Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In Wenen staat de Flakturm in Arenbergpark, een nazibouwwerk dat in oktober 1943 werd voltooid. De betonnen kolos bleef na de oorlog staan vanwege het risico voor de omgeving en is nu beschermd erfgoed.
De Flakturm in Wenen torent boven het Augarten Park uit. Foto: iStock – Krasimira Dicheva
Stel je voor: midden in een stadspark staat een betonnen reus die je niet zomaar kunt wegblazen, hoe ongewenst zijn verleden ook is. De Flakturm in het Weense Arenbergpark werd gebouwd door nazi-Duitsland als geschutsplatform en schuilplaats, met muren van gewapend beton die op sommige plekken meters dik zijn. Na de oorlog bleef hij staan omdat sloop te gevaarlijk werd geacht voor de bebouwing eromheen, en inmiddels beschermt de monumentenstatus het bouwwerk. Wenen zit vast aan een tastbaar oorlogsmonument dat militair erfgoed, pijnlijke geschiedenis en een stedenbouwkundig probleem tegelijk is.
Onverwoestbare bunkers midden in de stad
De Weense flaktorens vormen samen drie paren: in Arenbergpark, Augarten en bij Esterhazypark en Stiftskaserne. Elk systeem had een gevechtstoren voor het geschut en een leidingtoren die de verdediging aanstuurde. Zo staan er op korte afstand van woonwijken nog altijd zes kolossen uit dezelfde oorlogsmachine.
Architect Friedrich Tamms tekende de torens voor nazi-Duitsland. Hij ontwierp ook vergelijkbare bouwwerken in Berlijn en Hamburg, maar de Weense exemplaren bleven opvallend compleet overeind.
De bouw liep van 1942 tot 1945 en gebeurde met honderden dwangarbeiders en arbeidsmigranten. De leidingtoren in Augarten verrees rond de jaarwisseling van 1943 op 1944, terwijl de torens bij Esterhazypark en Stiftskaserne in juli 1944 klaar waren.
Beton zonder zwakke plekken
De Flakturm bij het Augarten in Wenen, gefotografeerd vanaf de grond. Beeld: Manfred Werner – Tsui, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
De hoofdtorens kregen muren van 2,6 meter gewapend beton en daken die tot 3,8 meter dik waren. Dat beton werd in één keer gestort, om naden te vermijden waar een inslag of explosie vat op kon krijgen.
Andere delen van het complex hadden muren die opliepen tot 3,5 meter dik. Onder de geschutsplatforms zaten schuilruimtes voor burgers, met plek voor ongeveer 10.000 mensen per toren en zelfs een ziekenafdeling.
- Op de daken stond luchtafweergeschut.
- De lagere verdiepingen dienden als schuilkelder.
- De leidingtoren hielp het vuur van de gevechtstoren te coördineren.
Slopen was na 1945 een te groot risico
Na de oorlog lag afbraak op tafel, maar de torens stonden te dicht bij woningen en andere gebouwen. Een explosieve sloop kon de buurt ernstig beschadigen, terwijl de kosten ook flink opliepen.
Technisch zou verwijderen tegenwoordig mogelijk zijn, maar vijf van de zes torens zijn inmiddels beschermd monument. Slopen is daardoor juridisch vrijwel van de baan, ook al blijven de bouwwerken voor veel inwoners beladen herinneringen aan de bezetting en oorlog.
Goed om te weten
Alleen de leidingtoren in Esterhazypark heeft geen monumentenstatus. Die was al zo ingrijpend verbouwd dat bescherming daar niet meer passend werd gevonden.
Eén toren werd een aquarium met uitzicht
De gevechtstoren in Esterhazypark kreeg al in 1957 een nieuw leven als Haus des Meeres. Het aquarium en de dierentuin beslaan nu ongeveer 4.000 m² en huisvesten meer dan 10.000 dieren.
Waar vroeger een geschutkoepel zat, zit nu café Ocean Sky, met uitzicht over de stad. De wanden daar zijn nog altijd 2 tot 2,5 meter dik, een vrij absurd decor voor een kop koffie.
De torens in Arenbergpark en Augarten hebben zo’n bestemming niet gekregen en zijn grotendeels gesloten voor publiek. Ideeën voor hergebruik kwamen wel langs: een hotel, koffiehuis of depot voor digitale back-ups, maar concrete plannen bleven uit.
De volgende bestemming is nog open
Wenen zit met gebouwen die je niet eenvoudig kunt wegdenken en die ook niet zomaar een nieuwe functie krijgen. Bij de Augarten-torens werd de keuze om ze te behouden formeel vastgelegd op 5 april 2000, toen het beschermingsbesluit voor beide bouwwerken inging. Deze betonnen reuzen blijven zo voorlopig onderdeel van het stadsbeeld.
