Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In de Asse II-mijn in Nedersaksen liggen zo'n 126.000 vaten radioactief afval, terwijl er al sinds 1988 pekel binnendringt. Nu het water sinds 2024 nieuwe, diepere routes zoekt, komt de wettelijk verplichte berging van het afval onder extra druk te staan.
De kerncentrales verdwijnen in Duitsland, maar het afval blijft een probleem. Foto: iStock – Credit: aliokhin
Onder de akkers bij Wolfenbüttel ligt een voormalige zoutmijn met 125.787 containers radioactief afval. Al sinds 1988 dringt er pekel binnen, die op honderden plekken wordt opgevangen, maar sinds 2024 kiest het water onverwacht diepere routes door de mijn. Duitsland is sinds 2013 wettelijk verplicht het afval terug te halen, terwijl de beoogde start in 2033 door de veranderde waterinstroom onder druk staat. Ook in Nederland speelt Asse II een rol in het debat over kernafval in zoutkoepels.
De opvang van pekel houdt het werk nu overeind
In mei 2024 bleek dat de folie bij een opvangpunt voor het binnenstromende water niet meer goed werkte. Christian Meyer, milieuminister van Nedersaksen, sprak toen van een nieuw hoofdstuk in de problemen rond Asse II.
Beheerder BGE probeert nu te achterhalen waarom het water een andere weg door de ondergrond kiest. De organisatie beheert de mijn sinds april 2017 en nam toen ook de opslaglocaties Konrad en Morsleben over van de stralingsdienst BfS.
Greenpeace Duitsland waarschuwt dat er meer water binnenkomt dan deskundigen hadden verwacht. Daardoor groeit het risico dat delen van de mijn vollopen voordat het afval veilig kan worden weggehaald.
De wettelijke uitweg
Tankwagens met pekel opgeslagen bij de zoutmijn Asse II. Beeld: Wusel007, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
De mijn was tussen 1967 en 1978 in gebruik als opslagplaats voor laag- en middelradioactief afval. Daar ligt naar schatting 47.000 m³ afval, terwijl de oude mijn nooit is ontworpen als definitieve berging.
Op 24 april 2013 trad daarom de zogeheten Lex Asse in werking. Die wet schrijft voor dat al het radioactieve afval eruit moet en dat de mijn daarna wordt ontmanteld.
Goed om te weten
Voor de terughaaloperatie is een aparte terughaalmijn nodig, naast een nieuwe schacht. De geologische verkenningen daarvoor lopen al sinds 2014.
De rekening wordt veel hoger dan eerst gedacht
Het openhouden van Asse II en de voorbereiding op de berging kosten naar huidige raming 4,7 miljard euro. Daar zit ook nog een onzekerheidsmarge van ongeveer 30 procent op.
- De Duitse Rekenkamer houdt rekening met meer dan 5 miljard euro voor het openhouden van de opslagplaats.
- De eerdere raming bedroeg 2 miljard euro.
- Tot 2018 was al 1 miljard euro uitgegeven.
- Greenpeace Duitsland schat de volledige berging op nog eens vier tot zes miljard euro.
Dat laatste bedrag zou grotendeels bij de belastingbetaler terechtkomen, omdat het grootste deel van het afval afkomstig is van Duitse kerncentrales. De kosten lopen dus door, ook zolang de vaten nog op hun plek blijven liggen.
Robotica moet mensen uit de gevarenzone houden
Bilfinger en Fraunhofer IOSB bouwen in opdracht van BGE aan een systeem waarmee medewerkers de berging op afstand bestuurd kunnen uitvoeren. Robots moeten de vaten precies oppakken en verplaatsen zonder dat personeel dicht bij het radioactieve materiaal hoeft te komen.
Die techniek is nodig in een mijn waar de omstandigheden ingewikkelder worden door de waterproblemen. Voor de geplande operatie moet eerst de nieuwe schacht worden aangelegd, op basis van onderzoek van geologische dienst BGR en BGE.
De huidige planning noemt 2033 als beginjaar voor de terughaaloperatie. Door de wijzigingen sinds 2024 staat die datum opnieuw onder druk.
Nederland kijkt mee naar Groningen en Drenthe
Asse II speelt ook mee in het Nederlandse debat over de eindberging van kernafval. De regering ziet zoutkoepels in Groningen en Drenthe als mogelijk geschikte locaties, terwijl tegenstanders juist wijzen op waterinstroom als risico.
Elke zoutkoepel heeft zijn eigen geologie. De situatie bij Wolfenbüttel toont hoe lastig het wordt als water onverwacht een andere route kiest in een ondergrondse opslagplaats.
Minister Steffi Lemke houdt vast aan veilig terughalen als topprioriteit. De terughaaloperatie stond gepland voor 2033, maar een herziene startdatum is nog niet aangekondigd.
