Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Na een hittegolf in de Siberische zomer van 2016 brak op het Jamal-schiereiland voor het eerst sinds 1941 weer miltvuur uit. Meer dan tweeduizend rendieren stierven en tientallen mensen werden ziek, met één dodelijk slachtoffer onder mensen.
Rendieren in een ontdooiend landschap met permafrost. Foto: iStock – RolfSt
Een zomer die zo warm is dat de grond onder je voeten letterlijk verandert: op het Jamal-schiereiland in Siberië kreeg dat in 2016 een macabere betekenis. Toen de permafrost ontdooide, kwam vermoedelijk het besmette kadaver van een rendier bloot te liggen dat al meer dan 75 jaar bevroren was geweest. Bacillus anthracis, de bacterie die miltvuur veroorzaakt, verspreidde zich vervolgens onder de rendierkuddes; meer dan 2.300 dieren stierven voordat de quarantaine eind augustus werd opgeheven. De uitbraak roept de vraag op wat er nog meer kan vrijkomen wanneer de bevroren bodem van het hoge noorden verder ontdooit.
De ziekte kwam ook bij mensen terecht
Op 1 augustus 2016 overleed een 12-jarige jongen aan miltvuur. Hij was het enige gemelde menselijke dodelijke slachtoffer van de uitbraak, die zich afspeelde op het Jamal-schiereiland in Noordwest-Siberië.
De ziekenhuizen kregen 96 mensen binnen, een hoger aantal dan de bevestigde besmettingen doet vermoeden: mensen werden ook opgenomen om besmetting uit te sluiten of snel te kunnen behandelen. Families uit het getroffen gebied werden per vliegtuig geëvacueerd.
Herders moesten halsoverkop weg
Van de opgenomen patiënten waren 72 herders, onder wie 41 kinderen. Bij vijf volwassenen en drie kinderen werd miltvuur daadwerkelijk vastgesteld.
- Contact met besmette rendierkadavers gold als een belangrijke besmettingsroute.
- Ook insectenbeten werden genoemd als mogelijke manier waarop de bacterie zich kon verspreiden.
- De evacuaties moesten voorkomen dat bewoners nog meer in aanraking kwamen met besmette grond en dieren.
De autoriteiten sloten het getroffen gebied af terwijl dieren werden geruimd en bewoners werden weggehaald. Voor rendierhouders was dat een harde ingreep: hun kuddes vormen tegelijk voedselbron, inkomen en vervoer.
Onder de grond kunnen bacteriën lang wachten
Miltvuur wordt veroorzaakt door bacteriën die miltvuursporen kunnen vormen, een soort overlevingsstand waarin ze extreem lang kunnen blijven bestaan. Dat maakt kadavers in bevroren grond zo’n risico zodra de bovenste bodemlaag in de zomer zachter wordt.
Bij onderzoek naar de uitbraak werden verschillende bacteriestammen, dus varianten van dezelfde bacterie, ook aangetroffen in monsters uit Jakoetsk. Daar waren mijnwerkers actief. Die vondst laat zien dat de bacterie op meer plekken in het noordelijke landschap kan voorkomen dan op basis van één rendierkarkas zou worden verwacht.
De uitbraak op Jamal werd gekoppeld aan een uitzonderlijk warme zomer. Het risico zit in een dier dat zichtbaar op de toendra ligt, maar ook in sporen die na dooi uit de grond kunnen komen en weer terechtkomen bij grazende dieren of mensen.
De poolgebieden zijn geen ver-van-ons-bedshow
Voor Nederland ligt het directe gevaar niet voor de deur. Toch raakt de gebeurtenis aan een groter Europees en mondiaal vraagstuk. Als poolgebieden opwarmen, veranderen daar ecosystemen, veeteeltgebieden en de omstandigheden voor infectieziekten tegelijk.
Een modelstudie liet zien dat de actieve laag boven de permafrost cruciaal is. Dat is het deel van de bodem dat in de zomer ontdooit en waar sporen uit oude kadavers of besmette grond weer bereikbaar kunnen worden.
Goed om te weten
Permafrost is grond die minstens twee jaar achter elkaar bevroren blijft. Alleen de bovenste laag dooit in warmere maanden deels weer op.
Het volgen van temperaturen alleen volstaat niet. In opwarmende poolgebieden is ook monitoring van dieren, bodem en ziektegevallen nodig, zodat een besmetting eerder wordt gezien dan in 2016.
Wat de onderzoeken precies laten zien
Een studie in EcoHealth uit 2021 onderzocht de klimatologische omstandigheden rond de uitbraak op Jamal. De analyse bevestigde dat het gebied sinds 1941 geen miltvuuruitbraak meer had gekend en legde de link met de warme zomer van 2016. De onderzoekers benadrukken dat toezicht in poolgebieden belangrijker wordt naarmate de bodem vaker ontdooit.
De modelstudie uit 2020 in Scientific Reports keek specifiek naar de kans dat besmetting via oude kadavers en sporen opnieuw op gang komt. Daaruit bleek dat de klimatologische omstandigheden in 2016 niet los kunnen worden gezien van de ziekte-uitbraak. Onderzoekers pleiten voor beter in kaart brengen van plekken waar oude dierlijke resten in de ontdooiende bodem liggen.
