Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Bij mensen met voorouders buiten Sub-Saharaans Afrika bestaat een tot vier procent van het genoom uit Neanderthaler-DNA. Ook de Denisovamens liet sporen na, van de afweer tot het leven op grote hoogte.

vroege mens

Is dit hoe de vroege mens eruit zag? Foto: iStock – gorodenkoff

Je stamboom zit verstopt in elke cel van je lichaam. Toen onderzoekers in 2008 in de Denisova-grot in Siberië een vingerkootje van een onbekende mensachtige vonden, bleek dat het verhaal van onze voorouders een stuk minder rechtlijnig was dan gedacht. Voor mensen met voorouders buiten Sub-Saharaans Afrika zijn die oude ontmoetingen nog altijd genetisch zichtbaar, in sporen van Neanderthalers en Denisovamensen. Die erfenis doet vandaag nog iets, van onze afweer tot het vermogen om onder extreme omstandigheden te leven.

In één mens past maar een klein stukje van een oud genoom

Je draagt nooit het complete erfgoed van een Neanderthaler met je mee. Het gaat om losse stukjes DNA, verspreid over het genoom, die generaties lang zijn doorgegeven nadat groepen Homo sapiens en Neanderthalers kinderen kregen.

Bij mensen met voorouders buiten Sub-Saharaans Afrika beslaat dat samen meestal 1 tot 4 procent van het genoom. Kijk je naar alle moderne mensen als groep, dan duikt ongeveer 20 procent van het Neanderthaler-genoom ergens in de mensheid op. Iedereen draagt andere restjes mee.

Bij mensen met vooral Sub-Saharaans-Afrikaanse voorouders ligt dat aandeel veel lager. Oudere studies kwamen uit op ongeveer 0,02 procent, nieuwere analyses wijzen op een hogere hoeveelheid.

Denisova-sporen zijn heel ongelijk verdeeld

Uitzicht op de Denisova-grot.

Binnen in een grot met een houten werkplatform en trappen, omgeven door rotsige wanden met mineraalafzettingen. Beeld: Wikimedia Commons.

De Denisovamens liet een grilliger genetische kaart achter. Melanesische bevolkingsgroepen dragen de hoogste bekende hoeveelheid Denisova-DNA: bijna 5 procent van hun genoom.

In delen van Papoea-Nieuw-Guinea lopen schattingen uiteen van 3 tot 15 procent. Ook mensen uit China, Japan en Korea hebben Denisova-DNA, in kleinere hoeveelheden. Oude ontmoetingen gebeurden niet overal op dezelfde schaal.

Goed om te weten
Denisova-DNA is genoemd naar de Denisova-grot, waar een klein vingerkootje genoeg bleek om een tot dan toe onbekende menselijke verwant te herkennen.

Oude genen hielpen bij de afweer

Een deel van die erfenis zit op plekken die belangrijk zijn voor onze afweer. Onderzoek naar Neanderthaler-DNA vond een duidelijke bijdrage aan genen die het lichaam helpen reageren op ziekteverwekkers.

Janet Kelso, genetica-onderzoeker die archaïsch menselijk DNA bestudeert, en haar collega’s zagen dat drie aangeboren afweergenen door vermenging gevarieerder werden. Die genen horen bij de Toll-like-receptor-familie, een soort alarmsysteem waarmee cellen binnendringers herkennen.

“We ontdekten dat vermenging met archaïsche mensen, de Neanderthalers en Denisovamensen, de genetische diversiteit in huidige genomen heeft beïnvloed bij drie aangeboren afweergenen uit de Toll-like-receptor-familie.”
Janet Kelso, genetica-onderzoeker

Moderne mensen erfden die drie genen in drie golven: twee kwamen van Neanderthalers, één van Denisovamensen. Zulke ontmoetingen tellen nog altijd mee in ons afweersysteem.

Op grote hoogte maakt één gen flink verschil

Bij Tibetanen is de invloed van Denisova-DNA bijzonder goed zichtbaar. Hun EPAS1-gen helpt het lichaam omgaan met grote hoogte en beïnvloedt de hemoglobineconcentratie, de stof in rode bloedcellen die zuurstof vervoert.

Een Nature-studie uit 2014 vond bij dit gen een ongebruikelijke genetische structuur die waarschijnlijk afkomstig is van Denisova-DNA, of van een nauw verwante groep. Op de hoogvlakten van Tibet kan zo’n aanpassing het verschil maken tussen goed functioneren en ernstig last krijgen van zuurstoftekort.

In Nederland is grote hoogte geen dagelijks probleem, maar het voorbeeld maakt tastbaar waarom genetische variatie ertoe doet: Homo sapiens trok naar nieuwe leefgebieden en nam onderweg bruikbare eigenschappen van andere mensensoorten mee.

Het contact gebeurde meer dan één keer

DNA-onderzoek in Science wijst erop dat Neanderthaler-mannen vaker kinderen kregen met vrouwen uit de vroege moderne mens dan andersom. Daardoor kwamen Neanderthalerstukken in de stamboom van latere bevolkingsgroepen terecht.

Bij Denisovamensen lag het ingewikkelder. Daar zijn twee afzonderlijke episodes van genetische vermenging gevonden, wat past bij contact tussen verschillende groepen Homo sapiens en Denisovamensen op verschillende momenten.

Onderzoekers pluizen die losse DNA-fragmenten steeds preciezer uit, om te bepalen welke oude varianten nog iets doen in ons lichaam en welke alleen als stille familiegeschiedenis zijn blijven hangen.

Over het onderzoek

Het volledige genoom van het Denisova-vingerkootje kon met moderne DNA-technieken worden uitgelezen. Daardoor konden onderzoekers het DNA vergelijken met dat van Neanderthalers en moderne mensen, in plaats van alleen te kijken naar de vorm van botten.

De grote lijnen komen uit meerdere studies, waaronder onderzoek in Nature uit 2014 naar EPAS1 en werk van Janet Kelso en collega’s uit januari 2016 naar afweergenen. Die vergelijkingen maakten zichtbaar dat oude menselijke verwanten nog steeds herkenbare genetische sporen nalieten in levende mensen.