Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Onder de Elzas ligt bij Stocamine 42.000 ton giftig industrieel afval opgeslagen. Terwijl het water in de verlaten mijn stijgt, blijft het afval daar definitief achter, pal boven een van Europa's belangrijkste grondwaterreserves.
Het mijnmuseum in Wittelsheim. Foto: iStock – Credit:Lucia Gajdosikova
Onder de akkers bij het Franse Wittelsheim ligt op een halve kilometer diepte een oude kaliummijn die langzaam volloopt. Sinds Stocamine er in 1999 afval begon op te slaan, en zeker na een brand in 2002, woedt de strijd over de vraag of dat materiaal ooit nog naar boven moet. In juni 2025 gaf een rechtbank in Straatsburg groen licht voor permanente opslag, terwijl naar schatting 95 procent van het afval ondergronds blijft. Het gaat om een verlaten mijn boven de grensoverschrijdende grondwatervoorraad van de Boven-Rijn.
In de gangen ligt een chemische cocktail
De opslag kreeg al op 3 februari 1997 een vergunning. Wat daarna in de ondergrondse kamers belandde, is geen onschuldig bouwafval: het gaat onder meer om cyanide, arseen, chroom, nikkel, asbest en kwik.
- Cyanide en arseen zijn al in kleine hoeveelheden gevaarlijk voor mens en milieu.
- Kwik kan zich ophopen in voedselketens.
- Asbestvezels blijven ook na lange tijd een gezondheidsrisico wanneer ze vrijkomen.
Alleen het afval met kwik is eerder weer naar boven gehaald. De rest bleef achter in de afgesloten mijn, waar het materiaal met de jaren steeds lastiger bereikbaar wordt.
De mijn loopt langzaam vol
De ondergrondse ruimtes zijn al deels onder water gelopen doordat gangen geleidelijk instorten. In de mijn stijgt het grondwater jaarlijks met 0,4 tot 1,4 meter.
Zodra water in contact komt met opgeslagen afval, kan het stoffen meenemen naar omliggende grondlagen. De oude mijn ligt boven het grondwaterbekken van de Elzas, dat aansluit op de grensoverschrijdende Boven-Rijn-aquifer.
Die watervoorraad loopt door richting Duitsland en Zwitserland.
Opruimen kost geld, laten liggen ook vertrouwen
Na de brand van 2002 kwam de vraag op tafel of het afval alsnog verwijderd moest worden. In 2010 begon de procedure om de kaliummijn definitief te verlaten, terwijl de discussie over de opslag gewoon doorging.
Het weghalen van het resterende materiaal zou naar schatting 60 miljoen euro kosten. Dat bedrag woog mee in een dossier waarin veiligheid, technische haalbaarheid en de bescherming van grondwater al jaren botsen.
De prefectuur van Haut-Rhin legde op 28 september 2023 vast dat het afval voor onbeperkte tijd ondergronds mocht blijven. Het Tribunal administratif de Strasbourg bevestigde die keuze op 17 juni 2025 en wees bezwaren tegen de permanente insluiting af.
De Boven-Rijn-aquifer is veel meer dan een regionaal waterreservoir
De aquifer levert drinkwater aan naar schatting 5,6 miljoen tot 7 miljoen mensen. Een motie van de gemeenteraad van Straatsburg noemt bovendien 80 procent van de drinkwaterbehoefte in het gebied.
“Het gaat veel verder.”
Stéphane Giraud, directeur van milieuorganisatie Alsace Nature
Giraud wijst daarmee op de grensoverschrijdende gevolgen voor Duitsland en Zwitserland. Grondwater trekt zich niets aan van bestuurlijke grenzen, terwijl gevaarlijk afval vaak tientallen jaren op één plek blijft liggen.
Bescherming van drinkwater begint ook met besluiten over oude mijnen, industriegebieden en stortplaatsen. Als vervuiling eenmaal in een groot grondwatersysteem terechtkomt, is die veel lastiger terug te draaien dan een bovengrondse lekkage.
Over het onderzoek
Een casestudy in het vakblad Mine Water and the Environment werkt uit hoe de voormalige kaliummijn en de opslaglocatie waarschijnlijk verder zullen overstromen. De analyse beschrijft de instortende gangen als een belangrijk onderdeel van dat proces.
De studie gebruikt onder meer gegevens van Gombert uit 2023 over de stijgende grondwaterstand in de mijn. De verwachte overstroming van Stocamine blijft een aandachtspunt nu de juridische keuze voor permanente opslag vaststaat, terwijl het grondwater er jaarlijks tot 1,4 meter stijgt.
