Tijdens de zeer sterke El Niño van 2015-2016 hielden Zuid-Amerikaanse tropische bossen op met netto CO₂ op te nemen. Dat zet extra druk op de 123 miljard ton koolstof die in de Amazone ligt opgeslagen, waarschuwt onderzoeker Amy Bennett (University of Leeds). En het kan opnieuw gebeuren.
El Niño zet tropische regenwouden onder druk, en dat gebeurt precies op het moment dat Europa zijn uitstootboekhouding wil versoepelen. Wanneer grote bosgebieden minder koolstof vasthouden, verschuift namelijk de wereldwijde balans. In een studie uit 2023, geleid door Shineng Hu (Yale University), onderzochten Amy Bennett (University of Leeds) en collega’s hoe hitte en watertekort de fotosynthese en ademhaling van planten uit balans brengen. Veldmetingen uit 123 bosplots in Bolivia, Brazilië, Colombia, Frans-Guyana, Peru en Venezuela — afkomstig uit de RAINFOR- en PPBio-netwerken, waar al dertig jaar met meetlinten de groei van bomen wordt bijgehouden — laten zien dat de jaarlijkse boomsterfte in Zuid-Amerikaanse bosplots tijdens El Niño opliep van 1,8 naar 3 procent. Dat tast de stabiliteit aan van de koolstofvoorraad in ’s werelds grootste regenwoud, en daarmee ook de speelruimte van klimaatbeleid in Nederland en de EU.
Tropische regenwouden: van koolstofput naar koolstofbron
El Niño slaat de laatste tijd vaker hard toe. In de afgelopen zestig jaar deden zich twee keer zoveel zeer sterke El Niño-episodes voor als in de zestig jaar daarvoor, schrijft onderzoeker Amy Bennett (University of Leeds) op basis van de klimatologische literatuur. Steeds vaker zien we jaren waarin tropische bossen tegelijkertijd met hitte én droogte te maken krijgen.
De Amerikaanse oceanen- en atmosfeerdienst NOAA bevestigde onlangs dat er opnieuw een El Niño gaande is. Volgens Bennett is dit een uitzonderlijke start, omdat de oceanen al ongewoon warm waren en de luchttemperaturen al hoog lagen toen het fenomeen begon. Dat vergroot de kans dat stressfactoren elkaar versterken in plaats van elkaar afwisselen.
“Nog nooit is een El Niño begonnen terwijl de oceanen al zo warm waren en de luchttemperaturen zo hoog.” Amy Bennett, research fellow School of Geography, University of Leeds
Wat er in de bomen gebeurt, blijft niet in het bos

Amazoneregenwoud met hoge emergente bomen die boven het dichte bladerdak uitsteken. Beeld: Stanford Doerr School of Sustainability – Stanford University.
Als bomen afsterven, houdt het effect daarvan niet op zodra ze omvallen. Bij de afbraak komt de koolstof die in hout en bladeren zit weer vrij, en dat kan volgens Bennett nog decennialang doorwerken. Zo vertaalt een eenmalige piek in sterfte zich in een langdurige periode van extra CO₂ in de atmosfeer.
De EU rekent in haar klimaatbeleid nadrukkelijk met de landsector (LULUCF), waarin bossen en bodems samen bepalen hoe emissies en vastlegging zich tot elkaar verhouden. Wanneer tropische systemen in piekjaren omslaan, verschuift daarmee ook de mondiale achtergrond waartegen Europa zijn eigen ‘netto’ claims moet waarmaken.
Het meetwerk achter de alarmbel
De studie van Bennett en collega’s uit 2023, gepubliceerd in Nature Climate Change, is gebaseerd op een van de langstlopende datasets uit het tropisch bosonderzoek. Het team volgde meer dan dertig jaar lang de groei van individuele bomen met meetlinten en verwerkte die velddata tot schattingen van bovengrondse biomassa en koolstof.
De schaal van het onderzoek is indrukwekkend: ruim 500.000 bomen, gemeten over een periode van meer dan dertig jaar, verspreid over zes landen en behorend tot meer dan 4.000 soorten. Het is ecologie op het tempo van boomringen en stamdiameters, geen satellietschatting op afstand. Zo wordt precies zichtbaar welke plekken het eerst kantelen onder droogte en warmte.
Uit het onderzoek blijkt dat de uitgangssituatie per bosgebied zwaar meeweegt. Bossen die van nature al met een seizoensdroogte te maken hebben, blijken kwetsbaarder tijdens extreme jaren. Aan de randen van het Amazonegebied zijn de omstandigheden volgens Bennett relatief heet en droog — en juist daar stapelen de risico’s zich op.
- De gevoeligheid hangt samen met het lokale basisklimaat van een bosgebied.
- Randen van het Amazonewoud zijn gemiddeld heter en droger dan het kerngebied.
- Juist in die drogere zones lopen verliezen in biomassa sneller op bij extra opwarming.
Een halve graad extra, meetbaar verlies
In de drogere bosgebieden aan de rand van de Amazone vond het team een direct verband tussen extra warmte en koolstofverlies: een stijging van 0,5°C ging gemiddeld gepaard met 0,5 procent minder bovengrondse koolstof. Het gaat om gemiddelden, maar ze laten wel zien wat de prijs is van hitte voor het functioneren van het bos als koolstofbuffer.
Niet elke boom reageert hetzelfde. Middelgrote en grote bomen zagen hun sterftekans tijdens de extreme omstandigheden effectief verdubbelen, waarbij ‘middelgroot’ in de analyse begint bij stammen met een diameter van meer dan 20 cm. Grote bomen wegen extra zwaar mee in de koolstofbalans, omdat juist zij een groot deel van de biomassa dragen.
Het patroon wijst volgens Bennett sterk op hydraulisch falen: hoge atmosferische droogtevraag kan ervoor zorgen dat de waterkolom in de boom breekt, waardoor het watertransport abrupt stokt. Dat maakt extreme jaren potentieel nog ontwrichtender, ook voor bossen die eigenlijk gewend zijn aan een droge periode.
Goed om te weten De studie koppelt hogere sterfte bij grote bomen óók aan houtdichtheid: bomen met minder dicht hout stierven vaker dan soorten met dichter hout — een aanwijzing voor verschillen in droogteresistentie.
Vooruitblik: 2026 als stresstest voor bos én beleid
Wetenschappers waarschuwen dat 2026 opnieuw het warmste jaar ooit gemeten kan worden, mede door het na-ijleffect dat El Niño vaak heeft op de mondiale temperatuur. Bennett voegt daar een extra zorg aan toe: een groot klimaatincident dat plaatsvindt vóórdat een bos hersteld is van meerjarige stress, tast de structurele integriteit van het ecosysteem aan. Over de afgelopen drie decennia zijn de randen van de Amazone bovendien snel opgewarmd, met temperaturen die tot de hoogste en snelst stijgende in de tropen behoren.
Als tropische bossen in extreme jaren minder betrouwbaar worden als koolstofbuffer, wordt directe emissiereductie belangrijker, en moet boscompensatie in klimaatstrategieën kritischer worden gewogen. In 2026 zal blijken of de combinatie van uitzonderlijk warme oceanen en hoge luchttemperaturen zich vertaalt in koolstofverliezen op een schaal die nog niet eerder is gezien, schrijft Bennett.

