Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Vorig jaar tikten de bezittingen van de hele wereld voor het eerst de grens van 1,8 biljard dollar aan. Huishoudens bezaten samen 570 biljoen dollar. Allebei recordbedragen van een omvang die bijna niet te bevatten is.

papieren rijkdom blijft groeien

Reden voor een feestje? Niet volgens nieuw onderzoek van het McKinsey Global Institute (MGI). Aangevuld met cijfers van Oxfam en het World Inequality Lab schetst dat een minder vrolijk beeld achter die recordcijfers. Het grootste deel van dat nieuwe vermogen is namelijk niet verdiend door iets nieuws te bouwen, zoals fabrieken, huizen, wegen, technologie. Het komt vooral doordat bestaande bezittingen gewoon duurder zijn geworden, en veel sneller dan de economie eronder rechtvaardigt. En die winst komt vooral terecht bij mensen die toch al rijk waren. Die ongelijke verdeling raakt rijken, de middenklasse en armen elk op hun eigen manier.

Mooi record, maar geen reden tot juichen

Volgens het MGI-rapport van juli 2026, The Global Balance Sheet 2026: Imbalance and Divergence, groeiden de wereldwijde bezittingen van 1,7 biljard dollar in 2024 naar bijna 1,8 biljard dollar in 2025. Het vermogen van huishoudens liep op tot 570 biljoen dollar. Maar van die groei kwam maar zo’n 20 procent uit echte investeringen: nieuwe machines, woningen, wegen, fabrieken, intellectueel eigendom. Bijna 60 procent kwam simpelweg doordat bezittingen sneller in waarde stegen dan de inflatie én de economie.

Dat is niets nieuws, maar wel een verscherping van iets wat al twintig jaar aan de gang is. Sinds 2000 kwam gemiddeld maar een derde van de wereldwijde vermogensgroei uit echte investeringen. De rest was, kort gezegd, lucht. MGI-partner Jan Mischke zei tegen Axios dat zo ongeveer alles op deze planeet inmiddels gefinancialiseerd is: geprijsd en verhandeld als een aandeel, of het nou iets oplevert of niet.

Dat papieren vermogen is niet nep. Wie het bezit, kan er vandaag mee betalen. Maar het is wel breekbaar. Het is eigenlijk een gok dat bedrijfswinsten, huren of productiviteit op termijn de huidige prijzen waarmaken. Gaat die gok niet op, dan gebeurt er iets: prijzen gaan dalen of er ontstaat een schuldencrisis of een hardnekkige inflatiegolf die vermogen langzaam uitholt.

MGI ziet vier mogelijke uitkomsten. Het beste scenario: een productiviteitsboom, aangejaagd door AI, waardoor de economie als het ware “meegroeit” met de hoge waarderingen. Zoiets gebeurde eind jaren negentig. Het saaiste scenario: lage groei en lage rente houden de hoge waarderingen gewoon in stand, zoals in de jaren tien van deze eeuw. Het pijnlijkste scenario: aanhoudende inflatie die het vermogen in reële termen laat krimpen, ook al blijven de cijfers op papier stijgen, zoals gebeurde in 2021-2022. En het engste scenario: een harde klap, zoals in 2002 en 2008. Volgens MGI zitten de Verenigde Staten nu in het productiviteitsscenario, mede dankzij AI-winsten, terwijl de eurozone afglijdt richting stagnatie en China nog worstelt met dalende vastgoedprijzen en oplopende schulden.

Het geld is echt. Maar het zit bij een select clubje.

Hier wordt het verhaal minder abstract. Het gaat niet meer over bbp-cijfers, maar over wie er wint en wie niet.

Oxfam publiceerde in januari 2026 het rapport Resisting the Rule of the Rich. Daarin staat dat het vermogen van miljardairs wereldwijd vorig jaar met ruim 16 procent groeide, tot een recordbedrag van 18,3 biljoen dollar. Dat is drie keer zo snel als het gemiddelde van de vijf jaar daarvoor, en 81 procent meer dan in 2020. Voor het eerst telt de wereld meer dan 3.000 miljardairs. De twaalf rijkste mensen ter wereld bezitten volgens Oxfam nu samen meer dan de armste helft van de mensheid, en dat zijn ruim vier miljard mensen.

Ondertussen heeft ongeveer één op de vier mensen wereldwijd niet elke dag genoeg te eten, en leeft bijna de helft van de wereldbevolking in armoede. De rijkdom aan de top is dus niet zomaar “de wereld die samen rijker wordt.” Het lijken twee economieën die steeds verder uit elkaar groeien.

Het World Inequality Report 2026, van het World Inequality Lab waar onder anderen econoom Thomas Piketty werkt, legt uit waarom die kloof blijft groeien. Vermogen is nu eenmaal veel ongelijker verdeeld dan inkomen, en vermogen trekt weer nieuw vermogen aan. Opvallend: het belastingtarief van miljonairs en miljardairs daalt vaak juist, terwijl het voor de rest van de bevolking stijgt. Superrijken zetten hun inkomen namelijk vaak om in vermogenswinst die nog niet is “gerealiseerd”, en dus nauwelijks wordt belast. Volgens de onderzoekers is dat het gevolg van politieke keuzes. Andere keuzes zijn dus ook mogelijk.

De rijken: geld dat geld maakt

Voor wie al veel bezit heeft is dit ongeveer het gunstigste klimaat dat denkbaar is. Vermogen groeit vanzelf mee met de waarderingen, zonder dat een bedrijf of pand daadwerkelijk meer hoeft op te leveren. In de Verenigde Staten zijn aandelen inmiddels 3,7 keer zoveel waard als het volledige bbp. Een handjevol grote techbedrijven is verantwoordelijk voor meer dan de helft van alle beurswinst sinds 2021.

Daarom onderzoekt het Transnational Institute (TNI) in zijn State of Power-reeks hoe geconcentreerd vermogen zich vertaalt in geconcentreerde macht: via campagnegeld, denktanks, en eigendom van kranten en sociale media. Oxfam ziet hetzelfde patroon. Miljardairs hebben zo’n 4.000 keer meer kans op een politiek ambt dan een gewone burger, en ze bezitten inmiddels meer dan de helft van de grootste mediabedrijven ter wereld. Bovendien bezitten ze vrijwel alle grote sociale mediaplatforms. Vermogen stapelt zich dus niet alleen op, het koopt ook steeds meer invloed op de spelregels zelf, van belastingwetten tot regelgeving. Bij de allerrijksten versterken geld en macht elkaar.

De middenklasse: net genoeg om mee te doen, niet genoeg om te winnen

Voor de middenklasse is het verhaal minder eenduidig. De meeste mensen bezitten wél iets, zoals een huis, een pensioen en dus zijn stijgende prijzen voor hen niet alleen slecht nieuws. Een huis neemt op papier in waarde toe. Een pensioenpotje groeit mee.

Maar diezelfde trend maakt het leven ook duurder. Huizen worden inmiddels een beetje geprijsd zoals aandelen, Daardoor zijn ze in veel landen minder betaalbaar geworden ten opzichte van het inkomen. In Australië liggen de huizenprijzen zo’n 80 procentpunt boven het langjarig gemiddelde ten opzichte van het bbp, meldt MGI. Lonen groeien intussen mee met de reële economie, en tijdens inflatiepieken zelfs langzamer dan de kosten van levensonderhoud. Zo ontstaat een middenklasse die net genoeg bezit om zich betrokken te voelen bij de vermogensgroei, maar niet genoeg om er echt beter van te worden. Omdat wonen, studeren en een pensioen opbouwen alleen maar moeilijker worden.

De oplopende staatsschuld maakt het er niet makkelijker op. MGI spreekt van een “begrotingskoorddans” in de Verenigde Staten: de rente ligt er inmiddels hoger dan de verwachte economische groei, waardoor de schuld zichzelf niet meer in bedwang houdt. Dat betekent uiteindelijk kiezen tussen hogere belastingen, bezuinigingen op voorzieningen waar juist de middenklasse op leunt, of nog meer lenen, met alle risico’s van dien.

De armen: geen aandeel in de winst, wel in het risico

Wie weinig of niets bezit, profiteert ook niet van stijgende vermogensprijzen. Wat je wél voelt, zijn de gevolgen. Inflatie raakt vooral mensen die hun hele inkomen nodig hebben voor het dagelijks leven en dus niets kunnen sparen. Een schuldencrisis of bezuinigingsronde raakt vaak juist de voorzieningen zoals zorg, voedselhulp, onderwijs waar mensen met een laag inkomen het meest van afhankelijk zijn.

Het World Inequality Report legt nog een andere ongelijkheid bloot: die van het klimaat. De rijkste 10 procent van de wereldbevolking is verantwoordelijk voor zo’n 77 procent van de uitstoot die met privévermogen te maken heeft. De armste helft van de wereld draagt daar maar zo’n 3 procent aan bij. Toch zijn het vooral arme landen en gemeenschappen die de gevolgen van klimaatverandering voelen. En dat zijn juist weer de mensen die financieel het minst kunnen opvangen.

Oxfam rekende het uit: het vermogen dat miljardairs afgelopen jaar wonnen, zou genoeg zijn om ieder mens op aarde 250 dollar te geven. En dan zouden miljardairs samen nog altijd meer dan 500 miljard dollar rijker zijn geworden. Een treffend voorbeeld van de schaal waarover we het hebben: voor de armste mensen ter wereld zou zelfs een fractie van dat opgestapelde papieren vermogen al een enorm verschil maken. In plaats daarvan blijft het vooral liggen waar het al lag.

Geen natuurwet, maar een keuze

De rode draad in al dit onderzoek: dit hoeft niet zo te blijven. Het World Inequality Lab is er duidelijk over dat extreme ongelijkheid geen wetmatigheid van de economie is, maar het resultaat van politieke en fiscale keuzes. Progressieve belastingen, herverdeling en investeringen in publieke voorzieningen hebben overal waar ze serieus zijn toegepast de ongelijkheid aantoonbaar verkleind. Een bescheiden minimumbelasting op het vermogen van multimiljonairs zou wereldwijd jaarlijks honderden miljarden dollars kunnen opleveren voor onderwijs, zorg en klimaataanpak.

Of de wereld die kant opgaat, of gewoon doorgaat op de huidige weg is volgens de onderzoekers van MGI de belangrijkste vraag voor het komende decennium. In het beste geval zorgt een AI-productiviteitsboom ervoor dat de economie alsnog “meegroeit” met de hoge waarderingen, en wordt papieren rijkdom iets wat werkelijk gedeeld wordt. Gebeurt dat niet, dan blijven de andere opties over: inflatie die spaargeld uitholt, stagnatie die kansen bevriest, of een harde correctie die het papieren vermogen in één klap laat verdampen.

Voorlopig blijven de cijfers alleen maar stijgen: 1,8 biljard dollar aan wereldwijde bezittingen, 570 biljoen dollar aan huishoudvermogen, 18,3 biljoen dollar in handen van zo’n 3.000 miljardairs. De vraag is niet óf de wereld rijker wordt. De vraag is van wie die rijkdom eigenlijk is en hoe lang die kloof nog kan groeien voor er iets knapt.

Uitleg

Even over die grote getallen: in dit artikel gebruiken we de Nederlandse telling, met stappen van duizend: 1 miljard = 1.000 miljoen, 1 biljoen = 1.000 miljard, 1 biljard = 1.000 biljoen. Het Engelse “billion” is dus ons “miljard”, “trillion” is ons “biljoen”, en “quadrillion” is ons “biljard” (niet te verwarren met het biljartspel).