Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Na decennia van lood- en zinkmijnbouw werd Picher in 1983 een Superfund-gebied. Een uitkoop van circa 3.000 inwoners volgde, maar de vervuilde mijnstreek in Oklahoma is nog lang niet klaar met haar verleden.
Waar is deze stad in Oklahoma gebleven? Foto: iStock – Evgenii Emelianov
Een woonstraat waar de grond onder je voeten kan instorten: in Picher lagen zo’n 1.400 verlaten mijnschachten onder de stad. De plaats in Oklahoma groeide in de jaren twintig uit tot een mijnstad met ruim 14.000 inwoners, maar nadat de pompen in 1967 stilvielen, kwam vervuild mijnwater omhoog. Een verwoestende tornado in 2008 gaf de leegloop nog een harde duw; een jaar later verloor Picher officieel zijn stadsstatus. Wat blijft, is de vraag hoe een gemeenschap verdwijnt wanneer de rekening van grondstoffenwinning letterlijk in de bodem zit.
Een stad zonder inwoners
Na de uitkoop bleef er nauwelijks nog een gemeenschap over om de straatnamen, winkels en huizen draaiend te houden. Bij de volkstelling van 2000 telde Picher nog 1.640 inwoners; in 2010 woonden er binnen de oude stadsgrenzen nog maar twintig mensen.
De EPA rondde de aankoop van de laatste woningen in juni 2009 af. Drie maanden later, op 1 september 2009, trok het lokale bestuur officieel de gemeentestatus in. Picher was vanaf dat moment geen stad meer, ook al stonden er nog gebouwen.
Goed om te weten
Op het hoogtepunt van de mijnbouw, in 1926, woonden er 14.252 mensen in Picher. In 1920 waren dat er al 9.726.
De gifrekening kwam bij kinderen terecht
Verlaten duplexwoningen in de spookstad Picher, Oklahoma. Beeld: TheDoctorWho, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
De lood- en zinkwinning liet veel meer achter dan lege gangen onder de grond. In 1994 had 34 procent van de kinderen in Picher een verhoogd loodgehalte in het bloed. Latere onderzoeken kwamen zelfs uit op 63 procent, al ging het daarbij om een andere meetperiode en onderzoeksgroep.
Lood is vooral voor kinderen gevaarlijk, omdat hun lichaam nog in ontwikkeling is. In Picher raakte het gif verspreid via de bodem, stof en het water dat na de sluiting van de mijnen omhoogkwam.
Tar Creek veranderde in 1979 zichtbaar van kleur door mijnwater en afval. De EPA begon de beek datzelfde jaar te volgen, vier jaar voordat het gebied op de nationale lijst voor ernstige bodemvervuiling belandde.
De tornado maakte vertrek ineens onvermijdelijk
Al in april 2005 zette gouverneur Brad Henry een verhuisregeling op voor de meest kwetsbare bewoners. Een volledige uitkoop lag politiek nog gevoelig: senator Jim Inhofe wilde aanvankelijk liever saneren terwijl mensen in het gebied bleven wonen.
In 2006 kregen ongeveer 3.000 inwoners alsnog een aanbod via de Lead-Impacted Communities Relocation Assistance Trust, kortweg LICRAT. Dat fonds kocht woningen op in Picher en omliggende mijnplaatsen.
- Op 10 mei 2008 trok een EF4-tornado door Picher.
- De wind bereikte snelheden tot 282 km/u.
- De storm kostte zes mensen het leven en verwondde ongeveer 150 anderen.
- Zo’n 150 huizen raakten verwoest of beschadigd.
De schade gaf de uittocht een flinke duw. Voor bewoners die toch al tussen vervuilde grond en onzekere huizen leefden, werd opnieuw opbouwen voor velen geen reële optie meer.
Een mijngebied zo groot als ruim 100 km² blijft achter
Picher is maar één plek binnen het Tar Creek Superfund-gebied in Ottawa County. Dat gebied beslaat ongeveer ruim 100 km², vergelijkbaar met een middelgrote Nederlandse gemeente, en omvat meerdere voormalige mijnsteden.
Superfund is de aanduiding die de federale overheid gebruikt voor een locatie die ernstig vervuild is en waarvoor langdurige schoonmaak nodig wordt geacht. De EPA zette Tar Creek in 1983 op die lijst vanwege giftig afval uit de lood- en zinkmijnen.
Grondstoffen leverden Picher decennialang banen en welvaart op. Nadat de bedrijven vertrokken, bleven water, bodem en omwonenden met de rekening zitten.
De schoonmaak duurt waarschijnlijk nog een halve eeuw
Sinds 2014 leidt het Oklahoma Department of Environmental Quality, ODEQ, de sanering van Tar Creek. De dienst werkt daarbij samen met aannemers, de University of Oklahoma en de Quapaw Nation, een inheemse gemeenschap die al tien jaar met de EPA aan de aanpak van het gebied werkt.
De volledige opruiming kan volgens een schatting nog vijftig jaar duren. De mijnbouw die in de jaren zestig stopte, levert daarmee ook ver in deze eeuw nog werk op.
Over het onderzoek
De sanering wordt niet door ODEQ-medewerkers zelf uitgevoerd, zegt ODEQ-functionaris Singletary: “Wij voeren de schoonmaakwerkzaamheden zelf niet uit.” De dienst stuurt de aanpak aan, terwijl aannemers en kennispartners zoals genoemde universiteit en inheemse gemeenschap het praktische herstel van bodem en water uitvoeren, een traject dat naar schatting nog tot ver na 2070 kan duren.
