Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In 2015 viel het Lac de Guerlédan maandenlang droog voor onderhoud aan de dam. Bezoekers zagen geen verzonken dorp, maar wel sporen van de oude Blavet-vallei die normaal onder water ligt.
Ook op andere plekken in Europa verdwenen dorpen onder water, zoals in het Italiaanse Resia. Foto: iStock – Nicola Colombo
Een meer lijkt zo vanzelfsprekend als een weg of een plein, totdat het water zakt en oude verhalen ineens tastbaar lijken. Rond het Lac de Guerlédan in Bretagne leeft de hardnekkige legende van een verdronken dorp, maar onder het water ligt vooral de ruim twaalf kilometer oude Blavet-vallei, met 17 sluizen en sluiswachterswoningen. De 206 meter lange Guerlédan-stuwdam houdt 55 miljoen kubieke meter water tegen, waardoor inspectie en onderhoud geen vrijblijvende klus zijn. Frankrijk schreef zulke leegmakingen al in 1927 elke tien jaar voor, al verliepen ze in de praktijk allesbehalve regelmatig.
De dam veranderde een rivierdal voorgoed
De bouw begon in 1923 en was in 1930 klaar. De stuwdam rijst 45 meter boven de dalbodem uit, of 54,6 meter als je de fundering meetelt. Op de kruin is hij 206 meter lang, een flinke betonnen muur die de Blavet opstuwing gaf en het landschap eromheen veranderde.
Het meer beslaat 304 hectare en hoort daarmee bij de grootste meren van Bretagne. Dat formaat verklaart ook waarom een leegloop zo veel losmaakt: als het water weg is, ligt ineens een lang stuk oud landschap open waar normaal alleen bootjes varen.
De tienjarenregel bleek in de praktijk rekbaar
De drooggevallen bedding van het meer van Guerlédan, gefotografeerd op 20 september 2015 tijdens de leegloop van de stuwdam. Beeld: GOUPILLEAU J-Y on fr.wikipedia, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
De eerste volledige leegmaking kwam pas in 1951. Die was eigenlijk voor 1941 voorzien, maar de Duitse bezetting maakte dat onmogelijk. Daarna volgden leeglopen in 1966, 1975, 1985 en 2015.
De regel uit 1927 schreef een controle om de tien jaar voor, maar tussen 1985 en 2015 zat dertig jaar. In 2005 bracht een robotinspectie onder water renovatiebehoefte aan het licht. Nadat de concessie voor de centrale in 2008 was vernieuwd, werd een grote onderhoudsbeurt voorbereid.
Goed om te weten
Een leegloop heet ook wel een vidange: het waterpeil gaat dan zo ver omlaag dat technici de dam en de bodem eromheen kunnen inspecteren.
Wat bezoekers in 2015 werkelijk aantroffen
Georges Tilly, destijds burgemeester van Mûr-de-Bretagne en voorzitter van de lokale gemeentelijke samenwerking, kondigde de volgende volledige leegmaking op 14 maart 2013 aan. EDF liet het meer vervolgens van medio april tot eind oktober 2015 leeglopen.
Wat tevoorschijn kwam: een oude sluiswachterswoning, een sluis, een jaagpad langs het vroegere kanaal, tuintjes en gefossiliseerde bomen. 1,5 miljoen bezoekers kwamen in die maanden kijken naar de drooggevallen vallei.
De aantrekkingskracht zat ook in het verhaal dat er ergens een compleet dorp verborgen zou liggen. Dat dorp heeft er nooit gelegen. Wel verdwenen in de oude vallei verschillende bouwwerken onder water, waardoor de legende hardnekkig bleef hangen.
Stroom uit water, met gevolgen voor vissen
De centrale bij de dam draait op vier Francis-turbines, een veelgebruikt type waterturbine waarin water onder druk langs schoepen stroomt. Samen hebben ze een opgesteld vermogen van 15 MW en leveren ze jaarlijks 28 tot 30 miljoen kWh elektriciteit.
Die productie is genoeg voor ongeveer 15.000 inwoners. Waterkracht is hier dus zowel landschapsgeschiedenis als onderdeel van de stroomvoorziening.
- Een beroepsvisser ving vissen met kieuwnetten.
- De dieren gingen naar nabijgelegen wateren.
- Na afloop gold op het meer 2,5 jaar een visverbod, zodat bestanden konden herstellen.
Water wordt ook een kwestie van beheer
Bij droogte staat er minder water voor elektriciteitsproductie, terwijl water tegelijk nodig is voor natuur, recreatie en de omgeving rond een meer.
Een nieuwe volledige leegmaking is nog niet aangekondigd. De centrale bij Guerlédan blijft intussen stroom leveren aan zo’n 15.000 inwoners, met vier Francis-turbines die samen goed zijn voor 28 tot 30 miljoen kWh per jaar.
