Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Sinds de evacuatie van de laatste 36 inwoners op 29 augustus 1930 heeft Hirta, het hoofdeiland van St Kilda, geen permanente bewoners meer. Wat er gebeurde met deze afgelegen Schotse gemeenschap, vertelt het verhaal achter de lege huizen.

St Kilda, Outer Hebrides, Scotland.

Op de Hebriden in Schotland kan niemand zonder hulp van buitenaf overleven. Foto: iStock – Edo Tealdi

Op Hirta staat een hele nederzetting zonder permanente bewoners. De bevolking van St Kilda slonk van 74 inwoners in 1911 naar 71 tien jaar later, onder druk van onder meer ziekte, voedseltekorten en veranderend contact met de buitenwereld. Nadat de eilanders in mei 1930 zelf om vertrek hadden gevraagd, bleef het afgelegen eiland achter met huizen die een gemeenschap herinneren die haar zelfvoorzienendheid zag verdwijnen. St Kilda kent vandaag tijdelijke bezoekers en medewerkers, en de archipel is ook een uitzonderlijk belangrijk toevluchtsoord voor zeevogels.

De oversteek maakte vertrek definitief

Hirta ligt ongeveer 40 mijl ten westen van North Uist, in de Buiten-Hebriden. Het was het enige eiland van de archipel waar mensen zich blijvend hadden gevestigd, dus toen de bewoners vertrokken, bleef er nergens op St Kilda een dorp over.

De overtocht naar het vasteland gebeurde met de HMS Harebell, een marineschip. Voor de eilanders betekende die boot veel meer dan vervoer, want hij trok een streep onder een manier van leven die generaties lang vrijwel helemaal op het eiland zelf had gedraaid.

Een eiland kon zichzelf niet meer dragen

De bewoners richtten hun verzoek om vertrek aan de Schotse staatssecretaris. De brief was geen plotselinge ingeving. Het dagelijks leven was al kwetsbaar geworden doordat voedselvoorziening en gezondheid steeds vaker onder druk stonden.

Vanaf het midden van de 19e eeuw kreeg St Kilda vaker contact met de buitenwereld. Dat bracht nieuwe mogelijkheden, maar tastte ook de zelfvoorzienendheid aan, waardoor de eilanders minder goed in staat waren om volledig op hun eigen landbouw, visvangst en voorraden te leunen.

Een kleine gemeenschap kan lang standhouden, maar als er weinig mensen overblijven om voedsel te verzamelen, zieken te verzorgen en het werk te verdelen, wordt ieder probleem meteen groter.

De leegte werd een vogelrijk

Een jaar na het vertrek, in 1931, kwam St Kilda in handen van de Marquess of Bute, een fanatiek vogelkenner. In 1957 liet de vijfde Marquess of Bute de archipel na aan de National Trust for Scotland, die het gebied nog altijd beheert.

UNESCO erkende St Kilda in 1986 als werelderfgoed vanwege de natuur. De bescherming ging in 2005 een stap verder met de status van natuurlijk én cultureel werelderfgoed, en zelden vallen een kwetsbaar landschap en de sporen van een verdwenen gemeenschap zo duidelijk samen.

  • Tijdens het broedseizoen zijn er meer dan 500.000 vogels op St Kilda.
  • De archipel telt zeventien vogelsoorten die er regelmatig broeden.
  • Hirta heeft naar schatting 140.000 broedparen papegaaiduikers, de grootste kolonie van Groot-Brittannië.
  • Er broeden ook circa 67.000 paren noordse stormvogels, de grootste kolonie van het VK.

De zee rond Hirta hoort bij het verhaal

In 2004 werd ook het omliggende mariene gebied onderdeel van het werelderfgoed. De kliffen en grashellingen van Hirta zijn voor zeevogels onlosmakelijk verbonden met de zee waar ze voedsel zoeken.

Voor Nederland, met zijn Noordzeekust en Waddeneilanden, is dat herkenbaar. Natuur, voedsel en bereikbaarheid zijn ook daar geen losse dossiers. Op St Kilda liet de geschiedenis al zien hoe snel het evenwicht van een kleine eilandgemeenschap kan verschuiven wanneer de omgeving verandert.

De National Trust for Scotland beschermt zowel het land als de zee rond de archipel. Er zijn nog geregeld tijdelijke beheerders en wetenschappers op Hirta, waardoor het eiland geen volledig afgesloten tijdcapsule is.

Over het onderzoek

De grootste jan-van-gentkolonie ter wereld werd in kaart gebracht met een dronetelling van de National Trust for Scotland. Zo kunnen tellers de steile broedplaatsen bekijken zonder er doorheen te lopen en de vogels onnodig te verstoren.

Die telling kwam uit op meer dan 59.000 broedparen jan-van-genten op St Kilda.