Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Een Friese veenweidepolder wordt omgevormd van landbouwgrond tot moeras en water. Voor zes melkveehouderijen betekent dat vertrek, terwijl de bodem er blijft zakken.
Friese veenpolders gaan plaatsmaken voor natuur. Foto: iStock – catolla
Wie door een Friese veenpolder rijdt, ziet gras, sloten en boerderijen. Onder dat landschap zakt de grond langzaam weg. In De Hegewarren bij Oudega oxideert het veen, met gevolgen voor het waterbeheer, de natuur eromheen en de uitstoot van CO2. De ongeveer 360 hectare grote polder krijgt daarom een andere toekomst: na de bestuurlijke instemming in 2022 had de provincie eind dat jaar al bijna 185 hectare aangekocht.
De boeren vertrekken, het landschap blijft
Voor de bedrijven in de polder was de koerswijziging al vroeg heel concreet. In 2022 werd een melkveehouder uitgekocht, inclusief 86 hectare grond. Een tweede boer dacht toen na over afbouwen en vier andere bedrijven wilden hun bedrijfsvoering verplaatsen.
De Hegewarren ligt ten zuiden van Nationaal Park De Alde Feanen, in de driehoek Leeuwarden, Heerenveen en Drachten. Grasland dat generaties lang voor melkvee diende, maakt hier plaats voor water, moeras en recreatie.
Hoger water remt de daling af
Op de grond die de provincie in handen kreeg, begon het overgangsbeheer. Daaronder valt het verhogen van het waterpeil, zodat het veen minder snel uitdroogt en afbreekt. Hoger peil is lastig te combineren met de gewone melkveehouderij, want zware landbouwmachines en natte percelen gaan niet vanzelf samen.
In West-Nederland zakt veengrond door oxidatie gemiddeld ongeveer 1 centimeter per jaar; plaatselijk loopt dat op tot 2 centimeter. Over een eeuw is dat 2 meter, ongeveer de hoogte van een standaard binnendeur.
Goed om te weten
In de veengebieden van Utrecht daalt de bodem jaarlijks 2 tot 10 millimeter. Dat veroorzaakt schade aan wegen en gebouwen.
De Krimpenerwaard laat zien hoe ver het kan gaan
In 2022 kozen de volksvertegenwoordigers van de provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en de gemeente Smallingerland voor de toekomstvariant Open en Natuurlijk. Daarmee werd vastgelegd dat de polder niet verder moet meebewegen met steeds lagere waterstanden voor de landbouw.
In de Krimpenerwaard is de bodem in enkele eeuwen al meerdere meters gezakt door veenoxidatie en inklinking, nadat waterpeilen telkens werden verlaagd voor de melkveehouderij. De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur wees het Groene Hart eerder al aan als gebied waar ontwatering de daling al tientallen jaren aanjaagt.
Wie het waterpeil blijft verlagen, houdt landbouw mogelijk, maar verliest tegelijk steeds meer bodem. Veen verdwijnt blijvend zodra het met zuurstof in aanraking komt.
Van gras naar lisdodde, riet en veenmos
De nieuwe inrichting hoeft niet te betekenen dat er nooit meer iets groeit dat bruikbaar is. Onderzoeksprogramma NL2120 test in De Hegewarren paludicultuur, landbouw op natte grond. Daar groeit nu lisdodde; sinds 2026 komen daar riet, veenmos en andere gewassen bij.
Dat zijn gewassen die water nodig hebben, in plaats van een steeds lager peil. Of ze een verdienmodel voor boeren opleveren, moet de praktijk uitwijzen. Ze bieden een andere route voor veengrond dan voor grasland dat alleen overeind blijft met drainage.
De ontwerpen voor Sytebuorren volgen nog
In 2026 werkt het gebiedsproces verder aan recreatie en aan een stedenbouwkundige verkenning voor Sytebuorren. Begin 2026 werd planfase 1 afgerond, waarna de ontwerpopties voor het gebied verder kunnen worden uitgewerkt.
De Hegewarren schuift daarmee op van besluit naar uitvoering. De komende ontwerpen moeten laten zien hoe water, natuur, recreatie en natte teelten straks naast elkaar passen in de polder.
Over het onderzoek
NL2120 gebruikt De Hegewarren als praktijklocatie voor natte teelten in veenweidegebied. Het programma onderzoekt hoe lisdodde, riet en veenmos kunnen groeien bij hogere waterstanden, terwijl provincie Fryslân, Wetterskip Fryslân en het Rijk het gebiedsproces van 2023 tot en met 2026 financieren.
