252 miljoen jaar geleden veranderde de Great Dying de oceaan voorgoed. Onderzoekers van Stanford University concluderen dat opwarming van het zeewater, samen met dalende zuurstof, bepaalde welke dieren de zeeën daarna zouden herbevolken. Die liggen nu op je bord.
Wie langs de Noordzee schelpen raapt, vindt mosselen, kokkels en nonnetjes, maar bijna nooit een brachiopode. Toch heersten juist die brachiopoden honderden miljoenen jaren lang over de zeebodem. Wat die rollen omdraaide, was de grootste ramp uit de geschiedenis van onze planeet. Een nieuwe studie legt nu uit waarom de ene groep het overleefde en de andere vrijwel verdween, en waarom dat verhaal eindigt op je bord.
De zeebodem was ooit van iemand anders
Een brachiopode lijkt op een schelp, maar is het niet. Het is een apart soort tweekleppig dier dat vandaag nog nauwelijks voorkomt. Toch waren deze dieren, samen met zeelelies (crinoïden), ongeveer 280 miljoen jaar lang de baas op de zeebodem.
Daar kwam abrupt een einde aan. Rond 252 miljoen jaar geleden vond de Perm-Trias-extinctie plaats, ook wel de Great Dying genoemd, de zwaarste massa-uitsterving die de aarde ooit kende. Naar schatting verdween 96 procent van alle soorten in zee, en op het land zo’n 70 procent van alle diersoorten. Het was geen gewone crisis, maar een schok voor de hele planeet.
Wie overleefde, kreeg de zeebodem cadeau. Ongeveer de helft van de weekdieren (mosselen, slakken) kwam er doorheen, samen met zee-egels en vissen. Zij vormen sindsdien de wereld die wij normaal vinden.
Warm water dat je doet stikken
Waarom haalden de mosselen het wél en de brachiopoden niet? Het antwoord zit in een dubbele klap, en die is verrassend actueel.
Als water opwarmt, gebeuren er twee dingen tegelijk. Dieren gaan méér zuurstof verbruiken, precies op het moment dat er in warm water juist mínder zuurstof beschikbaar is. Wie die combinatie niet aankon, stikte langzaam uit. En de brachiopoden en zeelelies scoorden daar slecht op.
De overlevers hadden iets wat het verschil maakte: een sneller metabolisme. In het model van de onderzoekers hangt dat samen met een hogere tolerantie voor precies die dubbele stress van hitte en zuurstoftekort. De winnaars waren simpelweg beter gebouwd voor een warmere, zuurstofarmere zee.
“Deze studie is echt de laatste spijker in de kist voor wat de Perm-Trias-massa-extinctie veroorzaakte.”
Erik Sperling, universitair hoofddocent Aard- en Planeetwetenschappen, Stanford University
Waarom de mossel won, tot op je bord
Het resultaat van die selectie is vandaag nog gewoon te tellen. Er leven nu tussen de 10.000 en 15.000 soorten tweekleppigen, tegenover nog geen 400 soorten brachiopoden. De winnaar en de verliezer van 252 miljoen jaar geleden staan nog altijd in die verhouding tegenover elkaar.
Het verschil zit in hoe ze leven. Een mossel heeft een groter lichaam en een gespierde voet waarmee hij kan graven en kruipen. Dat kost meer energie en vraagt dus om een lichaam dat meer zuurstof aankan, maar het levert ook bewegingsvrijheid en nieuwe leefplekken op. De brachiopode bleef zitten waar hij zat.
Dat verschil merk je zelfs in de keuken.
“Daarom eten we mosselsoep en geen brachiopodensoep.”
Erik Sperling, Stanford University
Brachiopoden hebben nauwelijks vlees, tweekleppigen wel. De reden dat de een op je bord ligt en de ander niet, werd honderden miljoenen jaren geleden bepaald.
De ongemakkelijke parallel met nu
Hier wordt het verhaal actueel. De opwarming tijdens de Great Dying wordt geschat op 8 tot 12 graden. Dat klinkt als veel meer dan de 1,5 tot 4 graden waar we nu richting 2100 op afstevenen. Maar er is een addertje: die oude opwarming speelde zich af over duizenden jaren. De onze gebeurt in een fractie van die tijd.
En juist dat maakt het relevant. De studie laat zien dat de grens van een dier niet alleen ligt bij hoe warm het wordt, maar bij hoe snel de zuurstofvraag meestijgt met de temperatuur. Bij snelle veranderingen kan precies die grens de doorslag geven tussen overleven en verdwijnen.
Voor Nederland is dat geen abstract detail. De Noordzee-economie leunt sterk op weekdieren, dezelfde groep die de vorige keer als winnaar uit de crisis kwam. De vraag die deze studie oproept, is of eerdere winnaars ook winnaars blijven wanneer de verandering niet duizenden jaren duurt, maar enkele generaties.
Goed om te weten
De onderzoekers wijzen tolerantie voor temperatuur en zuurstof aan als de sleutel om te voorspellen welke zeedieren een schok overleven en welke structureel terrein verliezen.
Over de studie
Het onderzoek verscheen op 6 juli 2026 in het tijdschrift PNAS, met J. Andres Marquez als hoofdauteur en Erik Sperling als senior auteur, beiden verbonden aan Stanford University. Het bouwt voort op eerder werk uit 2018 van onderzoekers van Princeton en Stanford, dat opwarming en zuurstofverlies al aanwees als hoofdoorzaak van de Great Dying. Nieuw is de verklaring waaróm sommige diergroepen terugkwamen en andere niet. De studie werd gefinancierd door onder meer de National Science Foundation, NASA, de Palaeontological Association en het Stanford Woods Institute for the Environment.

