
Binnenkort vieren we weer Ketikoti. Het feest staat symbool voor het verbreken van de ketens van tot slaaf gemaakten en viert de vrijheid. Natuurlijk is het goed om daarbij stil te staan. Maar ondertussen wordt de winst van het verleden weer teniet gedaan, met nog veel meer slachtoffers dan ooit in het vooruitzicht. Want de hele wereld dreigt een grote kolonie te worden van de heersers van de cyberspace, het internet en kunstmatige intelligentie. Een kolonie die alleen in stand kan worden gehouden met nieuwe slaven. Wij allemaal, als we niet oppassen.
Ziauddin Sardar schreef al in 1995 dat het Westen “cyberspace koloniseert”. Dat klonk toen visionair. Hij zag hoe het internet werd beschreven in termen van ontdekking, verovering en bezetting. Die taal was niet toevallig. Net als bij de kolonisatie in de zeventiende eeuw gaat het om macht, bezit en culturele dominantie, alleen nu met data in plaats van land.
Een kwart eeuw daarvoor had mediadeskundige Herbert Schiller het al over electronic colonialism. Westerse mediabedrijven gebruiken communicatietechnologie om culturele en economische invloed te vestigen in ontwikkelingslanden, was zijn stelling. De controle over informatie is de nieuwe overheersing. Wat Sardar en Schiller zagen was een patroon dat zich verplaatst had van scheepsroutes naar netwerkkabels. Waar vroeger kaarten werden getekend om grenzen te markeren, worden nu protocollen en platforms ontworpen om digitale territoria af te bakenen.
Cyberspace als nieuwe frontier
De metafoor van de frontier als buitengrens van de beschaving speelt ook een belangrijke rol in de ideologie van het internet. In de jaren negentig beschouwden techpioniers cyberspace als een vrij domein zonder overheden, waar innovatie en vrijheid konden bloeien. Een vrije ruimte die ingevuld moest worden, net als het nieuw ontdekte land tijdens kolonisatie. Grote technologiebedrijven hebben zich de infrastructuur van het internet, servers, platforms, kabels en cloudsystemen toegeëigend en houden die stevig in handen. Ze bepalen wie toegang krijgt, hoe data wordt verzameld en welke regels gelden. Daarin kun je meerdere overlappende vormen herkennen: datakolonialisme, technokolonialisme en algoritmisch kolonialisme, die elk beschrijven hoe digitale technologieën koloniale machtsverhoudingen reproduceren en globale ongelijkheden versterken.
De nieuwe machtsverhoudingen
De nieuwe koloniale machten zijn niet langer staten, maar tech-bedrijven. Google, Meta, Amazon en Microsoft beheersen het grootste deel van de digitale infrastructuur, terwijl landen, vooral, maar zeker niet alleen in het mondiale zuiden, afhankelijk zijn van hun technologie en datacenters. Ondanks een lokale gebruikersbasis vloeit het leeuwendeel van de opbrengsten uit digitale activiteit in het mondiale zuiden naar multinationale ondernemingen in het noorden, en van de rest van de wereld naar de Verenigde Staten, een neokoloniale dynamiek die diep verankerd zit in de structuur van het internet zelf. De parallellen met historisch kolonialisme zijn onmiskenbaar: grondstoffen zijn vervangen door data, schepen door kabels en gouverneurs door algoritmen die aangestuurd worden door miljardairs.
Digitaal kolonialisme thuis: Europa onder druk
Het is verleidelijk om digitaal kolonialisme vooral als een Noord-Zuid-probleem te zien. Maar de dynamiek speelt zich ook af in de westerse wereld, alleen in een andere gedaante. Hier is de afhankelijkheid minder zichtbaar omdat ze verpakt is in gebruiksgemak, gratis diensten en decennia van stilzwijgende gewoonte.
Zo leveren Europese burgers massaal data aan Amerikaanse platforms, draaien Europese bedrijven op Amerikaanse clouddiensten, en zijn Europese overheden afhankelijk van Amerikaanse software voor hun kritieke infrastructuur. Uit vrees voor techoverheersing lanceerden Duitsland en Frankrijk het GAIA-X initiatief, een poging een eigen Europese cloudfederatie op te bouwen. Zelfs het kleine Estland nam datasouvereiniteit serieus door zogeheten data-ambassades te bouwen: digitale kluizen op buitenlands grondgebied waar staatskritieke informatie veilig wordt bewaard.
Europa probeert zich te verweren via wetgeving. De GDPR verplicht elke organisatie ter wereld zich aan Europese privacyregels te houden zodra ze met gegevens van EU-burgers werkt, met boetes die kunnen oplopen tot bijna 25 miljoen dollar bij datalekken. De Digital Markets Act en Digital Services Act legden grote platforms verplichtingen op rond algoritmische transparantie en machtsmisbruik. Maar wetgeving alleen bleek onvoldoende. Terwijl de EU handhavingsprocedures startte tegen Meta, Google en Apple, kwamen vanuit Washington dreigingen met handelstarieven op Europese producten. Vice-president JD Vance gebruikte zijn speech op de Munich Security Conference in februari 2025 om Europese digitale regulering af te schilderen als censuur, waarna Trump een presidentieel memo tekende om tarieven te overwegen tegen landen die Amerikaans techbeleid zouden dwarsbomen.
Politieke bescherming
De boodschap was helder: wie de digitale spelregels van Silicon Valley niet accepteert, riskeert economische vergelding. De inauguratie van Trump op 20 januari 2025 was wat dit betreft symbolisch veelzeggend: op de voorste rijen zaten de CEO’s van Amazon, Apple, Google, Meta, OpenAI, TikTok en X, een ongekend openlijk vertoon van de verstrengeling tussen politieke macht en techkapitaal. In diezelfde maand kondigde Meta aan te stoppen met onafhankelijke factcheckers, als signaal van loyaliteit aan het Witte Huis. Voor veel Europese beleidsmakers was dit het moment waarop de illusie van techbedrijven als neutrale infrastructuurleveranciers definitief barstte en waarop de juridische realiteit duidelijk werd: procederen kan, maar lost weinig op. Doordat procedures jaren duren, houden de techbedrijven hun voorsprong vast.
Misschien is het meest venijnige aspect van digitale afhankelijkheid in het Westen juist de onzichtbaarheid ervan. Waar landen in het mondiale zuiden de ongelijkheid scherp voelen, is de Europese afhankelijkheid comfortabel verpakt in gebruiksgemak. Google Maps navigeert je door Amsterdam. Meta verbindt je met familie in Zweden. AWS host de digitale overheid. Gebruikers zijn bereid surveillance toe te staan in ruil voor gratis diensten, ondanks een groeiend besef van privacyrechten. De werkelijke macht is geconcentreerd bij een kleine groep actoren in één jurisdictie, met een snel toenemende erosie van staatssoevereiniteit en democratie als gevolg. Dat is de koloniale logica in haar meest verfijnde vorm: niet bezetting door geweld, maar afhankelijkheid door gewoonte.
De menselijke schaduw van AI: spookarbeiders
AI-systemen lijken autonoom te functioneren, maar worden in werkelijkheid deels gevoed door een enorm leger onzichtbare arbeiders. Deze zogeheten spookarbeiders, data-annotatoren, contentmoderatoren en mijnbouwers van kritieke grondstoffen voor de hardware, bevinden zich overwegend in het mondiale zuiden en vormen de onzichtbare ruggengraat van de AI-revolutie.
De omstandigheden waaronder ze werken zijn alarmerend. In mei 2024 schreven bijna honderd Keniaanse data-arbeiders een open brief aan de Amerikaanse president Biden, waarin zij hun werkomstandigheden omschreven als moderne slavernij. Zij brengen dagelijks meer dan acht uur door met het beoordelen van extreem beeldmateriaal van moorden, zelfmoorden, kindermisbruik, zodat AI-systemen dit later automatisch kunnen detecteren en verwijderen. Meer dan 140 Facebook-moderatoren in Kenia zijn gediagnosticeerd met ernstig posttraumatisch stresssyndroom. OpenAI gebruikte Keniaanse arbeiders voor minder dan twee dollar per uur om ChatGPT minder toxisch te maken.
Van kolonisatie naar slavernij: een oude lijn
Hoe kolonialisme tot slavernij leidt laat de geschiedenis zien. De Atlantische slavenhandel was geen toevallig bijproduct van Europees kolonialisme, maar een ontworpen pijler ervan. Plantages in de Amerika’s draaiden op tot slaaf gemaakte Afrikanen, wat de koloniale economie van suiker, katoen en tabak mogelijk maakte. Koloniale rijkdom creëerde de vraag; slavernij leverde de arbeid. Bovendien industrialiseerden en racialiseerden de koloniale machten de slavernij: ras werd de ideologische rechtvaardiging voor permanente onderwerping. Ook waar formele slavernij ontbrak, produceerde kolonialisme dwangarbeid in andere gedaanten, zoals op de rubberplantages van Leopold II in Congo en in het indenture-systeem waarbij Indiase arbeiders naar verre koloniën werden verscheept, of de corvée-arbeid in grote delen van Azië en Afrika.
Die lijn zien we nu weer terug. De spookarbeiders van vandaag zijn juridisch dan wel geen slaven, maar de structuur is herkenbaar: onzichtbare arbeid, ver van de macht die ervan profiteert, uitgevoerd door mensen zonder arbeidsrechten, voor lonen die geen alternatief laten. Dat Keniaanse data-arbeiders hun situatie zelf omschrijven als moderne slavernij is geen retorische overdrijving. Het is een nauwkeurige beschrijving van een uitbuitingsmodel dat we uit de geschiedenis kennen.
Algoritmisch kolonialisme: de taal van de macht
Een tweede nieuwe dimensie is wat onderzoekers epistemisch kolonialisme noemen: de manier waarop AI-systemen niet alleen arbeid, maar ook kennis en cultuur koloniseren. Het Afrikaanse continent herbergt ongeveer tweeduizend talen, ongeveer een derde van alle talen ter wereld. Toch bedienen Apple’s Siri, Google Assistant en Amazon’s Alexa geen enkele Afrikaanse taal. Dit is geen technisch probleem, maar een politieke keuze over welke kennis telt.
AI-systemen die primair getraind zijn op westerse datasets coderen culturele en taalkundige vooroordelen in curricula, beoordelingssystemen en kennisaanbevelingen. Geautomatiseerde schrijfhulpen onderwaarderen niet-westerse uitdrukkingen, terwijl bronverwijzingen onevenredig veel westerse academische bronnen naar voren schuiven. Bovendien wordt content vaak machinaal naar het Engels vertaald voordat moderatoren er naar kijken, waarbij zij niet eens weten wat de oorspronkelijke taal was. Woorden verliezen daardoor aan sociale en culturele betekenis.
Van empowerment naar controle
Vier verschuivingen tekenen de overgang van wat het internet beloofde naar wat het is geworden. Platforms die ooit bedoeld waren om mensen te verbinden, fungeren nu als infrastructuur voor gerichte beïnvloeding. Algoritmen optimaliseren voor aandacht, niet voor waarheid, en versterken daarmee polarisatie en desinformatie, het meest schadelijk in landen met zwakke mediageletterdheid en weinig moderatie. Algoritmen die personaliseren lijken te helpen maar sturen juist: personalisering is geen service, maar een mechanisme van gedragsmanipulatie. Gebruikers leveren gratis de data die het verdienmodel van platforms vormt, terwijl de winst niet terugkeert bij wie levert. En gezichtsherkenning en biometrische data-inzameling worden dikwijls het eerst en grootst ingezet in landen met de minste juridische bescherming.
Van kritiek naar verzet
Het debat over digitale soevereiniteit, wie bepaalt wat er online gebeurt, is actueler dan ooit. Sardar waarschuwde dertig jaar geleden dat westerse waarden, geprojecteerd in cyberspace, de diversiteit van culturen bedreigen. Die waarschuwing klinkt nu door in discussies over AI-governance, contentmoderatie en de structurele onzichtbaarheid van niet-westerse kennis en arbeid. En er ontstaat tegenkracht. In 2025 kwamen contentmoderatoren uit Kenia, de Filipijnen, India en Latijns-Amerika bijeen om gezamenlijke eisen te formuleren: directe arbeidscontracten bij techbedrijven, mentale gezondheidszorg, hogere lonen en het recht om zich te organiseren. Dat zijn geen abstracte beleidswensen, maar concrete morele minimumvereisten.
Een koloniale erfenis in code
Digitaal kolonialisme laat zien dat technologie niet neutraal is. De architectuur van het internet weerspiegelt politieke keuzes: wie mag bouwen, wie profiteert, wie blijft afhankelijk en wie doet het werk dat niemand wil zien. De geschiedenis van territoriale kolonisatie leert dat macht zelden vrijwillig wordt gedeeld. Dat geldt ook digitaal. Als we willen dat cyberspace een publieke ruimte blijft in plaats van een virtueel imperium, moeten we nieuwe vormen van eigendom, regelgeving en samenwerking ontwerpen, en moeten de spookarbeiders die dit alles draaiende houden, eindelijk zichtbaar worden gemaakt. Maar voor alles zullen consumenten, ook in het westen, zich moeten realiseren dat hun slaafse onderwerping aan de bezetters van het internet het nieuwe kolonialisme blijft voeden.
De strijd om het internet gaat niet over technologie. Die strijd gaat over vrijheid, gelijkheid, en wie het recht heeft om de toekomst te coderen. En over de vraag wie bereid is die te voeren.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
