Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op Davis-Monthan Air Force Base in Arizona beheert AMARG zo'n 4.400 afgedankte militaire toestellen. De kurkdroge woestijn houdt ze paraat voor een tweede leven.
Achter de hekken vallen de vliegtuigen langzaam uit elkaar. Foto: iStock – zysman
Sinds 1946 groeit op Davis-Monthan Air Force Base een vliegtuigkerkhof dat eerder op een stad van metaal lijkt dan op een gewone opslagplaats. Op een terrein van 10 vierkante kilometer houdt de 309th Aerospace Maintenance and Regeneration Group (AMARG) onder meer B-29 Superfortress-bommenwerpers, C-47 Skytrains, F-4 Phantom II’s en F-16’s uit elkaar, in stand of klaar voor een nieuwe taak. Sommige toestellen leveren onderdelen, andere worden omgebouwd tot drones voor oefeningen, terwijl bijzondere exemplaren doorstromen naar het National Museum of the United States Air Force, waaronder de Air Force One van John F. Kennedy. Achter de rijen vliegtuigen gaat een strategische voorraad schuil die tientallen miljarden dollars vertegenwoordigt.
Na de oorlog bleef een hele vloot achter
De eerste grote toestroom kwam meteen na de Tweede Wereldoorlog. Binnen korte tijd stonden er 600 B-29-bommenwerpers en 200 C-47-transportvliegtuigen die het leger niet meer nodig had.
Tussen die toestellen stonden ook de Enola Gay en Bockscar, de bommenwerpers die atoombommen op Japan afwierpen. Ze waren bestemd voor musea, net als ongeveer dertig andere historische vliegtuigen.
In 1965 werd een andere militaire opslagplaats gesloten en verhuisde ook de overtollige vloot van de marine naar Davis-Monthan. Zo groeide de plek uit tot een archief van tientallen jaren militaire luchtvaart, met toestellen uit opeenvolgende generaties.
De woestijn doet het zware werk
Luchtfoto van de 309th Aerospace Maintenance and Regeneration Group (AMARG) op Davis-Monthan Air Force Base, met rijen opgeslagen militaire vliegtuigen. Beeld: Petty Officer 3rd Class A P, Public domain, via Wikimedia Commons.
Een vliegtuig buiten laten staan klinkt als een recept voor roest, maar hier werkt het juist verrassend goed. De luchtvochtigheid schommelt er tussen 10 en 20 procent en er valt jaarlijks slechts 28 centimeter regen.
Aluminium rompen blijven in die droge lucht veel langer heel, omdat corrosie nauwelijks de kans krijgt om zich vast te zetten. De opslagplaats ligt bovendien op ruim 770 meter hoogte, wat het droge klimaat nog wat versterkt.
Ook de bodem scheelt enorm in de kosten. De harde, alkalische grond draagt het gewicht van grote vliegtuigen zonder dat er kilometers beton onder hoeven, terwijl een gekoelde hangar voor zo’n vloot flink duurder zou zijn.
Goed om te weten
Het terrein beslaat ongeveer evenveel ruimte als 1.400 voetbalvelden naast elkaar. De woestijngrond is er van nature zo compact dat vliegtuigen er rechtstreeks op kunnen worden geparkeerd.
Een vliegtuig kan nog jaren waardevol blijven
AMARG heeft 550 medewerkers, bijna allemaal burgers. Zij halen bruikbare systemen uit toestellen die definitief niet meer vliegen, zodat onderdelen beschikbaar blijven voor vliegtuigen die nog wel in dienst zijn.
Dat gaat verder dan motoren en elektronica. De locatie bewaart ook gereedschap voor militaire vliegtuigtypen die niet meer worden gebouwd, iets wat onderhoud aan oudere toestellen alsnog mogelijk maakt.
- Sommige vliegtuigen worden zorgvuldig geconserveerd voor een mogelijke terugkeer in dienst.
- Andere leveren onderdelen voor de actieve vloot.
- Weer andere eindigen als onbemande doelen bij schietoefeningen in de lucht.
Die laatste groep krijgt een hard einde. Oude gevechtsvliegtuigen worden aangepast tot doelwitdrones en kunnen tijdens oefeningen in volle vlucht worden neergeschoten.
Van stilstaande voorraad naar inzetbaar toestel
Een deel van de opgeslagen vloot kan binnen enkele weken weer vlieggereed worden gemaakt. Dat maakt de opslagplaats strategisch interessant bij een conflict, een onverwacht tekort aan onderdelen of een snelle uitbreiding van de luchtmacht.
De oorspronkelijke aanschafwaarde van alle toestellen samen loopt naar schatting op tot tientallen miljarden dollars. Dat bedrag zegt hoeveel materieel er in de woestijn ligt opgeslagen.
Ook Europese krijgsmachten proberen langer door te vliegen met bestaande systemen, wat vraagt om onderdelen, technische kennis en voldoende reservevoorraden.
Bezoeken kan, vrij rondlopen niet
Davis-Monthan is nog altijd een actieve militaire basis, dus je loopt er niet zomaar tussen de rijen toestellen door. Er zijn wel georganiseerde rondleidingen van ongeveer 45 minuten, meestal gekoppeld aan een nabijgelegen luchtvaartmuseum.
Tijdens de coronapandemie bleek de plek ook buiten de krijgsmacht bruikbaar. Commerciële luchtvaartmaatschappijen parkeerden er tijdelijk vliegtuigen die door reisbeperkingen aan de grond stonden.
De basis blijft intussen historische toestellen beheren voor het National Museum of the United States Air Force. Een deel van de vloot krijgt zo uiteindelijk een plek in een museum, terwijl elders op het terrein dagelijks wordt beslist welk vliegtuig onderdelen levert, wordt omgebouwd of weer de lucht in kan.

