Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Wie zijn woning wil verduurzamen, kijkt al snel naar een warmtepomp. Niet gek: het apparaat krijgt veel aandacht en kan een flinke rol spelen bij het terugdringen van aardgasgebruik.

verwarming

Toch begint een goed verwarmingsplan meestal niet bij de warmtebron zelf. De vraag die eerder gesteld moet worden is veel simpeler: hoeveel warmte heeft de woning eigenlijk nodig en hoe wordt die warmte door het huis verspreid?

Wie bij het verduurzamen van de woning ook kijkt naar vloerverwarming, kan zich bij Housewarming oriënteren op de verschillende mogelijkheden voor verwarming vanuit de vloer.

Maar voordat er vloerverwarming, een warmtepomp of een ander systeem wordt gekozen, loont het om eerst naar de woning als geheel te kijken. Is de vloer geïsoleerd? Verdwijnt er veel warmte via glas of dak? En kan de bestaande verwarming met een lagere temperatuur overweg?

Eerst minder warmte verliezen

De goedkoopste warmte is nog altijd de warmte die je niet hoeft op te wekken. Een woning die slecht geïsoleerd is, kan veel energie verliezen via dak, gevel, ramen en vloer. Een nieuwe verwarmingsinstallatie verandert daar op zichzelf weinig aan.

Daarom is isoleren vaak een logische eerste stap. Niet iedere woning hoeft meteen volledig te worden aangepakt. Soms leveren relatief eenvoudige ingrepen al merkbaar resultaat op. Denk aan kierdichting, vloerisolatie of het vervangen van verouderd glas.

Vooral bij oudere woningen kan het verschil groot zijn. Zodra minder warmte ontsnapt, hoeft het verwarmingssysteem minder hard te werken om dezelfde binnentemperatuur vast te houden. Dat maakt het daarna ook makkelijker om met een lagere watertemperatuur te verwarmen.

Waarom die lagere temperatuur interessant is

Veel traditionele cv-installaties zijn ontworpen om water op een vrij hoge temperatuur door radiatoren te sturen. Dat werkt prima met een cv-ketel, maar past niet altijd goed bij andere warmtebronnen.

Een warmtepomp komt beter tot zijn recht wanneer het verwarmingssysteem met lagere temperaturen kan werken. Daarvoor moet de woning de opgewekte warmte wel goed kunnen afgeven. Grote radiatoren, speciale lage-temperatuurradiatoren of vloerverwarming kunnen daarbij een rol spelen.

Bij vloerverwarming wordt een groot oppervlak gebruikt om warmte aan de kamer af te geven. In plaats van een paar hete radiatoren verspreidt de warmte zich over een veel groter deel van de ruimte. Daardoor kan het water in het systeem vaak een lagere temperatuur hebben.

Dat is precies waarom alleen een warmtepomp kopen niet automatisch betekent dat een woning klaar is voor een andere manier van verwarmen.

De vloer wordt onderdeel van het energieplan

Bij verduurzaming gaat veel aandacht naar apparaten die zichtbaar in of rondom het huis worden geplaatst. De vloer krijgt vaak minder aandacht, terwijl daar juist verschillende keuzes samenkomen.

Wie een vloer gaat vervangen, kan bijvoorbeeld meteen kijken naar isolatie en warmteafgifte. Dat voorkomt dat een nieuwe vloer enkele jaren later opnieuw open moet omdat het verwarmingssysteem alsnog wordt aangepast.

Ook het gekozen vloermateriaal speelt mee. Niet iedere vloer geeft warmte op dezelfde manier door. Tegels combineren bijvoorbeeld anders met vloerverwarming dan een dikke houten vloer. Ook bij PVC en laminaat is het verstandig om vooraf te controleren of het gekozen product geschikt is voor de geplande manier van verwarmen.

Daarmee wordt de vloer ineens meer dan een keuze tussen kleuren, patronen en materialen. Hij wordt onderdeel van het energieplan van de woning.

Begin niet bij het apparaat, maar bij de warmtevraag

De overstap naar duurzamer verwarmen wordt soms voorgesteld als een vrij simpele keuze: oude cv-ketel eruit, warmtepomp erin. In de praktijk bestaat een woning uit meerdere onderdelen die elkaar beïnvloeden.

Een goed geïsoleerd huis houdt warmte langer vast. Een geschikt afgiftesysteem kan met lagere temperaturen werken. Pas daarna komt de vraag welke warmtebron daar het beste bij past.

Wie die volgorde omdraait, kan tegen verrassingen aanlopen. Een warmtepomp die veel harder moet werken dan verwacht, kamers die niet prettig warm worden of alsnog extra aanpassingen die tijdens de eerste verbouwing al meegenomen hadden kunnen worden.

Een verwarmingsplan begint daarom beter met een paar praktische vragen. Hoeveel warmte verliest de woning? Welke ruimtes worden het meest gebruikt? Welke delen van het huis worden binnenkort toch al verbouwd? En welke temperatuur heeft het huidige systeem nodig om het comfortabel te houden?

Verduurzamen hoeft niet in één keer

Niet iedereen heeft het budget of de mogelijkheid om een woning in één verbouwing volledig aan te pakken. Dat hoeft ook niet. Juist door vooraf te bedenken waar je uiteindelijk naartoe wilt, kunnen maatregelen stap voor stap worden uitgevoerd.

Wordt binnenkort de benedenverdieping verbouwd? Dan kan dat een goed moment zijn om de vloer, isolatie en verwarming gezamenlijk te bekijken. Zijn de ramen aan vervanging toe? Dan kan beter glas een volgende stap zijn. En wanneer de cv-ketel later wordt vervangen, is de woning mogelijk al een stuk beter voorbereid op verwarmen met lagere temperaturen.

Zo ontstaat een route waarbij werkzaamheden elkaar aanvullen in plaats van elkaar in de weg zitten.

Kijk naar het hele huis bij het verduurzamen

Een warmtepomp kan een belangrijke stap zijn richting minder aardgasgebruik, maar het apparaat is slechts één onderdeel van het verhaal. Het comfort en energiegebruik van een woning worden ook bepaald door isolatie, warmteverlies, vloeropbouw en de manier waarop warmte door de kamers wordt verspreid.

Wie plannen heeft om duurzamer te verwarmen, doet er daarom goed aan om niet meteen met de warmtebron te beginnen. Kijk eerst waar warmte verloren gaat, hoe de woning momenteel wordt verwarmd en welke aanpassingen de komende jaren toch al op de planning staan.

De beste voorbereiding op een andere manier van verwarmen zit soms niet in de technische ruimte, maar gewoon onder je voeten.