Tussen 1946 en 1990 zijn naar schatting 200.000 vaten met radioactief afval in de Atlantische Oceaan gedumpt. Een expeditie onder leiding van CNRS-onderzoekers Patrick Chardon en Javier Escartín onderzocht wat daarvan nog terug te vinden is op de diepzeebodem. Rond de vaten werd radioactiviteit gemeten.
Op bijna 4.700 meter diepte, in het schemerdonker van de Atlantische bodem, stuitte de onderzeeër Nautile op radioactieve afvalvaten die daar decennialang buiten beeld bleven. De CNRS-missie Nodssum, geleid door Patrick Chardon en Javier Escartín, probeert in kaart te brengen wat er nog ligt en wat het betekent dat zulke vaten verweren in een omgeving die ooit als eindstation werd gezien. Tijdens de eerste campagne in juni en juli 2025 werden 3.355 vaten teruggevonden, verspreid over 163 km², een aanwijzing voor de schaal en versnippering van de dumppraktijk. Op het spel staat inzicht in mogelijke lekken van radionucliden zoals cesium 137 en plutonium 239-240, en de vraag hoe een diepzee-ecosysteem zich verhoudt tot dit menselijk afval.
Radioactief afval op de oceaanbodem: een nieuwe blik
De beelden van Nodssum laten een bijna vlakke, sedimentrijke abyssale vlakte zien in de noordoostelijke Atlantische Oceaan, verlicht door de schijnwerpers van een bemande duikboot. De Nautile zelf is 8 m lang en werd tijdens de tweede campagne, die van 27 mei tot 28 juni 2026 plaatsvond aan boord van het onderzoeksschip Pourquoi Pas?, herhaaldelijk naar de bodem gestuurd om het afval van dichtbij te documenteren. In het videomateriaal zijn op sommige vaten nog markeringen te onderscheiden, waaronder het stralingssymbool en labels.
Naast de roestende vaten registreren de onderzoekers ook nieuwer zwerfafval op dezelfde plek, waaronder plastic zakken, flessen en verfpotten. Het plaatst de dumpzones in een bredere geschiedenis van menselijk gebruik van de diepzee. De vaten zelf vertonen zware corrosie met opvallend rode roestkleuren en golvende, aangetaste wanden.
De historische praktijk van afvaldumping in zee
Een gecorrodeerd radioactief afvalvat op de bodem van de Atlantische Oceaan, naast een meetinstrument van de wetenschappelijke missie. Beeld: Phys.org.
De gedumpte vaten waren destijds verpakt met cement, bitumen of hars, een keuze die moest voorkomen dat radioactief materiaal zou vrijkomen. Meerdere Europese landen dumpten het afval in dezelfde oceaanzone, voordat de London Convention in 1990 een verbod op zeedumping invoerde. Die conventie is een internationaal verdrag onder de vlag van de internationale scheepvaartorganisatie IMO.
Regelmatige evaluaties van de dumpplaatsen waren aangekondigd, maar zijn volgens de missie niet uitgevoerd, waardoor de locaties decennia lang uit beeld raakten. In het veld ziet het team nu vaten die volledig zijn opengebarsten, met verspreid materiaal in het omringende sediment. Het gaat om jaren van geleidelijke degradatie, niet om één groot incident.
Onderzoeksmissie: onderzoek, cijfers en observaties
Waar de eerste Nodssum-campagne vooral draaide om kaartwerk, ging de tweede fase in mei en juni 2026 doelbewust naar de afvalclusters toe. Er werden ongeveer twintig duiken gemaakt met de Nautile om monsters te nemen rond vaten en in materiaal dat eruit is ontsnapt, op verschillende afstanden van de bron. De resultaten zijn op donderdag 2 juli naar buiten gebracht door het onderzoeksteam.
Patrick Chardon, ingenieur in nucleaire metrologie bij het Laboratoire de Physique de Clermont Auvergne (LPCA), verbonden aan Université Clermont Auvergne, en gespecialiseerd in het meten van radioactiviteit in het milieu, meldt dat al tijdens de expeditie radionucliden zijn gedetecteerd die niet passen bij de achtergrond die in dit deel van de oceaan gebruikelijk is. Het gaat onder meer om cobalt 60 en plutonium 239-240, en om substantiële concentraties cesium 137 en americium 241. Meer precieze waarden moeten uit laboratoriumanalyses komen, die volgens de missie nog maanden in beslag nemen.
De missie verzamelde daarnaast duizenden beelden, honderden monsters en sonarmetingen over tientallen vierkante kilometers om de ruimtelijke spreiding van afval en meetpunten te reconstrueren. Javier Escartín, onderzoeksdirecteur bij CNRS en verbonden aan het Laboratoire de géologie van de École normale supérieure, beschrijft dat de herkenbare symbolen op sommige vaten nog zichtbaar zijn, maar dat veel exemplaren door roest zijn aangetast. Een vat dat fysiek uiteenvalt, verliest ook zijn functie als barrière.
Ecologische uitdagingen en verrassingen
Rondom het afval registreert Nodssum een opvallend rijke aangroei van koralen, sponzen, krabben en anemonen. Ook holothuriën en diverse vissen worden genoemd als soorten die de vaten en hun omgeving benutten. De waarneming staat haaks op het oude idee dat de diepzee ecologisch leeg zou zijn, een aanname die meespeelde bij de oorspronkelijke dumpbesluiten.
Chardon verwacht geen scenario’s die te vergelijken zijn met een kernramp aan land. “De zeebodem waar we kijken is geen Tsjernobyl; het gaat om een opslagplaats van afval met zeer lage tot lage activiteit,” zegt hij. Tegelijkertijd wijst de missie erop dat dieren juist worden aangetrokken door hard substraat in een verder zacht sedimentlandschap, waardoor een kunstmatig rif ontstaat precies op de plek waar radionucliden kunnen vrijkomen.
Vragen en keuzes voor de toekomst
Het team wil radioactiviteit kwantificeren en radionucliden in kaart brengen die volgens Chardon soms lastig te meten zijn, juist bij lage concentraties en complexe mengsels. Daarna wil het team volgen hoe contaminatie via micro-organismen en de voedselketen doorwerkt, inclusief mogelijke genetische veranderingen door blootstelling. Ecologie, geochemie en radiometrie komen in de missie samen in één dataset.
De onderzoekers plaatsen hun werk ook in een bredere diepzee-agenda: naast historische dumpplaatsen worden in de diepzee ook nucleaire onderzeeërs genoemd, en illegale dumping in de Middellandse Zee die aan Italiaanse maffia’s wordt toegeschreven. Daar komt de opkomst van mijnbouw naar polymetallische nodules bij, met metalen als nikkel, cobalt, mangaan en koper, die sediment kan verstoren en mogelijk vastgelegde radioactiviteit opnieuw in omloop brengt. CNRS bundelt updates en methodische toelichting rond Nodssum op radiocean, terwijl de monsteranalyses de komende maanden doorlopen.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
