Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Ruim 5.000 jaar geleden bouwde de Trechterbekercultuur in Drenthe grafkamers van zwerfkeien. Sommige stenen wegen duizenden kilo’s, maar hoe de bouwers ze zonder machines op hun plek kregen, weten we nog steeds niet precies.

Hunebed D6 bij Tynaarlo in Drenthe, gebouwd tussen 3400 en 3100 v.Chr. door de Trechterbekercultuur.

Hunebed D6 bij Tynaarlo in Drenthe, gebouwd tussen 3400 en 3100 v.Chr. door de Trechterbekercultuur. Beeld: Hein56didden, CC0, via Wikimedia Commons.

Bij het hunebed D27 in Borger liggen keien van 20.000 kilo. Het monument is bijna 23 meter lang en behoort tot de 52 hunebedden die in Drenthe bewaard zijn gebleven. Ze dateren van eeuwen vóór de piramides van Gizeh en zijn de oudste nog zichtbare architectuurmonumenten van Nederland. Het landijs bracht de keien ooit vanuit Scandinavië naar Drenthe; hoe de bouwers ze daarna verplaatsten en optilden, blijft de grote vraag.

De datering maakt het verschil zichtbaar

De bouw begon rond 3350 v.Chr. en liep door tot ongeveer 3050 v.Chr. De piramides van Gizeh kwamen pas rond 2600 v.Chr. tot stand. Afhankelijk van welk hunebed je vergelijkt, scheelt dat grofweg 450 tot 750 jaar. De Drentse monumenten ontstonden verspreid over die lange bouwperiode.

De naam Trechterbekercultuur slaat op de mensen die deze grafkamers bouwden. In Nederland bestond hun samenleving ongeveer van 3350 tot 2750 v.Chr. Hunebedden bouwen was dus iets wat over meerdere generaties gebeurde, in een tijd waarin dezelfde cultuur zich ook buiten het huidige Nederland uitstrekte.

Een geschikte kei moest soms van ver komen

Een steen uit de buurt halen klinkt eenvoudiger dan het was. De bouwers zochten geschikte keien in een straal van ongeveer vijf kilometer rond de plek waar een hunebed moest komen. Zelfs als zo’n steen vlakbij lag, moest hij nog naar de bouwplaats en vervolgens op zijn plek worden gekregen.

Goed om te weten Het landijs liet de keien zo’n 150.000 tot 200.000 jaar geleden in Drenthe achter. Tussen hun aankomst en de bouw van de hunebedden zaten dus vele tienduizenden jaren.

De provincie Drenthe beschrijft hoe bouwers boomstammen als rollen gebruikten: ze legden stammen neer en bewogen de kei eroverheen. Ook sleeën en touwen passen in de gangbare reconstructie. Hoe het optillen precies ging, weten we daarmee nog niet. Die stap is lastig te achterhalen uit wat er van de bouw overbleef.

Wat de grafkamers vertellen over hun bouwers

De hunebedden waren bedoeld voor meerdere overledenen. Bij de doden werden ook spullen neergelegd. De grafgiften laten zien welke voorwerpen in zulke gezamenlijke grafkamers terechtkwamen:

  • aardewerk;
  • vuurstenen bijlen en pijlpunten;
  • barnstenen kralen.

De Trechterbekercultuur strekte zich uit over de huidige landsgrenzen. Ze strekte zich via Noord-Duitsland en Denemarken uit tot Zuid-Zweden, Polen en de Baltische staten. Drenthe was dus een deel van een veel groter gebied waar mensen in dezelfde periode leefden en hun doden begroeven.

Van naar schatting 100 naar 54 hunebedden

In heel Nederland zijn er nog 54 hunebedden: 52 in Drenthe en twee in Groningen. Oorspronkelijk stonden er naar schatting 80 tot 100 in Noord-Nederland. Wie vandaag langs een hunebed loopt, ziet dus slechts een deel van de oorspronkelijke reeks grafmonumenten.

Het Drentse Landschap beheert 22 Drentse hunebedden. Daarbij werkt het samen met onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en Staatsbosbeheer. In Borger geeft het Hunebedcentrum bezoekers uitleg over de mogelijke bouwmethoden en over het leven van de Trechterbekercultuur.

Ook elders in Europa verplaatsten mensen enorme stenen. Bij het 5.700 jaar oude hunebed van Menga in Spanje weegt een van de onderzochte stenen bijna 150 ton. Menga is een ander en veel groter monument dan de Drentse hunebedden. Ook elders in Europa kwamen zulke bouwklussen voor.

Over het onderzoek

Archeologen dateren de Nederlandse hunebedden doorgaans van 3350 tot 3050 v.Chr. Van de 54 bewaarde hunebedden staan er 52 in Drenthe. Die datering en de ideeën over boomstammen, sleeën en touwen beantwoorden verschillende vragen: wanneer de grafkamers werden gebouwd, en hoe de stenen mogelijk bewogen. Voor die precieze werkwijze bij de Nederlandse hunebedden ontbreekt sluitend experimenteel bewijs. Sommige dateringen plaatsen de bouw iets anders, tussen 3400 en 3200 v.Chr.