Een El Niño die eind 2026 wordt verwacht, kan rijstgebieden in Zuidoost-Azië, India en Oost-Australië onder druk zetten. Onderzoekers die 21 rijstlijnen in kassen testten, zien aanknopingspunten voor zuinigere planten, al moeten die zich nog buiten bewijzen.

onderzoek naar plantenbladeren

Als El Niño de droogte aanjaagt, kan dat ver buiten de getroffen rijstgebieden voelbaar zijn: rijst is voor miljarden mensen dagelijks basisvoedsel, en misoogsten werken snel door in prijzen en voorraden. Een team van onder anderen Yvonne Fernando onderzocht daarom tussen 2023 en 2025 hoe 21 rijstlijnen omgaan met beperkte irrigatie. In kassen kregen de planten tijdens hun groei slechts 60 tot 65 procent van de gebruikelijke vochtvoorraad. De aandacht ging daarbij uit naar de opbrengst en naar piepkleine verschillen in bladeren die bepalen hoeveel water een plant verliest.

Een droge rijstregio kan de wereldmarkt raken

Rijst is basisvoedsel voor meer dan de helft van de wereldbevolking. Tegelijk gaat maar een klein deel van de wereldproductie de grens over. Als meerdere grote teeltgebieden tegelijk droogvallen, is er dus weinig ruimte om tekorten op te vangen met import uit andere regio’s.

Dat zagen we al in 2007 en 2008, toen de rijstprijs bijna verdrievoudigde en voedselrellen uitbraken. Voor Nederlandse consumenten gaat het dan vooral om duurdere geïmporteerde rijst, maar in veel Aziatische landen raakt zo’n prijsstijging rechtstreeks het dagelijkse eten.

Goed om te weten
Rijst groeit van oudsher vaak op natte velden, maar ook daar wordt water steeds schaarser door droogte, hitte en concurrentie met andere landbouwgewassen.

Bladeren blijken verrassend zuinig

Moroberekan rijstplant met aanpassingen voor waterbesparing.

Rijstveld met onderzoekshuisje en meetapparatuur, waarschijnlijk deel van veldproeven naar droogtevaste rijstvariëteiten. Beeld: pokkali.org.

Het team onder leiding van rijstonderzoeker Yvonne Fernando van Swinburne University of Technology, met onder meer Vito Butardo Jr van de Department of Chemistry and Biotechnology van diezelfde universiteit, keek naar veel meer dan de hoeveelheid korrels. De onderzoekers maten onder meer de huidmondjes, de waslaag op bladeren, chlorofylfluorescentie en koolstofisotopen bij achttien japonica-variëteiten, twee indica-variëteiten en de referentielijn Moroberekan.

Huidmondjes zijn minuscule openingen waarmee een blad koolstofdioxide binnenlaat. Via diezelfde openingen ontsnapt water. Bij minder irrigatie werden de huidmondjes kleiner en minder talrijk, terwijl de planten extra was en beschermende flavonolen opbouwden.

  • Kleinere huidmondjes beperken het waterverlies via verdamping.
  • Een dikkere waslaag werkt als een extra beschermlaag op het blad.
  • Meer flavonolen helpen planten omgaan met stress door droogte en fel licht.

Piepkliene uitsteeksels doen het zware werk

De opvallendste verandering zat in de papillen, piepkleine bobbeltjes op het bladoppervlak. Tijdens watertekort werden die ongeveer 20 procent groter, waardoor ze de huidmondjes sterker afdekten. Er kan zo minder vocht uit het blad verdwijnen.

De koolstofisotopen in het plantmateriaal wezen ook op een zuiniger watergebruik. Die isotopen vormen een vingerafdruk van hoe efficiënt een plant water inzet terwijl hij koolstofdioxide opneemt voor de groei.

Twee groepen rijstlijnen kwamen naar voren. Moroberekan, Sherpa, Harra, Reiziq, Langi en Paragon bleven onder droogte fysiologisch vrij stabiel. Pokkali, Doongara, Namaga, Amaroo en Echuca pasten hun bladeren juist sterk aan.

De opbrengst bleef in de kas overeind

De gematigde droogte tastte de voortplanting van de onderzochte planten niet aan. Het aantal pluimen, het gewicht van de korrels en het aandeel volledig gevulde korrels bleven stabiel. Ook de kwaliteit na het pellen ging niet achteruit.

Dat maakt de bladkenmerken interessant voor veredelaars, zoals plantengeneticus Markus Kuhlmann van het Institute of Plant Genetics and Crop Plant Research (IPK) in Gatersleben. De vorm van papillen, de dichtheid van huidmondjes en de hoeveelheid bladwas zijn aanknopingspunten om rijstlijnen te selecteren die met minder irrigatie kunnen groeien.

Rijst komt in Europa minder vaak op tafel als hoofdvoedsel, maar Europese landbouw krijgt vaker te maken met droge groeiseizoenen, en eigenschappen die waterverlies afremmen kunnen ook bij andere gewassen waardevol blijken.

Nu moet de proef naar het veld

De uitkomsten komen uit gecontroleerde kassen, met acht herhalingen per rijstlijn en irrigatieregime. Op een echt rijstveld spelen veel meer factoren mee, zoals bodemtype, wisselende temperaturen, ziekten, plagen en een droge periode die langer of zwaarder uitpakt dan in een proefopstelling.

Daarom zijn proeven nodig op meerdere locaties en in meerdere seizoenen. Onderzoekers willen daarbij ook rechtstreeks meten hoeveel water er in de bladeren beschikbaar blijft, voordat deze eigenschappen in nieuwe rassen voor boeren terechtkomen.

De volgende stap is grootschalig testen onder praktijkomstandigheden, bij rijstlijnen als Pokkali en Moroberekan, zodat veredelaars kunnen zien welke lijnen ook buiten de kas hun opbrengst vasthouden.