Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In Andalusië stroomt de Río Tinto, met water dat zo zuur is dat de pH tussen 1,5 en 3,0 ligt. NASA gebruikt het gebied als Mars-analoog, en wat deze rivier vertelt over mogelijk leven buiten de aarde, gaat verder dan haar opvallende kleur.
Rio Tinto, de rode rivier in Spanje. Foto: iStock – Jorgefontestad
Water dat eruitziet alsof er roest en rode verf doorheen zijn gemengd: in de provincie Huelva stroomt de Río Tinto door een landschap dat eerder buitenaards dan Europees oogt. Die kleur komt voort uit eeuwen van mijnbouw en uit microben die ijzer- en zwavelmineralen omzetten en zo de extreme omstandigheden mede in stand houden. De rivier geldt als proeftuin voor NASA: nadat rover Opportunity in 2004 het sulfaatmineraal jarosiet op Mars aantrof, werd de vergelijking met deze Spaanse bodem veel concreter. Wat hieronder en in het zure water leeft, raakt aan een grotere vraag: waar kan leven standhouden als de omstandigheden allesbehalve vriendelijk zijn.
De rivier draagt ook 3.000 jaar mijnbouw mee
De Río Tinto loopt zo’n 90 tot 100 km van de Sierra de Huelva bij Nerva naar de Golf van Cádiz. Onderweg voert de rivier ook de erfenis mee van mijnbouw die al bij de Feniciërs en Romeinen begon en pas in de jaren 1990 als industrie verdween.
Afvalwater uit mijnen maakt het probleem groter. De Río Tinto geldt als een van de zwaarst getroffen rivieren ter wereld door zuur mijnafvalwater, water dat ontstaat wanneer gesteente uit mijnen reageert met lucht en water.
- IJzerverbindingen geven het water zijn rode tint.
- Zwavelmineralen leveren voedsel voor bacteriën.
- Die bacteriën maken als bijproduct opnieuw zuur aan.
Op Mars ligt hetzelfde mineraal
De bron van de Río Tinto bij Nerva, Huelva, met het kenmerkende felrode water. Beeld: LBM1948, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
De vergelijking met Mars draait om meer dan rood water. In het gebied ligt jarosiet, een ijzerhoudend sulfaatmineraal dat ontstaat onder zure omstandigheden. De wereldwijde typelocatie, de plek waaraan een mineraal zijn naam en standaardbeschrijving ontleent, ligt in de Jaroso Ravine nabij Huelva.
Opportunity vond jarosiet in 2004 bij El Capitan, in de Marsvlakte Meridiani Planum. Daarmee kreeg jarosiet op Mars extra gewicht, want het mineraal wijst erop dat daar ooit zuur water aanwezig was.
Dat betekent niet automatisch dat Mars leven herbergde. Wel laat de geochemische gelijkenis met Mars zien waar missies naar kunnen zoeken, namelijk mineralen die vertellen hoe water, gesteente en chemische energie ooit samenkwamen.
Leven kan diep onder een vijandig oppervlak zitten
NASA ziet de rivieromgeving als een bruikbare proefplek voor de Marsondergrond. Daar zou water, samen met chemische energie uit mineralen, microben kunnen voeden in een zure omgeving met weinig zuurstof.
De bacteriën hier halen energie uit ijzer- en zwavelmineralen, in plaats van uit zonlicht, en helpen zo de zure omstandigheden zelf in stand te houden. Chemische energie kan zo ook zonder planten of daglicht een basis voor leven zijn.
Voor Europese ruimtevaartonderzoekers is dat een praktische les. Een Marsmissie die alleen losse stenen aan het oppervlak onderzoekt, kan aanwijzingen missen die dieper in de bodem beter bewaard zijn gebleven.
De boor moest doen wat een Marsrobot later ook moet kunnen
Bij Peña de Hierro, aan de noordkant van het Río Tinto-bekken, testten NASA en het Centro de Astrobiología een Mars-achtig boorsysteem. Het project heette MARTE, voluit Mars Astrobiology Research and Technology Experiment.
De boorlocatie ligt in de Iberische Pyrietgordel, een gebied met veel zwavel- en ijzerhoudend gesteente. De proef draaide om één lastig punt, namelijk of je diep onder de grond sporen van microbiële activiteit kunt vinden zonder het materiaal onderweg te verstoren.
Als Mars ooit leven heeft gehad, is de ondergrond waarschijnlijk een betere plek om resten daarvan te vinden dan een oppervlak dat al heel lang is blootgesteld aan straling en grote temperatuurschommelingen.
Over het onderzoek
Microbioloog Ricardo Amils, emeritus hoogleraar aan de Universidad Autónoma de Madrid en senior onderzoeker bij het Centro de Astrobiología, behoort al jaren tot de belangrijkste onderzoekers van de Río Tinto. Hij maakt ook deel uit van NASA’s Mars 2020-missieteam.
De veldproeven bij Peña de Hierro zochten naar leven onder de grond en naar de energiebronnen die dat leven daar kunnen dragen. De MARTE-proef met een boorsysteem leverde zo een oefenterrein op voor apparatuur die op een toekomstige Marsmissie veel dieper moet kijken dan het rode stof aan de oppervlakte.
