Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De Amerikaanse overheid betaalt sinds begin 2026 energiebedrijven om de bouw van windparken stop te zetten. Maar wat betekent dat voor de CO2 uitstoot? En hoe verhoudt zich die met de uitstoot van recente en toekomstige bosbranden? Want die vergelijking laat een belangrijke impact van die maatregel zien.

Bouw van een windpark op zee

De VS leggen de bouw van windparken op zee stil. Foro: iStock – kruwt

Wat is er precies gebeurd

Sinds maart 2026 sluit de regering deals met windenergiebedrijven. De overheid betaalt hen om vergunde windparken niet te bouwen. In totaal gaat het inmiddels om ongeveer 4 miljard dollar aan belastinggeld. Alleen al offshore windparken van rond de acht gigawatt zijn hierdoor geschrapt. Breder gezien is sinds 2025 meer dan 21 gigawatt aan schone energie stilgelegd of geannuleerd. Meer dan honderd windparken in 21 staten liggen stil. Dat is genoeg capaciteit om zo’n twee miljoen huishoudens van stroom te voorzien.

Een ruwe schatting van de CO2 impact

Er bestaan geen officiële cijfers over het effect op de uitstoot. Maar we kunnen wel een realistische schatting maken.

Het geschrapte offshore windvermogen van ongeveer acht gigawatt zou jaarlijks zo’n dertig terawattuur aan stroom leveren. Aardgas is de meest waarschijnlijke vervanger. Aardgas stoot ongeveer 465 gram CO2 per kilowattuur uit, tegenover ongeveer 11 gram voor wind. Dat verschil komt neer op ongeveer 13 tot 15 miljoen ton extra CO2 per jaar, zodra de vervangende gascentrales daadwerkelijk draaien.

Kijk je naar alle 21 gigawatt aan stilgelegde schone energie, dan loopt de schatting op tot ongeveer 20 tot 25 miljoen ton CO2 per jaar. De totale Amerikaanse uitstoot ligt rond de 6.300 miljoen ton per jaar. Deze toename is dus ongeveer 0,3 tot 0,4 procent van het totaal. Op zichzelf is dat bescheiden. Onderzoekers maken zich vooral zorgen over het precedent. Als de overheid bedrijven betaalt om niet te bouwen, ontmoedigt dat ook toekomstige investeringen.

Hoe verhoudt zich dit tot bosbranden

De geschatte toename van de uitstoot door de afkoopregelingen is kleiner dan de gemiddelde jaarlijkse uitstoot van bosbranden in Californië alleen. In een zwaar brandjaar, zoals 2020, stootten de Californische bosbranden vijf tot acht keer zoveel CO2 uit als de geschatte toename door dit beleid. Kijk je naar heel Noord-Amerika in een slecht jaar, zoals 2021, dan is de uitstoot van de branden meer dan vier keer zo groot. De extreme Canadese bosbranden van 2023 stootten omgerekend zelfs meer dan 2.300 miljoen ton CO2 uit. Dat evenaarde tijdelijk de fossiele uitstoot van een middelgroot industrieland.

De link met klimaatverandering

Er bestaat een reële wisselwerking, al is die per individueel beleidsbesluit erg klein. Door de mens veroorzaakte klimaatverandering heeft het verbrande bosoppervlak in het westen van de VS sinds 1984 ongeveer verdubbeld. Dat komt vooral doordat brandstof, zoals dode planten en takken, droger wordt. Modellen voorspellen dat deze trend zich doorzet. Sommige scenario’s tonen tegen het midden van deze eeuw een zesvoudige toename van periodes met omstandigheden die grote branden mogelijk maken.

Meer fossiele uitstoot vandaag draagt dus bij aan de opwarming die meer en heftigere bosbranden veroorzaakt. Maar de bijdrage van deze ene afkoopregeling aan die trend is te klein om afzonderlijk te meten. Wereldwijd komt er jaarlijks ongeveer 40.000 miljoen ton CO2 vrij. Het mechanisme is reëel, maar het effect van dit ene besluit op toekomstige bosbranden is niet apart aan te tonen.

Een belangrijk verschil tussen de twee bronnen

CO2 uit fossiele brandstoffen is grotendeels een eenrichtingstoevoeging aan de atmosfeer. Deze koolstof lag miljoenen jaren onder de grond en komt er nu pas bij. CO2 uit bosbranden komt uit koolstof die al in de levende natuur circuleerde. Een groot deel daarvan wordt weer opgenomen als de begroeiing teruggroeit, over een periode van jaren tot decennia. Bij vaker of heviger brandende bossen gebeurt die opname steeds minder volledig en duurt het langer voordat een nieuwe periode van opname begint. Daardoor wordt de tijdelijke buffer van extra uitstoot steeds groter, wat het negatieve effect weer verder versnelt. Met alle gevolgen van dien.