatief stabiel.
Wat veel mensen niet beseffen: die ogenschijnlijke stabiliteit is misleidend. Onder de oppervlakte vindt wilde rotatie plaats. Technologieaandelen, en met name chipbedrijven en geheugenfabrikanten die profiteren van de kunstmatige-intelligeniegolf, domineren de winnaarslijsten. De rest van de markt blijft ver achter. Het is een K-vormig herstel: omhoog voor een selecte groep, vlak of omlaag voor de rest.
Gokken met je financiële toekomst
Er is een opmerkelijke culturele verschuiving gaande. Uit een Amerikaans onderzoek van Harris Poll blijkt dat meer dan tachtig procent van de jongste volwassen generatie zegt speculatieve beleggingen of zelfs sportweddenschappen te overwegen als aanvulling op hun pensioenopbouw omdat ze het traditionele systeem niet meer vertrouwen. Bij de babyboomgeneratie is dat nog altijd meer dan vijftig procent.
Dat wantrouwen is begrijpelijk, maar de reactie is gevaarlijk. Beleggen gaat over eigenaarschap, zei een Amerikaanse vermogensbeheerder het onlangs treffend. Gokken gaat over hopen. Bij gokken ben je toeschouwer: je kijkt toe en hoopt op een meevaller, maar loopt weg met niets als het tegenvalt. De kansen zijn bij beleggen structureel in jouw voordeel, maar niet als je het benadert als een roulettewiel.
Wat betekent dit voor jouw pensioen?
De Nederlandse pensioensector staat bovendien midden in een grote transitie. Het nieuwe pensioenstelsel, dat fondsen verplicht over te stappen op persoonlijke pensioenpotjes, maakt de koppeling met aandelenrendementen nog directer. Wie pech heeft met zijn geboortejaar en met pensioen gaat tijdens een beurscrash, merkt dat direct in zijn uitkering.
Dat is (nog?) geen reden tot paniek. Nederlandse pensioenfondsen spreiden hun beleggingen breed, zeggen ze, maar ze behoren wel tot de meest risico nemende pensioenbeleggers onder het nieuwe systeem. Dat is reden tot zorg. De beurs is geen spaarrekening met gegarandeerde rente. Het is een markt waar menselijk gedrag – angst, hebzucht, kuddegedrag, en nu ook nog AI – net zo’n grote rol speelt als bedrijfswinsten. Net als in een casino.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
