Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Voor een steek van een kegelslak bestaat geen specifiek tegengif. Uit hetzelfde gif kwam wel het pijnmedicijn ziconotide voort. Nieuw onderzoek met peptide AoIA wijst nu op een minder ingrijpende route naar niet-opioïde pijnstilling, al moet die nog uitgebreid worden getest.
Een keleslak gefotografeerd in Egypte. Foto: iStock – Lilithilita
Een mooi schelpje oprapen tijdens een duik klinkt onschuldig, maar kegelslakken dragen een gifmengsel bij zich dat het zenuwstelsel kan lamleggen. Eén slak kan meer dan duizend verschillende peptidegifstoffen bevatten, en binnen de zo’n achthonderd bekende soorten verschilt dat chemische arsenaal steeds weer. Ziconotide, afkomstig uit het gif van Conus magus, werd al in 2004 toegelaten als pijnmedicijn voor mensen bij wie andere behandelingen niet meer aansloegen. Dat middel moet via een geïmplanteerde pomp rechtstreeks in het ruggenmergvocht worden gebracht, en precies die omslachtige toediening laat zien wat er op het spel staat bij de zoektocht naar nieuwe pijnstillers uit slakkengif.
Een steek laat artsen met lege handen achter
Bij een ernstige steek van een kegelslak is er geen middel dat het gif gericht onschadelijk maakt. Artsen kunnen de gevolgen proberen op te vangen, maar een specifiek tegengif bestaat niet. Grote kegelslakken zijn mensen in zeldzame, gedocumenteerde gevallen fataal geworden.
De reden zit in de enorme variatie van het gif. Het bestaat uit duizenden conotoxinen, kleine eiwitten die elk weer een ander deel van het zenuwstelsel kunnen raken. Een universeel tegengif maken voor zo’n grillig mengsel is met de huidige techniek onhaalbaar.
Diezelfde chemische wirwar is interessant voor medicijnonderzoek. Dezelfde stoffen die prooien razendsnel kunnen verlammen, kunnen ook heel precies één schakel in een pijnsignaal blokkeren.
Een pijnstiller die anders werkt dan opioïden
Detailopname van een kegelslak (Conus magus) met karakteristieke oranje-wit gestreepte schelp. Beeld: Wikimedia Commons.
Ziconotide is bedoeld voor mensen met ernstige chronische pijn bij wie gewone behandelingen niet genoeg helpen. Het middel grijpt aan op N-type calciumkanalen, de doorgangen in zenuwcellen waarlangs pijnsignalen verder reizen. Daardoor werkt het niet via de receptoren waarop opioïden aangrijpen en wordt het niet met verslaving in verband gebracht.
In de Verenigde Staten keurde de FDA ziconotide in 2004 goed onder de merknaam Prialt. Het is nog altijd het enige goedgekeurde medicijn dat rechtstreeks uit kegelslakkengif voortkomt, en de weg van een veelbelovend gifstofje naar een bruikbaar medicijn kan lang duren.
Goed om te weten
Peptiden zijn korte ketens van bouwstenen die ook in eiwitten zitten. Ze komen in het lichaam vaak lastig op de goede plek, waardoor de manier van toedienen bij dit soort medicijnen belangrijk is.
AoIA kan via een gewone prik zijn werk doen
Een nieuw peptide, AoIA, pakte dat toedieningsprobleem anders aan. In een diermodel verminderde de stof pijn die door ontsteking was veroorzaakt, en het effect trad meteen op na een injectie onder de huid. Dat is een vriendelijkere route dan een behandeling die rechtstreeks in het ruggenmergvocht terecht moet komen.
AoIA remt heel gericht NET, een transporteiwit voor noradrenaline. De stof was daarbij tien keer sterker dan het verwante peptide MrIA. Ook bij concentraties tot 100 μM remde AoIA de transporteiwitten voor serotonine en dopamine niet.
Dat maakt AoIA interessant als basis voor een nieuwe generatie pijnstillers zonder opioïden. Het gaat voorlopig om onderzoek in een diermodel, niet om een middel dat artsen al aan patiënten kunnen voorschrijven.
De zee blijft een flinke medicijnkast
Kegelslakken uit de familie Conidae vormen geen uniforme groep met één soort gif. Elke soort heeft een eigen chemisch profiel, waardoor onderzoekers in zee nog altijd een enorme verzameling mogelijke werkzame stoffen aantreffen. Die verscheidenheid maakt gerichte pijnmedicatie denkbaar, al kost het veel tijd om bruikbare moleculen eruit te pikken.
In maart 2022 startte de University of Glasgow samen met de University of Southampton en een defensielaboratorium een project naar de chemie van conotoxinen, met als doel ooit de eerste behandeling tegen vergiftiging door deze stoffen te ontwikkelen. Dat onderzoek naar conotoxinen loopt naast de zoektocht naar nieuwe pijnstillers.
Voor Europa, met zijn sterke farmaceutische en biomedische onderzoek, ligt de waarde niet in één veelbelovend peptide alleen. De grootste winst kan komen uit betere manieren om zulke kwetsbare stoffen veilig in een medicijn te veranderen.
Over de studie
Farmacoloog Harald Sitte van het Center for Physiology and Pharmacology van de Medische Universiteit van Wenen leidde het internationale team achter AoIA. Hun studie verscheen in juli 2026 in Nature Structural & Molecular Biology en onderzocht hoe het peptide NET zo selectief remt.
“Er zijn nog verdere preklinische en klinische studies nodig voordat deze aanpak mogelijk bij mensen kan worden gebruikt”, zegt studieleider Harald Sitte van de Medische Universiteit van Wenen.
AoIA moet eerst in uitgebreider preklinisch onderzoek en daarna in klinische studies zijn veiligheid en werking bewijzen, voordat het bij patiënten kan worden ingezet.
