Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Na een instorting in de Rue d'Enfer in december 1774 richtte Lodewijk XVI de Inspection Générale des Carrières op. Die dienst brengt nog altijd verzakkingsrisico's in kaart, van Montmartre tot de Parijse voorsteden.
Zinkgaten kunnen voor gevaarlijke situaties zorgen. Foto: iStock – Mikhail Yakovlev
Een straat die plots wordt afgezet omdat de bodem eronder kan wegzakken: in Parijs is dat geen louter historisch schrikbeeld. Onder meer bij Montmartre en Buttes-Chaumont liggen oude gips- en steengroeven, terwijl oplossend gips ook op andere plekken holtes kan vormen die gebouwen in gevaar brengen. Nadat een verzakking in Montmartre in 2001 woningen bedreigde, blijft de Inspection Générale des Carrières risicogebieden afbakenen en ingrijpen bij problemen, ook buiten de stadsgrenzen in de Petite Couronne. Voor wie er woont, bouwt of een huis koopt, kan de staat van de ondergrond net zo bepalend zijn als die van het pand erboven.
Onder de heuvels zit meer dan alleen grond
Vooral onder Belleville liggen dikke gipslagen die nog altijd plaatselijk kunnen verzakken. Dat gips zit in oude aardlagen die geologen het Lutetiaan en Bartoniaan noemen, perioden waarin rond Parijs kalksteen, klei en gips werden afgezet.
Gips kan langzaam oplossen wanneer er water door de bodem stroomt. Daardoor ontstaan holtes die je aan de straatkant niet ziet, totdat de grond erboven meegeeft. Voor gebouwen is dat een risico op instorting, zeker als funderingen precies boven zo’n lege ruimte staan.
Onder Montrouge, Parc Montsouris en Parc des Buttes-Chaumont liggen bovendien oude steen- en gipsgroeven. De bekende catacomben zijn maar een klein, zichtbaar stukje van een veel groter ondergronds verleden.
Een ramp kreeg alsnog een vaste bewaker
De dienst kreeg op 4 april 1777 een officiële status via een koninklijk decreet van Lodewijk XVI. Charles-Axel Guillaumot werd de eerste inspecteur-generaal en bleef dat van 1777 tot 1791.
Guillaumot keerde later terug voor een tweede periode, van 1796 tot 1807. Zijn werk legde de basis voor een aanpak die nog steeds herkenbaar is: eerst uitzoeken wat er onder een wijk zit, daarna bepalen waar bouwen, wonen of verkeer extra risico loopt.
De naam Inspection Générale des Carrières betekent letterlijk algemene inspectie van groeves. De opdracht blijft behoorlijk actueel: voorkomen dat een probleem onder de grond pas zichtbaar wordt wanneer een straat of huis al begint te zakken.
Bij een huis kopen hoort hier ook de bodem
De IGC houdt risicogebieden op kaarten bij. Die grenzen laten zien waar oude groeves of oplossend gips voor grondbewegingen kunnen zorgen, zodat hulpdiensten en technische experts sneller weten waar ze moeten kijken bij een incident.
Ook notarissen en landmeters kloppen bij de dienst aan als een perceel van eigenaar wisselt. Potentiële kopers krijgen dan informatie over de ondergrond, naast de gebruikelijke papieren over het huis zelf.
- De dienst onderzoekt risico’s van oude steengroeven.
- Ze kijkt ook naar holtes die ontstaan door oplossend gips.
- Bij problemen biedt ze technische bijstand.
Dat maakt de ondergrond in delen van Parijs bijna een extra onderdeel van de woningkeuring. Een fraai gerenoveerd pand kan er boven de grond prima uitzien, terwijl onder de fundering juist de lastigste vraag ligt.
De grenzen van de stad houden de bodem niet tegen
Sinds 1968 valt de IGC onder de Ville de Paris. Het werkgebied loopt door in Hauts-de-Seine, Seine-Saint-Denis en Val-de-Marne, de drie dichtbebouwde departementen rond Parijs.
Die schaal is nodig omdat geologische lagen en oude gangen zich weinig aantrekken van gemeentegrenzen. De dienst bewaakt een gebied waar wonen, spoorlijnen, wegen en oude groeves soms letterlijk boven op elkaar liggen.
Goed om te weten
De IGC zat tot 2017 in het oostelijke paviljoen van de Barrière d’Enfer, pal naast de hoofdingang van de Parijse catacomben.
Over de studie
De beschikbare gegevens over de IGC komen uit historische documenten en technische informatie van de Ville de Paris over oude groeves, gipslagen en verzakkingsrisico’s. Daarbij gaat het om zowel uitgegraven gangen als natuurlijk gevormde holtes door oplossend gips.
De dienst werkt met de staat van de ondergrond per perceel en met afgebakende risicoperimeters. Die combinatie van oude kaarten en actuele technische beoordeling bepaalt of een plek extra aandacht nodig heeft.
